zondag 21 augustus 2011

236 schakels - 18.

‘Zit stil zwijn en ontvang de aandacht van je eigenaar. Hier en hier en hier en hier.’

Ze probeerde weg te draaien om zijn slagen te ontwijken maar hij hield haar met zijn voet tussen haar schouderbladen in bedwang. Het kostte moeite adem te halen.

‘Wat zeg je?’
Ze zei niets. Kon niets uitbrengen.
‘Tweeëntwintig minuten. Voor minder zou ik je de laan uit kunnen sturen.’ Hij haalde zijn voet van haar rug.
Gelukkig! Ze probeerde hem te bedanken maar het lukte niet.

De man liep weg. Hij ging de anderen halen.
‘Alstublieft.’
Hij stopte, kwam terug, bleef staan. Hij zei iets.
Wat zei hij? Ze probeerde te vragen wat hij gezegd had, probeerde te weten te komen wat hij wilde, draaide zich op haar rug, trok haar benen op. ‘Alstublieft.’
Hij liep weg.

Ze hoorde hem de kamer uitgaan. Kamer? Ze opende haar ogen. Het was of ze in een centrifuge zat. Ze liet zich op haar zij rollen. Ademen. Rustig ademen. In en uit. Het was stil. Waarom was het zo stil. Het was nooit zo stil. De misselijkheid zakte iets.

Ze ging voorzichtig overeind zitten en keek recht in het gezicht van Mark. Ze boog haar hoofd. ‘Het spijt me.’
‘Nee, blijf zitten. Hier.’ Hij hield een dampend glas onder haar neus.
Ze nam het aan. Ze warmde zich er aan.
‘Drink maar.’
Ze nam een slokje. Het smaakte zoet.

Hij legde iets om haar schouders.
Een zachte doek. Zwart. Een deken. Een deken? Ze keek om zich heen. Ze keek naar de man, Mark, die gehurkt bij haar zat.

Hij had blote voeten en droeg een zwarte broek en een wit overhemd waarvan de manchetten omgeslagen waren. Mooie polsen, slanke handen, lange vingers. Schone nagels. Ze kende deze man. Het begon weer te draaien. Ze sloot haar ogen.
Hij pakte het glas uit haar hand.

Adem in. Adem uit. Dat had zij van hem geleerd. Van Mark. Hij heette Mark. Dat wist ze wel. En zij? Zij?
Weer dat gevoel dat ze moest overgeven. Rustig blijven. Het gaat vanzelf over. Ademen, gewoon diep ademhalen.

‘Kate. Lieverd. Gaat het?’
Ze deinsde terug toen zijn hand naar haar gezicht ging. Kate? Zo heette ze niet. Of wel?
‘Kate, lief, ik ben het Mark. Kijk me aan alsjeblieft.’

Ze keek. Ze keek in zijn ogen en hij trok haar terug het heden in. Hij was Mark en zij was Kate.



Kate