woensdag 14 mei 2014

Stofnesten te lijf!



En wat ga je doen als je borstkanker hebt maar je (nog) niet ziek voelt? Wanneer je spijbelt van het bezoeken van je moeder die steeds maar zegt dat jij dood gaat, je broer ver weg zit en zijn terugkeer heeft uitgesteld omdat hij anders zijn verloofde te lang mist? Als de was nog draait en je geen zin hebt om boodschappen te doen?

Dan ga je stofnesten te lijf! In de boekenkast en in je boeken, wel te verstaan. Lekker terug naar dat wat ooit belangrijk was. Nog steeds belangrijk genoeg maar op een paar stukgelezen romans na staan ze al een jaar of vijf te stoffen in de kast in de hal. 


Ik loop er honderd keer per dag langs en ik zie ze wel maar hoor ze niet. Zwijgende stemmen die mij niet van mijn games kunnen afhouden.

Stephen King in zijn magnifieke boek On Writing
(1) zegt ergens dat je elke dag moet lezen, elk leeg moment moet vullen met woorden - als je niet schrijft moet je je verdiepen in het werk van anderen: tijdens het wachten bij de kassa, in de metro, in de wachtkamer...

Hmmm, vorige week mocht ik 45 minuten wachten op een sukkelige afspraak o.a. over goede bh's - die ik toevallig (toeval bestaat niet) net in Groningen had gekocht. Ook werd er gesproken over 'de lastmeter'. Hoeveel last ik heb sinds ik weet dat ik kanker in mijn lijf heb?

Ik mocht - zo leek het - geen nul invullen, dat is weinig last en dus werd het een één op de schaal van tien. Ik heb om mijn borstkanker, eerlijk gezegd, nog geen slapeloze nacht gehad. Misschien is dat stom of struisvogelen maar zo is het. Blijkbaar is dat vreemd. Vreemder is dat vreemden voor jou bepalen wat je moet, zou moeten voelen.

Ik heb gejankt dat mijn broer er niet is, dat hij nu niet meer praat over zijn vriendin maar over zijn verloofde, dat hij denkt dat zijn moeder niet weet dat zij jarig zal zijn en hij daarom haar negentigste wel kan vergeten.


Ik heb gevloekt en getierd en hele boze mails geschreven (en ontvangen) maar niet omdat ik ziek zou zijn - oeps: ben. Ik kan aan mijn ziekzijn niets doen. Ik heb het niet verdiend maar misschien was of is het nodig. En eigenlijk ben ik me er de laatste week pijnlijk van bewust aan het worden dat het net zo is in de relatie met mijn broer.

Hij heeft recht op zijn eigen leven en dat hij daarbij sneller gaat dan ik kan bijbenen, is niet zijn probleem. Te verstrengelde banden kunnen blijkbaar niet pijnloos ontvlochten raken. Gelukkig mag ik boos zijn en hij ook. Na ruim vijftig jaar raakt de liefde tussen ons niet zomaar op.


Broer zal er zijn rond de operatie. Hij zal boodschappen doen en bezorgd zijn en lief. Moeders verjaardag haalt hij wellicht ook nog. De storm die er even was tussen ons is gaan liggen en ik ben in afwachting van een andere storm, orkaan die over me uitgestort zal worden binnenkort.

Voorbereiden kan ik me niet. Wil ik me niet. Wat heeft het voor zin angstig te zijn of in paniek? Met ogen dicht en gebalde vuisten ga ik stap voor stap richting afgrond want een ding is zeker: alvorens het beter zal gaan, komt er een periode van diepe nare rotte shit. Enfin...


Niet aan denken en dus neem ik mijn boeken onderhanden. Ik zie titels waarvan ik vergeten was dat ik ze had. Romans die erom vragen ge- of herlezen te worden. 

In de rij voor de kassa, in de tram of de wachtkamer. Wat een goed plan. En dan weer te schrijven omdat dat is wat ik nu al merk dat fijn is en goed en helend en troostend. Zoals dat het altijd was.

Goed. Dit blog geschreven, het wasje opgehangen en heerlijke boterham met brie en bosbessen op oberlander brood genuttigd. Het regent nog niet dus ik kan nog een plank doen. Doen!


Kate
14 mei 2014



(1) On Writing: A Memoir of the Craft, Stephen King, Pocket Books, 2000.