‘Hoe ging het vandaag?’
‘Hoe vond u het gaan?’
U, beleefdheidsvorm die zij bij Mark niet hoefde te gebruiken tenzij de omstandigheid erom vroeg.
‘Antwoord me.’
‘Het voelde dubbel. Ik vond het doodeng, vernederend, afschuwelijk maar naarmate de tijd verstreek en het me lukte geld bij elkaar te harken, begon ik het leuk te vinden. Denkt u dat ik genoeg bij elkaar heb gebedeld?’
‘Het probleem dat ik heb Kate, is dat ik je geen moment heb zien bedelen. Je hebt mensen, mannen verleid met je lichaam, je lach, die bloemen tussen je borsten. Je bespeelde het Rokin, mij incluis, en daarmee heb je de opdracht verprutst.
Ik heb me vannacht afgevraagd in hoeverre ik de niet onaanzienlijke geldsom die je hebt verdiend met je hoerige gedrag als goedmakertje kan beschouwen, of het feit dat je misschien nog niet volledig beseft in wat voor situatie je je eigenlijk bevindt.
Als verzachtende omstandigheid zou ik kunnen aanvoeren dat ik je misschien het verkeerde attribuut, dat mutsje heb meegegeven. Als je je hand had moeten ophouden, had je je automatisch nederiger opgesteld en was er een andere energie gaan stromen tussen de voorbijgangers op het Rokin en jou.
Als je ieder ander was geweest had ik je waarschijnlijk een halve schakel voor je moeite toegekend, voor de drempel die je hebt genomen, voor de ruim 400 euro die in het mutsje zaten en de bloemen voor Tessa. Maar jij bent niet ieder ander.’
‘Oh, dus u geeft mij er twee’?
Hij stak het gas aan, deed boter in de koekenpan, kieperde het eiermengsel er bovenop en begon koffie te zetten.
‘Het spijt me.’
‘Ja, mij ook.’ Hij zette de koffie en een bord met de omelet op de tafel ter hoogte van waar zij stond en wenkte haar naderbij te treden, schonk zichzelf nog een glas wijn in en ging zitten. ‘Smakelijk eten.’
Onzeker keek ze van het bord naar hem en terug, van het bord naar de besteklade naar hem en weer naar het bord. Hij dronk van zijn wijn en bladerde door de krant. Dat zij staande en zonder bestek moest eten, interesseerde hem niet. ‘Lekker.’
‘Ik ben blij dat het je smaakt.’
Snel genoeg was het bord leeg. Ze nam haar kop en zei: ‘ik denk dat ik maar weer terug naar bed ga.’
‘Ja, doe dat.’
Maar ze ging niet. Misschien dat hij daarom opstond, zijn glas pakte, een sigaret opstak en naar het balkon liep.
Kate
‘Wat doe jij op?’
‘Wat doe jij hier?’
‘Ik ben niet lang na jou naar huis gegaan. Jij sliep al. Ik wilde je niet wakker maken anders had ik je wel uitgekleed.’
‘Je zou toch bij…’
‘Ik wilde bij jou zijn.’
‘Bij mij.’
‘Hier, neem een slok wijn, je ziet eruit alsof je dat wel kunt gebruiken.’
‘Nee, dank je. Liever niet.’
‘Wat wil je dan? Zal ik je een beker warme melk maken of een kop thee? Heb je eigenlijk wel gegeten vanavond? Nee, hè? Waarom heb je niet gegeten?’
‘Omdat ik van jou 200 euro of wat was het bij elkaar moest bedelen.’ Het brak de spanning tussen hen. Zij lachte en hij grinnikte mee.
‘Oh ja, hoe kon ik dat vergeten en dat heb je met verve gedaan. Kom dan maak ik een omelet voor je. Thee of liever warme melk?’
‘Koffie als het mag.’
‘Het mag.’
Hoewel de spanning nu gebroken was, bleef ze staan. De eettafel waar normaal stapels paperassen, tijdschriften en boeken lagen, was leeg geveegd. Aan het einde stond de fruitschaal en aan de kop van de tafel zag ze zijn laptop en telefoons. Een pen, notitieblok, krant en leesbril meer lag er niet.
Alle eetstoelen waren weggehaald behalve die aan het hoofd van de tafel. De enig strategisch juiste plek aan deze kant van het woongedeelte met overzicht over de gehele ruimte en zicht op zowel de kamer- en balkondeur als alle ramen. Zo was hij getraind.
Haar training was anders. De dagen ervoor had ze afwisselend staand aan het aanrecht, zittend op de grond en aan het bureautje in het slaapkamertje gegeten. Het was aan hem haar een plek toe te wijzen.
Hij liet haar staan, een paar passen voorbij de drempel en leek op te gaan in het klutsen van eieren, het snijden van peterselie en het raspen van kaas. Hij liet haar staan en zij was zich daarvan bewust. Was zich bewust van haar plaats ten opzichte van hem. Een mindere.
Ze boog haar hoofd, vouwde haar handen samen in de holte van haar rug, lijnde haar voeten uit evenwijdig aan de voegen van de tegels.
Kate

Ik ben aan het stuiteren. Niet vanwege het gebrek aan een Man, niet vanwege te weinig seks, slaag of sop, gewoon omdat ik vol ben van mijn verhaal. Ruim twee jaar niets, aanzetjes, opzetjes, beginnetjes maar niet doorschrijven, geen stroom die me voortjoeg. Niets helemaal niets.
Soms vroeg ik me af: als dit is wat je zo graag doet, het beste wat je te bieden hebt, het mooiste dat je kunt, waarom laat je je er zo makkelijk vanaf brengen? Maar ik kan alleen schrijven vanuit de meest intense emoties die me van mijn slaap houden, constant nat, koortsig bijna, dwalend door een donker huis - voelend dat wat ik zo vertrap.
Vanuit dat gevoel, die intense emoties, schrijf ik zonder plot, op de tast en laat het verhaal bezit van me nemen tot ik, bezeten van wat er op het scherm ontstaat, laat gebeuren wat moet gebeuren hoogstens tijdelijk geremd door mijn realiteitszin, de hang naar realistische details en desk research.
Soms wil ik te veel, te mooi. Herinneringen komen terug door de geur van een parfum? Je kunt er donder op zeggen dat ik vervolgens op zoek ga naar dat parfum. Ze slaapt in een rommelkamertje en loopt naar de woonkamer? De plattegrond van het huis ligt voor me. Zo is schrijven meer dan het rijgen van woorden. Zo is dat wat niet verteld is het fundament onder het verhaal.
Zo ook de verhalen die voorgingen. Verhalen waarvan er een aantal hier staan. Ergens hoop ik nog steeds dat ze ooit een geheel zullen vormen. Ze gaan over dezelfde vrouw, dezelfde man, dezelfde liefde. Verhalen die op zichzelf staan maar tegelijkertijd niet zonder elkaar kunnen.
Ik ben schatplichtig aan de mensen die mij mailden en wiens verhalen ik lees of las. Iemand, een vrouw, een aantal jaar geleden die middels een kort mailtje, een korte vraag iets aanraakte waardoor ik begon te stromen. Het resultaat was Smeulend Vuur en de introductie van de vrouw die in 236 schakels Tessa heet.
Ook kort geleden was er zo'n opmerking die een koord in mij raakte waardoor er iets ging trillen. Het is een wonder hoe zoiets gebeurt. Het is een energie die rondzingt waaraan ik mij laaf, waardoor ik geïnspireerd raak en mooie dingen kan schrijven, laten lezen. Waardoor ik bij anderen weer luikjes openzet. Een prachtige cirkel.
Mijn moeder hoort het in mijn stem: 'wat klink je vrolijk'. En ja, dat ben ik ook. Ik stuiter en ben blij. Mijn schrijven is belangrijk voor me. Belangrijker dan seks, belangrijker dan al die dingen waarmee men schermt: carrière, gezinnetje, verre reizen, grote vriendenschaar, geld, luxe, standjes, kunstjes. Al dat leidt af. Al dat zal dus, meer nog dan voorheen, moeten wijken voor mijn schrijven.
Schrijven maakt mij blij. Mijn verhaal doet meer voor mij dan wat dan ook. Het heelt en voedt en beschermt. In mijn verhaal kan ik zijn wie ik zou willen zijn. Mooi, lief, vurig, geliefd, sterk, bijzonder, geen non, geen heilige, gewoon de slavin van Mark die is wie hij is en maakt dat ik kan zijn wie ik ben, bij hem.
Het verhaal is zoveel mooier dan de realiteit :-) en daarom stuiter ik want ik kan niet wachten wat er zal komen. Vlinders in mijn buik, maagkrampen een droge keel en drijvend op natte wolken - zo verdien ik mijn keten terug - of niet. We zullen zien. Komt dat zien!
Kate
9 augustus 2011
De foto komt van de site van Corbis: Stock Photo ID 42-21303691; fotograaf: Roy Botterell
http://www.corbisimages.com/stock-photo/rights-managed/42-21303691/woman-writing-in-diary
De kerktoren sloeg het halve uur. Kate was klaar wakker. Hoe laat ze thuis was gekomen wist ze niet. Hoe lang ze had geslapen net zo min. Te moe om zich uit te kleden of zelfs haar sandaaltjes los te maken had ze zich op bed gegooid. Het bed kraakte toen ze overeind ging zitten om haar schoentjes uit te doen. Ook het vieze jurkje en de bh gingen uit.
Op weg naar het toilet zag ze licht aan het eind van de gang. Mark? Hij zou de nacht bij Tessa doorbrengen of was Tessa mee naar hier gekomen? De gedachte alleen al maakte haar nerveus maar het was stil in huis. Kate hoorde geen stemmen.
De deur van de kamer stond op een kier. Mark stond op het balkon een sigaret te roken. Dat deed hij zeldzaam en nooit hier. Zelf rookte ze niet. Sigarettenrook sloeg altijd direct op haar luchtwegen en roken stonk, vond ze. Hij respecteerde dat.
Ze duwde de deur iets wijder open. Hij merkte het niet. Ze kuchte, wilde niet dat hij zou schrikken, wist ook niet of ze wel binnen mocht komen. Hij hoorde haar niet.
Minuten lang keek Kate keek naar de rug van de man die ze zo goed kende. Een complex mens, hard voor zijn omgeving, harder voor zichzelf. Goudeerlijk. Zorgzaam. Gedreven. Zo iemand voor wie je een moord zou plegen. Maar, het meisje leefde nog en zij was haar keten verloren.
‘Je bent mooi in ketens’, had hij jaren geleden tegen haar gezegd. ‘Jij hoort in ketens. Ik zal je slaan. Iedere nacht dat je bij me bent, zul je van mij zijn.’ Zo was het geweest tussen hen iedere nacht dat ze samen waren. ‘Denk goed na want wat je me nu geeft, is onomkeerbaar.’
Niet zo onomkeerbaar. Niets is onomkeerbaar. Niemand onmisbaar. Dat had ze vroeg in het leven geleerd. Ze draaide zich om terug te gaan naar het slaapkamertje. Behalve zijn keten waren haar ook haar slaapkamer met haar heerlijke bed afgenomen, en Mark.
‘Kate.’ Ze hoorde hoe hij naar haar toeliep. ‘Kate, draai je om alsjeblieft.’ Ze deed wat hij vroeg. Hij stond in de kamer, zij in de gang en zij keken elkaar aan. Zij onzeker zich een houding te geven. Hij onderzoekend, liefdevol, moe.
Ze wou dat hij niet zo moe was. Dat hij naar bed zou gaan met haar, de keten zou pakken, haar vastmaken en slapen, lepeltje lepeltje, zijn lul tegen haar bilnaad. Zijn adem in haar nek. Armen om haar heen. Geborgen.
Nooit zou ze moorden als hij bij haar zou blijven, haar beschermen, haar tuchtigen, haar laten lijden zodat ze zelf geen pijn hoefde te veroorzaken of op te zoeken, zodat ze het verleden kon vergeten. Hoe kon ze dat vergeten nu het op de stoep had gestaan? Onwillekeurig rilde ze.
Kate
Het duurde een paar minuten voor zij zover was hem te volgen. Ze hield halt bij het restaurant en keek naar dat wat zij nooit meer zou hebben. Hij zat tegenover Tessa die de bloem in het haar droeg. Hij hield haar hand in de zijne en zij staarde in zijn ogen terwijl hij haar iets vertelde.
Had hij door dat Kate voor het raam stond? Misschien maar hij liet het niet blijken. Ze zuchtte. De euforie van zojuist verdwenen en de leegte die zij in zijn ogen had bespeurd nu aanwezig in haar hart. Langs haar been zocht zijn sperma vermengd met haar kutvocht een weg naar beneden.
Een slet, een hoer, een buitenstaander meer was ze niet. Hoe had ze kunnen weten van het gemis aan al die gewone dingen? Hem hier te zien zitten met die vrouw, ze had de hele avond vermeden ernaar te kijken, sneed door haar hart. Ze ademde in, sloot haar ogen, proefde de pijn.
Dit was haar leven, haar slavernij onder zijn gezag. Afgesmeekt en bezegeld met hun beider bloed. Zo mooi. Zo hard – ‘wen er maar aan’. Zo nodig. Het was nooit gemakkelijk geweest maar ze had zijn keten mogen dragen als hij bij haar was.
Niet meer. Dat recht had ze verspeeld. Haar slavernij was zwaarder nu maar zij was sterk. Zij kon dit dragen. Voor hem én voor haar. Ze zou vechten om de schakels terug te verdienen maar veel makkelijker zou het nooit meer worden.
Voor haar geen tatoeages, geen piercings, geen brandmerk en met snijden was ze lang geleden gestopt. De pijn die een leven in slavernij met zich bracht was voldoende. Het trok diepe sporen in haar ziel. Dat waren haar krassen nu.
Hij zette ze zorgvuldig en overdacht. Hij observeerde en doseerde. Hij vertrouwde op haar vermogen te incasseren en wist feilloos in te schatten tot hoe ver hij kon gaan – en ging dan nog net iets verder. Zij vertrouwde hem. Door dat vertrouwen, telkens weer uitgesproken en bevestigd, gaf ze hem de macht haar te pijnigen. Hij was daarin een meester.
Ze slikte de tranen weg, knikte even als wou ze aangeven aan haarzelf of aan hem dat het goed was en liep met opgeheven hoofd het Rokin op. Tijdens de korte wandeling naar haar fiets, herbeleefde ze de beelden en emoties van de afgelopen uren. Het was een onvergetelijk volle avond geworden.
Ongelofelijk hoe hij telkens weer in staat was haar tot op het bot te raken en vanavond was daar Tessa geweest. Tessa die zich op de drempel van het restaurant had omgedraaid en had toegekeken hoe zij huilend en op haar knieën haar bloemen had opgeraapt.
Op de een of andere duistere manier had de vrouw Kates blik omhoog weten te trekken zodat er oogcontact was ontstaan – het waren microsecondes geweest maar voldoende om Tessa’s minachting, spot en vermaak op Kate over te brengen en de belofte dat dit slechts het begin was.
De pijn van dat vooruitzicht duwde haar over de rand. Veilig ver van het restaurant volgde de ontlading zo hevig dat ze zich aan de brugleuning moest vastklampen en daarna opnieuw tranen want hoewel ze trots was op haar prestatie, was er toch ook een stuk verdriet om het zieke in haar dat die pijn en vernedering zo nodig had en de angst voor een vrouw.
Kate
Als je eenmaal over de drempel van de schaamte bent heen gestapt, is bedelen niet zo moeilijk vooral niet als je een schamel geklede vrouw bent met bloemen in je decolleté en hakjes die in de Moulin Rouge niet zouden misstaan, dat ondervond Kate al snel.
Het mutsje in haar hand raakte binnen mum van tijd uit model door de zwaarte van de muntstukken en regelmatig werden er briefjes van vijf en tien tussen de bloemen gestopt. Gelukkig maar dat Mark erop stond dat ze altijd een bh onder haar bovenkleding droeg. Het was de ideale spaarpot voor bankbiljetten.
Aan de man die haar vijftig euro gaf, schonk ze een van de geraniums. Hij kuste haar op haar hand en zij maakte een revérence om hem te danken. Ze overwoog haar dagbaan maar op te geven want dit verdiende sneller en hoefde bovendien niet aangegeven te worden bij de belastingdienst.
Ze moest hardop lachen om het idee en daarmee verdween de laatste spanning uit haar lichaam. Bedelen was veel gemakkelijker dan ze had gedacht. Ze zocht oogcontact met een oudere gedistingeerde man die vanuit de richting van de Munt haar kant op kwam lopen. Ze schatte hem op minstens twintig euro.
‘Mee komen!’ Een hand pakte haar bij haar bovenarm en trok haar mee naar de steeg iets verderop. Duwde haar ruw tegen de muur en schopte haar benen uiteen. Het mutsje viel kletterend op de grond. Hij schoof haar jurk omhoog, zijn rits omlaag, klemde haar polsen vast en liet die pas los toen hij in haar was. Wild neukte hij haar met op de achtergrond het gerinkel van de trams en – zo bleek later – muntjes die het toegestroomd publiek aan hun voeten wierp.
‘Dit is wat jij met me doet, vuile slet, geile hoer, liefste Kate. Ik kon me niet langer beheersen, ik moest je nemen. Het zal je kosten maar daar hebben we het nog over. Raap het geld op.’
Markt stapte achteruit. Terwijl zij over straat kroop op zoek naar elk dubbeltje en kwartje – oh nee, die bestonden niet meer –, stopte hij zijn overhemd weer in zijn broek, trok zijn gulp omhoog en streek door zijn haar. Ze overhandigde hem het mutsje gevuld met kleingeld en de bankbiljetten uit haar bh. Hij gaf haar de huissleutel.
‘Ga naar huis’, het klonk moe, leeg maar misschien was dat inbeelding, ‘ik wil verder in rust en zonder afleiding van mijn diner en van Tessa genieten. Je hebt het rijk alleen vannacht, ik neem aan dat je er geen misbruik van zult maken’. Hij plukte een van de geplette bloemen uit haar boezem en liep zonder op of om te kijken het Rokin op.
Kate
‘Voor u, mevrouw.’ Mevrouw, precies als in die zomer toen Kate haar voor het eerst ontmoet had. Deze vrouw had zich zonder enige moeite boven haar geplaatst. ‘Het gaat er niet om wat ik wil of wat jij wilt. Het gaat erom wat hij wil.’ Kate had haar hoofd gebogen en daarmee was haar lot bezegeld. (¹)
Ze had geluk gehad. De keren dat Mark Kate aan Tessa had overgedragen waren schaars geweest. De laatste keer ruim twee jaar geleden. Ze had jaren gekregen waarin ze zonder de vrees voor een vrouw had mogen leven en ze had het niet geweten. Ze had niet beseft hoe gelukkig ze was geweest en hoe mild Mark. Eens te meer was gebleken dat je je zegeningen pas achteraf kunt tellen.
Deze twaalf jaar jongere vrouw met haar halflange donkere haar, gekleed in een Audrey Hepburn jurkje en hoge pumps had de gave Kate angst in te boezemen en zij wist het. Iedereen wist het: Kate, Tessa en Mark. ‘Het gaat erom wat hij wil.’ Hij wilde dat zij bloemen aan Tessa zou overhandigen.
‘Voor u, mevrouw.’ De vrouw knikte minzaam, nam de bloemen aan, stak opnieuw haar arm door die van Mark, grinnikte om wat hij haar vertelde of misschien wel om Kate en gooide de bloemen op straat. Haar vrijgekomen hand veegde ze af aan de zoom van haar jurkje.
Terwijl de gasten het restaurant binnen gingen, knielde Kate op het Rokin om de bloemen op te rapen maar ook omdat dat was wat ze deed, wat ze geacht werd te doen nadat ze onder handen was genomen door deze vrouw. Knielen en danken en vragen om meer. Vrouwen, deze vrouw was zo wreed.
Kate boog haar hoofd naar het plaveisel en haalde diep adem. Ze veegde haar tranen weg en liep naar het midden van de stoep ter hoogte van het tafeltje waar Mark en zijn tafeldame zich aan het installeren waren. De bloemen stak ze in het gescheurde decolleté van haar jurk.
Ze bekeek haar werkterrein: een brede stoep waar redelijk veel mensen van en naar het C.S. liepen, van of naar de Dam, van en naar de Munt, van of naar huis, naar hun geliefde of naar een restaurant. Even keek ze voor zich uit. De sommelier stond bij het tafeltje en Mark keurde de wijn. Niet naar kijken. Niet kijken.
Met het mutsje in haar hand versperde ze de weg van drie vrolijke jongemannen. ‘Alsjeblieft, één euro voor geluk, twee voor mooie vrouwen op je pad’. Nou, daar hadden ze wel een paar euro voor over. Een paar kussen in de lucht en weg waren ze. Opgewonden telde ze het geld: €17,70. Ongelofelijk!