Posts tonen met het label bdsm. Alle posts tonen
Posts tonen met het label bdsm. Alle posts tonen

zondag 15 mei 2016

Bidden om wat je nog niet hebt



Ja! Ik herinner mij de nachten, dagen dat ik droomde, bad, in gedachte uitkeek naar het huis waar ik nu woon. Een huis-met-een-tuintje :-). Het werd een huisje-met-een-tuin en ik ben er zo gelukkig als ik had gehoopt en waar ik om heb gebeden. Ja, echt.

De man van mijn surrogaatzus verzuchtte dat het zo leuk zou zijn als ik dat geluk met iemand zou kunnen delen. Ja. Hij heeft gelijk. En dus. Een kleine, ienie-mienie-kleine stap daartoe zou zijn het hier op te schrijven want ik weet zeker dat mijn blogs over dat huis-met-een-tuin hebben geholpen te vinden wat ik nu heb.

En ja, ik weet, ik weet, ik heb vaker om een man gevraagd, geroepen, gebeden. Ook hier. Maar hmmm. Laat ons eens kijken en beter kijken naar die zoekvraag. Altijd was die gericht op, of gedacht vanuit de BDSM beleving. En, heel eerlijk, die was er wel maar altijd meer op papier dan 'in het echie'.

Ik vond BDSM gewoon altijd te eng. Was of ben te zuinig op mezelf. En, ik vraag me af - en ik heb velen in deze wereld gesproken - toch, of het gezond is en voortkomt uit gezonde verlangens. En schiet mij maar lek en schop gerust tegen mij aan want wat zijn 'gezonde verlangens' en hoeveel vooroordeel spreekt hieruit?

En toch heb ik jaren gedacht, gewacht, gesmacht om die harde man aan wie ik gehoorzaam zou zijn en die mij zou lezen en bovenal die mij zou herkennen en erkennen als degene die ik was - ook was, ook ben of ben geweest (en nee, het gaat nooit over, dat zei ik zo'n vijftien jaar geleden als men het mij vroeg en ik geloof dat nog steeds).

Maar goed, die man aan wie ik zou gehoorzamen was er niet. Is er niet. En de vrouw die wil - de wil had of dacht te hebben - zich te onderwerpen aan haar man, bestaat even niet meer. Bestaat al heel lang niet meer. Heeft wellicht nooit echt bestaan want daarvoor was ik, ben ik veels te nuchter en eigengereid en sceptisch en cynisch.

Wellicht heb ik nooit genoeg zekerheid ontvangen om mij volledig te geven. Wie zal het zeggen. Nog steeds denk ik dat daten het niet zal doen voor mij. Zo'n site waar dan weer een foto op moet die menigeen niet zal doen reageren of gewoon met slechts een tekst - een hartstikke aansprekende tekst want die kan ik schrijven - waar wel complimenten maar geen afspraakjes uit voortkomen. 

Geen zin in. Geen tijd voor. Geen geloof in. Gewoon niet. Bovendien, ik kan wel een tekst schrijven maar hmmm dan moet ik toch eerst weten wat daarin moet. Welke richting, vanuit welk gevoel? Niet meer dat wat hier ooit als zoekteksten hebben gestaan, mooi als ze waren. Eens kijken...

Handige man die van tuinieren houdt, no nonsense, lief, humor, niet roken, niet al te moeilijk (want dat ben ik al), beetje leuk om naar te kijken, niet gemaakt, puur, als je het leuk vindt te zwemmen komt dat goed uit want ik heb een bad :-), rustig (want ik ben het niet maar meer dan ooit tevoren), niet te ver weg (NH), niet heel veel ouder dan ik ('62), geen 12 kinderen :-), geen aanwezige ex of nog-net-niet-ex of minnares of andersoortige relatievorm. Brrrr.

Tja... Dit behoeft inspiratie of wellicht juist niet want dit is wat het moet zijn, is. Dit. Niet veel meer. Hmmmm. Ah well. What can I say? Dream on? Maar ik heb ooit gedroomd over mijn toekomstige huis. Ik heb erover gefilosofeerd. Ik heb het gevisualiseerd. Ik heb gebeden. Het is gelukt. Die man zal er komen. Wellicht gewoon doordat wij elkaar tegen komen in het dorp (moet ik wel uit mijn tuin komen hehehehe).

Het is nog niet zo heel urgent (en urgent genoeg want wij allen zijn mensen van de dag). Dit is een beginnetje. Of misschien is het al voorbij dat beginpunt want wat ik eerder zocht, is nog steeds waar, behalve dan dat ik mij niet onderwerp en niet onderwerpen wens te worden. Ik denk dat ik het BDSM sprookje ontgroeid ben - en al langer dan ik wil toegeven. Ach ja. Zo dan. Daar dan. 

Kate
15 mei 2016



De tekst vond ik op deze tumblr en de bron schijnt ook hiernaar te verwijzen.  

vrijdag 14 augustus 2015

Kersttijd - 20. Bekeken

Het zou naïef geweest zijn te hopen dat de lieve kant van Mark zich aan de vooravond van Kerst zou manifesteren. Deze avond, dit gezelschap gaf hem juist bij uitstek een podium om de verhoudingen, die door de afgelopen uren vervaagd leken, weer aan te scherpen. Hij deed dat gretig en ik hoorde in zijn stem dat de avond inderdaad nog lang niet voorbij was.

‘Handen op het buffet.’

Ik heb dit geoefend. Uren voor de spiegel wanneer Mark er niet was en vaak genoeg ook onder toezicht. Trainen opdat elke houding sierlijk, vloeiend, vlot tot stand zou komen. Elke beweging bewust beleefd als ware het een reis met een begin en een einde. Opnieuw en opnieuw. Eindeloze sessies tot ik er niet meer over na hoefde te denken wat, in welke situatie het hoogste rendement zou leveren: Marks genoegen, zijn trots.

Om mijn handen plat, gespreid neer te kunnen leggen, moest ik iets voorover buigen. In een moment van zwakte zocht ik steun bij Mark. Die keek niet terug. Niemand keek behalve Johan. Ik voelde me als altijd ongemakkelijk onder zijn blik. Hij zag het en lachte uitdagend.

Ik sloot mijn benen tegen elkaar en boog mijn bovenlichaam naar voren, kantelde mijn bekken. Ik stak mijn billen uit en trok mijn buik extra in. Mijn borsten kwamen omhoog en, eenmaal in deze positie, boog ik mijn hoofd en sloeg mijn ogen neer.

‘Open.’

Ik zette mijn benen uit elkaar, opende mijn lippen, boog mijn armen zodat mijn ellebogen naar buiten wezen. Niemand zei dat het beter was, nu. Niemand prees mijn positie. Niemand had er oog voor. Ik stond er zoals ik vanmiddag had gezeten als levend kunstwerk. Ik was er, maar was er niet. Hoelang moest ik hier staan?

Steeds opnieuw verdween de knecht langs het buffet naar de oven of het fornuis om met weer iets lekkers terug te keren. Johan is een zeer bekwaam kok en vaak, ook nu bestaat een diner op de Keizersgracht uit diverse gangen van exquise, heerlijk geurende gerechtjes.

’Ik heb je geen toestemming gegeven om te kijken, Kate.’

De tafel smulde. Mijn maag knorde. Ik had moeite me af te sluiten. Ik wou dat Mark Johan opdracht zou geven de ‘speciale portie van het gebruikelijke’ te serveren. Zelfs al was de brinta – want dat was onvermijdelijk wat ik te eten zou krijgen – koud en niet gesuikerd, ik zou mijn kom met graagte leegeten.

‘Maak een lange hals voor mij, Kate.’
Ik legde mijn achterhoofd in mijn nek en keek omhoog. Mijn rug deed pijn in deze oncomfortabele houding. De mannen spraken met elkaar.
‘Mooi, Kate.’ Dat was Clive. ‘Erg mooi.’
Johan ruimde af en liep rakelings langs mijn billen met een blad vol lege borden en schaaltjes.
‘Johan, voel even hoe het met Kate gaat.’
Shit! De knecht sjorde mijn jurk omhoog en ging tegen mij aanstaan.
‘Nat, meneer, kleddernat.’
Ik voelde Johans erectie tegen mijn billen.
‘Draai je om Kate. Kniel en, als Johan dat wil, slik je zijn vingers af.’
Natuurlijk wilde hij dat.

Johan is een lange man. Ik had moeite om bij zijn vingers te komen en Johan werkte niet echt mee.
‘Ik hoor je niet. Sabbelen Kate. Dat heeft hij wel verdiend.’
Ik smakte en kwijlde terwijl ik mijn hals strekte om bij zijn vingers te kunnen.
‘Kijk naar Johan, Kate.’
Ik richtte mijn ogen op het gezwollen lid van de knecht. Ik wist hoe trots Mark op mij was wanneer mannen zo op mij reageerden. Er zou een dag komen dat hij mij. Adem in. Adem uit. Beter. De sluier voor mijn ogen verdween, de pijn niet. Ik proefde de pijn, rolde haar over mijn tong als een goede wijn. Zoog lucht door mijn neus. Huilde. Johan duwde zijn vingers dieper in mijn keel. Ik kokhalsde.




Kate 

donderdag 13 augustus 2015

Kersttijd - 19. Tegen beter weten in

Terwijl de klok in de gang sloeg, vroeg de butler hem te volgen naar beneden waar het diner zou worden opgediend.

‘Jij niet’, beet hij mij toe.
‘Maar…’, Janes ogen vlamden.
Darling let’s quickly say goodbye to Kate. You’ll see each other next week remember.’
Jane had andere gedachtes.
‘Het is bijna Kerst en wij hebben elkaar tijden niet gezien en gesproken. Mark zal het niet erg vinden als Kate met ons mee-eet.’

Misschien waren we alle drie uit vorm. Vergeten hoe wij als beste vrienden met elkaar omgaan onderwijl rekeninghoudend met de verhouding tussen Mark en mij. Ik weet het niet. Zeker was dat Jane nog geen afscheid kon nemen en ook dat Clive zweeg toen we in optocht de gang inliepen.

Wij hadden beter moeten weten. Niet voor niets hadden Clive en Jane mij begeleid al die jaren geleden tijdens vele maanden van lange, indringende gesprekken met Mark – apart en samen, in de aanloop naar het legaliseren van verbazingwekkend uitgebreide contracten. Zij weten hoe ik leef en waken over mijn welzijn.

Ik was moe. Moe van het vechten. Moe van de emoties van de afgelopen middag. Moe van alles en ik had honger. Dat kan nooit een excuus zijn maar zo was het. Ik had niet de kracht om mijn vrienden teleur te stellen door achter te blijven in de salon waar ik alleen net zo min mocht zijn als aan de dinertafel met mijn eigenaar en zijn gasten.

Nergens gold een striktere gedragscode dan op de Keizersgracht waar Mark woonde en werkte. Vandaag was niet anders. Voelde slechts anders. Het lag in de lijn der verwachting dat ik niet mee zou mogen eten en desondanks betrad ik aan de arm van Jane het souterrain.

Hier bevond zich, grenzend aan de tuin, een lichte, ruime woonkeuken. De tafel was informeel gedekt voor drie personen en Marks blik liet niets te raden over. Ik was niet welkom.

‘Wat doe jij hier?’
‘Het spijt mij, Jane, ik moet gaan. Geef Diane een knuffel van mij, wil je?’
‘Antwoord.’
‘Ik heb haar meegetrokken. Het is bijna Kerst. Wij hebben elkaar al zolang niet gezien of gesproken en bovendien was het een lange dag. Ik dacht, ik hoopte. Kun je niet gewoon een stoel bijtrekken zodat Kate met ons mee kan eten?’
‘Je hebt gelijk. Het was een lange dag en hij is nog niet voorbij. Wat je vraagt, Jane, is geen optie maar vooruit, ze mag blijven. Jij! Ga daar staan’, hij wees naar de linker zijkant van het buffet. ‘Johan, Kate eet vandaag aan het buffet. Wil je haar straks een speciale portie van het gebruikelijke serveren?’
De butler grijnsde en knikte.
‘Oh en Johan, koud graag.’
‘Zeker meneer.’

Het smalle buffet vóór mij had ik in de loop der jaren van alle kanten van dichtbij kunnen bestuderen. Het was een uiterst bruikbaar meubelstuk gebleken dat de grens markeerde tussen het kookgedeelte aan mijn linkerzijde en de rest van de ruimte.

Ik stond zoals ik eerder vandaag en vele honderden malen hiervoor gestaan had. Rechtop. Buik- en bilspieren aangetrokken. Schouders omlaag, borsten naar voren. Mijn voeten recht onder mijn schouders. Mijn handen op mijn rug. Mijn hoofd gebogen en mijn blik naar beneden gericht.

Vanuit mijn ooghoeken kon ik rechts de tafel en haar eters zien. Het deed pijn daar te staan op enkele meters afstand van mijn vrienden als een onmondig kind dat van tafel is weggestuurd en zo was het natuurlijk ook min of meer.

‘Kate, houding! Hou die handen stil.’




Kate

woensdag 18 maart 2015

Mooi!





























Kate
18 maart 2015



De zwarte jurk zag ik op de tumblr Brown dress with white dots. Daar komt ook de jarretelgordel vandaan. Makers, fotografen, modellen werden helaas niet genoemd.

donderdag 1 januari 2015

Verhaal achter een foto


Vanavond bij het doorbladeren van de tumblrs die ik volg, deze foto die mij raakt, die me doet stromen zelfs maar niet in de zin dat ik 'het verhaal' achter de foto zie of voel.

Waarom? Waarom deze foto? Ik denk vanwege het ontbreken van fysieke fixatie. De vrouw kan ieder moment opstaan en weglopen. Toch zit zij daar. Wie heeft haar gezegd zich zo te positioneren?

Haar ledematen zo nauwkeurig gerangschikt? Haar benen en voeten lijken versmolten als bij een meermin. De vingers van beide handen heeft zij op dezelfde wijze gebogen.

Kijk, en dan komt toch mijn invulling want zo'n foto raakt niet voor niets. Waarom zit zij daar? Het is nat waar zij knielt en de naden tussen de planken zullen in haar knieën snijden. Oncomfortabel is het woord dat te binnen schiet.

Misschien zit zij daar uit eigen beweging, moet zij haar eigen bedes bedenken en uitspreken, haar eigen positie bepalen ten opzichte van de ander. De ander die achter haar staat, boven haar staat. De persoon voor wie zij knielt.

Mogelijk heeft die ander haar opgedragen op deze wijze te knielen. Wellicht heeft hij haar zelf zo neergezet als een boetseerwerk dat gekneed en gevormd is tot wat hij middels zijn camera heeft vastgelegd.

Een plaatje. Prachtig stil. Wachtend op verlossing. Tot hij haar vertelt dat zij op mag staan, weg mag kruipen of een andere pose dient aan te nemen. Wie kan de gedachtes lezen van een sadist of het verhaal vertellen achter deze foto?

Kate
1 januari 2015


De foto zag ik op de tumblr brown dress with white dots en is overgenomen van een andere tumblr: fetish4. Helaas, zoals zo vaak, wordt daar geen nadere bron of maker genoemd.    

zondag 13 juli 2014

Les uit lusteloosheid geboren



Zondag 13 juli, zeker geen ongeluksdag maar wel een van lusteloosheid. Een stralende dag, dat betekent warm, plakkerig hier boven - dat zou een excuus of reden kunnen zijn - want op een snelle boodschap om de hoek na, deed ik niets.

Nou ja... ik deed niet veel minder of meer dan op vele andere dagen maar het voelde, in tegendeel tot vele andere keren, fout. Ik zou naar buiten moeten gaan, wandelen, een bankje opzoeken in de schaduw, een winkel in desnoods.

Maar ik zat hierboven achter mijn pc in mijn spel - kaw, kingdoms at war. Niet alleen dus want er zijn altijd mensen in de clan en dat zijn zeker ook vrienden al heb je er niets aan als je straks midden in de nacht naar de apotheek moet.

Kijk, en daar heb je het al. Lusteloosheid wellicht - dat is het gevaar - als voorbode van een depressie - zou kunnen, denk het niet. Zeker is wel dat paniek niet ver weg is. Paniek over het alleen zijn tijdens een ernstig ziekbeeld.

Damn! Ik was altijd heel wel in staat voor mezelf te zorgen. Dat was mijn trots. Dat was mijn zekerheid. Het was de basis van waaruit ik mijn leven geleefd heb. Onafhankelijk. Tegen de stroom in.

Het zorgde ervoor dat ik banen aannam en opzei, rustpauzes inlaste om uit te vogelen hoe of waar verder, studies begon om iets voor mezelf te doen ongeacht de situatie op de arbeidsmarkt. Ik emigreerde, zette een bedrijf op. Keerde terug, zette een bedrijf op.

Dat alles kon ik doen omdat ik de luxe had alleen voor mezelf te hoeven zorgen. Dat ik met weinig tevreden was en ben, geen overspannen eisen stel aan het leven dat ik voor mezelf schep, hielp en helpt daar zeker bij.

Ziekte houdt geen rekening met individuele wensen, met je leven zoals je het gewend bent. Ik word keihard geconfronteerd met het feit dat ik mijn leven alleen leef. Meer alleen dan anderen maar ben ik dan echt de enige - zo?

Men gaat er al te makkelijk van uit dat ik een vangnet heb, vrienden, familie, kennissen en buren die ik wel even kan inschakelen of die een bed of kamer of auto ter beschikking zullen stellen. Ja ja. Participatie maatschappij heet dat.

Het zit me meer dan hoog. Ik ben eigenlijk vreselijk boos. Maar ik merk ook dat ik balanceer op de rand van paniek steeds als ik weer hoor dat ik moet zorgen mensen om me heen te hebben als ik straks aan de chemo begin.

'Ik heb geen idee hoe ik het ga doen', mail ik aan broer die tegen die tijd allang weer terug is - of misschien wel weer weg. Hij antwoordt niet. Vecht zijn eigen demonen. Is verliefd. Amsterdam is ver weg en alles hier is lastig. Ik ook.

Ziekzijn is een dagtaak. Die tien minuten alleen met de lampjes op rood - nee, bestralingen doen geen pijn, niet direct althans, frituren is niet de goede term en toch weer wel - het kost mij zo'n drie uur. Dat is geen hele dag maar vooraf doe ik niets en erna evenmin.

Van de week overigens wel. Ik ben gaan shoppen na het pruikenpas gebeuren. Ik kocht een vreselijk duur vest met een hele grote kraag die zelfs over mijn kale hoofd kan, dan. Ik kocht schoenen - een paar dat ik al heb in een andere kleur. Ik kocht het pruiken-meisje boek. Ik kocht een petje en slaapmutsjes.

Wanneer mensen - zoals tijdens het shoppen - vernemen dat ik borstkanker heb, vinden zij mij sterk, moedig, vol energie maar vandaag voelde ik me niet zo. Ik was ook niet depri hoor, niet in tranen. Eigenlijk, ik zei het al, was het een dag als zo vaak.

Ik was actief in mijn spel. Liep wat op en neer door het huis. Stapte het landgoed op en af. Genoot van een appelmoes ijsje(*). Deed een boodschapje. Waste een zwarte was. Maakte bami. Raapte slakken tijdens het dagelijkse 'slakkenbal' op het landgoed. Zocht een 'lusteloos-plaatje'.

Ha! Zo lusteloos was ik dus blijkbaar niet maar ik ging niet wandelen, sloot mezelf op in mijn huis - niets anders dan anders maar het voelde niet goed. Ik vind dat ik actiever moet zijn. Dat is het gevolg van het geroer en betweteren van anderen. Nee, het is het gevolg van mijn onrust, van mijn angst.

Niet bang zijn! Adem in en uit en in en uit. Angst is een slechte raadgever. Een mens vreest het meest voor het lijden dat hij vreest. Wonen in Amsterdam is perfect op dit moment. Er zijn winkels in de buurt, taxi's, bussen, mensen.

Het zal goed komen. Alles komt goed. In elk geval zal het zijn zoals het moet zijn en ik ben niet voor een gat te vangen. Broer komt terug, is terug, zal er zijn. En anders zoek ik nog even snel een partner. Hahaha. Sorry, misplaatst grapje.

Nee, lusteloos is niet de goede term. Ik moet gewoon wennen aan veranderende omstandigheden. Ik ben niet meer degene die mijn leven kan maken. Ik ben niet meer de persoon die met niemand rekening hoeft te houden. 

Ik moet me aanpassen aan de eisen die nu aan mij gesteld worden. Als kind al werd ik gebrandmerkt als kampend met aanpassingsproblemen. Ik heb tijd nodig. Ik heb nog tijd. Er is nog tijd om te wennen. Tijd om mij aan te passen en open te stellen.

Ja, ik heb hulp nodig en nee, ik zal proberen niet te grommen. Ik ga proberen lief en aardig te zijn, niet te snauwen noch mensen van mij af te duwen. In 2003 bedacht ik dat het mijn les was mij meer met mensen te verstaan. Ha! Opnieuw zal dit mijn les zijn. 

Ik startte een BDSM datingbedrijf en deed hele goede dingen van 2003 tot eind 2008 maar ik hield privé en zaken gescheiden. Ik stond boven de partijen. Ik, die zo graag een partner wenste, vond hem niet. Maar wat was mijn bedrijf, wat was ik goed voor anderen. Wat kreeg ik veel vertrouwen.

Toen ik mijn bedrijf sloot, trok ik mij terug uit de BDSM wereld. Ik veranderde mijn naam. Wiste mijn site en het mailadres. Het uitstapje naar de buitenwereld was voorbij. Ik was en ben geen mensen mens.

En nu denk ik, opeens nu ik in de hitte van de avond met het voetbal op de achtergrond op de toetsen rammel. Ik moet meer mensen mens worden. Nooit leefde ik zo solitair als de afgelopen jaren. Dat is niet handig, begrijp ik, als je borstkanker hebt.

En dus hier is mijn les: om mensen om mij heen te verzamelen. Vrienden te maken. Een netwerk te weven. Niet omdat ik borstkanker heb maar omdat mensen leuk zijn en interessant en een uitdaging voor mij en helend. 

Wow. Dat is wat je noemt een uitdaging. Daarom had ik vandaag naar buiten gemoeten hoewel ik mij niet kan voorstellen op straat vrienden te vinden. Ik moet leren, blijkbaar, om mijn comfortzone achter me te laten en me open te stellen voor de stad, mijn buurt en mensen.

Dit is ook waarom ik elke dag zou moeten schrijven. Omdat het mij brengt waar ik anders niet kan komen. Zo vaak meegemaakt - niet alleen in fictie - als je maar lang genoeg schrijft, doe je inzichten op die anders verborgen blijven(**).

Dit is het dan. Mijn solitaire leven achter mij laten. Leven maar niet meer alleen. Dat is mijn les.

Kate
13 juli 2014


(*) appelmoes ijsjes maak je door biologische appelmoes romig te roeren met wat melk en wat meer gembervocht uit een potje gekonfijte gember - vier tot zes uur in ijslollie vormpjes in de diepvries. Heerlijk.

(**) met excuses voor de lengte van dit blog.

De foto: Pensive Young Woman by the Window is gemaakt door Oliver Rossi. Te vinden op Corbis onder stock photo ID: 42-59937508. Het  copyright rust bij Oliver Rossi/Corbis

vrijdag 16 augustus 2013

Kersttijd - 18. Zekerheid

What’s wrong?’ Jane had geen woorden nodig om te weten dat ik ergens mee zat.
‘Heb je, was je...?’
‘Ja, we hebben je gezien. Je was zo mooi. Zo ingetogen sober. Verstilde pracht. Zelden heb ik zoiets gezien. Geen wonder dat Mark trots is op jou. Zijn ogen zijn de hele tijd op jou gericht geweest.’

‘Ik mag zijn keten niet meer dragen, weet je dat?’
‘Ja, dat heeft hij verteld.’
‘Ook waarom dat zo is?’
‘Nee, en ik hoef het niet te weten ook. Ik weet dat je heel hard je best doet om wat er is gebeurd goed te maken.’

‘Inderdaad', bromde Clive, 'kom hier dat ik je kan kussen. Het is dat ik in Jane de allerbeste vrouw heb gevonden die ik mij wensen kan maar anders zou ik serieus overwegen je van Mark af te troggelen.’
‘Mark zou me nooit laten gaan.’ Ik verbaasde mijzelf door dit, wat helemaal niet in steen gebeiteld stond, zo stellig te verklaren. Dat Mark me nooit zou laten gaan. Was dat wel zo?

‘En jij, Kate, zou jij anders willen dan te zijn waar hij is?’ Clive keek me aan.
Ik schudde nee.
‘Ik wil het je horen zeggen, Kate.’ Hij was duidelijk bijgepraat door Mark.
Moet ik me zorgen maken?’
‘Nee. Nee, ik wil nergens anders zijn dan waar Mark is en hoewel er reden is voor zorg heb ik vertrouwen in Mark. Hij zal alles doen om mij te steunen.’

‘Mooi. Daar ben ik blij om en dat weet ik ook. Jane komt volgende week een paar dagen bij je logeren. Praat met haar als je wilt. Het zal je goed doen. Het zal jullie beiden goeddoen. Heeft ze je al verteld over de kleine James? Hij heeft nu al de streken van zijn vader.’

Het gesprek ging, niet geheel en al onlogisch, verder over de kinderen klein en groot, het huis in Frankrijk waar ik zulke bijzondere herinneringen aan had, gemeenschappelijke vrienden in Londen en over van alles behalve over Mark en mij, mijn slavernij, het leven hier en de onzekere situatie waarin ik mij bevond.

Het was fijn het even te kunnen laten rusten en op te gaan in de verhalen over een leven dat ik kende uit mijn Engelse tijd maar zelf te weinig gekend had. Ik ervoer weer hoe het is gewoon met vrienden onder elkaar te zijn. Warm, gezellig zonder vonken en spanning. Ik was op mijn gemak en ik ontspande.

Het was bijna Kerst. Eindelijk Kerst. Mark zou mij nooit laten gaan.




Kate

donderdag 15 augustus 2013

Kersttijd - 17. Vriendschap

Mark. Waar was hij? Ik keek rond, zag de open haard aan de overkant van de kamer en volle boekenkasten langs de wanden, een verdwaalde paspop feestelijk aangekleed. Kerstballen aan de kroonluchters, een boom in de hoek bij het raam. Gordijnen van velours. Her en der fauteuils en een chesterfield rechts van de deur. Geen Mark.

Ik had niet eens gemerkt dat hij weg was gegaan. Waarheen? De kamer waar ik mijn nu bevond, Mark noemt het de salon, was ideaal om koude winteravonden door te brengen maar de privévertrekken bevonden zich op de hoger gelegen etages en Mark gebruikte deze ruimte bij de entree hoofdzakelijk als ontvangstkamer voor relaties. Hij liet er het aperitief en de koffie serveren wanneer de eetkamer aan de overkant gebruikt werd.

Het was vreemd hier te zijn, gekleed, zonder instructies. Mark had mij een verrassing beloofd en dat was het, een schok van het goede soort. Gevoel van opluchting ook en daarmee kwamen de waterlanders. Niet Tessa maar Jane. Jane die me volgde toen ik bij haar wegliep omdat ik het niet gewoon ben mijn verdriet te tonen in het openbaar.

Lieve, lieve Jane. Ze gaf mij haar zakdoek, troostte mij, knuffelde en lachte. Het was goed. Alles was goed. Ze trok me naar de bank. Ik had er nog nooit op gezeten. Ze schonk thee in en bood me zelfgemaakte shortbread biscuits aan uit een trommeltje.

Ondertussen vertelde ze over James, haar zoon die net een kleine gekregen had en over haar dochter Diane - mijn petekind - die in Parijs woont en waar zij en Clive de Kerstdagen zouden doorbrengen.

Daarna moest Clive in Duitsland zijn voor zaken en Jane zou gezellig een paar dagen bij mij komen logeren. Hoe ik dat vond? Alsof ik wat te vinden had. Heerlijk natuurlijk. Na de Kerst zou Mark geen tijd voor mij hebben. Hij moest zich voorbereiden op een uitzonderlijk lange zakenreis.

Wat er met mij zou gebeuren tijdens zijn afwezigheid, daar had hij zich slechts vaag over uitgelaten. Het baarde me zorgen. Meer dan ik hem had laten blijken. Ik was doodsbang dat hij mij bij Tessa zou plaatsen.

‘Heb je het koud lieverd?’
‘Nee, Jane het was gewoon een dominee die voorbijging.’
Jane ging er niet op in. Ze vroeg nogmaals of ik het wel leuk zou vinden haar te gast te hebben en ik bevestigde dat dat zo was. We hadden elkaar lang niet gezien en voor Jane heb ik geen geheimen. Het zou fijn zijn mijn hart weer eens te luchten en haar kijk op de recente gebeurtenissen te vernemen.

Wist zij eigenlijk dat Mark Tessa kende? Wist zij dat Tessa vanmiddag de receptie had bezocht? Was, waren Jane en Clive er soms ook geweest? Oh shit.


Kate 

woensdag 14 augustus 2013

Kersttijd - 16. Pijn

Wij stopten voor de laatste deur aan de linkerkant. Prachtige deuren heeft de Keizersgracht.
‘Niet bang zijn, lieve Kate.’
Hij klopte op de deur, opende die – ‘here she is’.

Jane, rode krullen, groene ogen, sproeten in het gelaat, zo Schots als maar zijn kan, vloog naar me toe, sloeg haar armen om mij heen, kuste me.

Kate, darling Kate. There you are. Let me look at you.’
Jane. Mijn lieve, lieve Jane. Onze vriendschap is ouder dan mijn slavernij. Zij en Clive.
Where is Clive? Is he here?’
He’ll join us in a few minutes.’

Natuurlijk was Clive was er ook. Hij en Jane waren het hechtste echtpaar dat ik kende – altijd samen. Lief. Open. Eerlijk. Alles wat je van vrienden mag verwachten en meer. Zij waren degenen die ik raadpleegde voor ik Mark vroeg mijn slavernij vorm te geven. Zij waren mijn klankbord en het zijne.

Zij waren mijn advocaten en vertegenwoordigers in de beginperiode toen ik geen stem had, geen rechten, toen ik niets mocht dan wennen aan het idee van Mark te zijn. Slavin. Wat was ik groen. Dat kon ik in reden niet meer van mezelf zeggen en toch was de pijn nooit minder geworden.

Het was zwaar in slavernij te leven. Ook toen ik zijn keten nog mocht dragen, had Mark het mij niet gemakkelijk gemaakt. Wat ik ervoor terugkreeg, was een vreemd soort genoegdoening. Een mengeling van trots, rust, zelfvertrouwen en stilte. Stilte in mijn hoofd wanneer de demonen uit het verleden zwegen.

Plus liefde. Liefde die indertijd had ontbroken. Onvoorstelbaar hoeveel liefde ik al had ervaren van Mark en hoeveel liefde ik terug kon geven. De bron van al het goede was pijn. Mijn pijn. Mijn lijden.

De kwellingen die ik als volwassen vrouw onderging, voedden het meisje, de jonge vrouw uit het verleden. Kalmeerden haar. Beschermden haar. Erkenden haar bestaan en gaven haar liefde. Door barrières van tijd en plaats heen ontstond er in het diepst van de pijn een helende connectie tussen het heden en mijn verleden.

Mark had weleens gezegd dat er een tijd zou komen dat het niet meer nodig zou zijn geslagen te worden. ‘Dan pak jij je tassen, legt misschien nog een briefje neer en gaat op reis zonder mij.’ Ongelovig had ik hem aangekeken maar hij was bloedserieus. ‘Als de tijd daar is, lieve Kate, dat jij moet gaan, laat dan alsjeblieft een briefje achter.’

Ik zag iets dat ik nooit eerder in zijn ogen gezien had. Pas later realiseerde ik mij dat het het bliksemen van oud zeer was geweest dat nog niet te ruste gelegd kon worden. Hoe herkenbaar. Mark vocht met zijn eigen duivels: sloeg mij en zorgde voor het jongetje dat hij ooit was.



Kate 


woensdag 7 augustus 2013

Kersttijd - 15. Dilemma

Wij zijn niet over een nacht ijs gegaan. Allerminst. Er was geen haast slechts zorgvuldigheid. En ondanks dat, ondanks al mijn ervaring en alles wat wij voorafgaand aan mijn onderwerping aan Mark hadden besproken, hoe kon ik weten dat hij mij op een dag mijn keten zou ontnemen, de zwaarst mogelijke sanctie op één na?

Mijn bestaansrecht in de vuilnisbak geworpen omdat hij mij had aangetroffen voor de deur in gevecht met een stelletje Oost-Europeanen. Mark had mij weggetrokken van de Poolse om wiens keel ik mijn hand geklauwd had. Hij had mij naar binnen gewerkt en de trap opgesleurd.

Hij eiste dat ik hem vertelde wat de oorzaak van het gevecht was. Ik weigerde. Ik weigerde meerdere keren. Mark had daarna heel gemakkelijk - en conform zijn recht – gebruik kunnen maken van de ondervragingstechnieken waar hij als krijgsheer over beschikt.

Hij koos ervoor dat niet te doen. Dat getuigt van respect en ik ben hem er diep dankbaar voor. Ik heb er geen spijt van dat ik het meisje naar de keel ben gevlogen en ik accepteer de consequenties
(*) die Mark eraan verbonden heeft maar hoe kan ik mijzelf ooit vergeven voor de pijn die ik Mark aandoe?

Hij behandelt mij anders sinds ik ketenloos ben. Ongeketend neemt hij mij niet in zijn armen, nodigt mij niet in zijn bed, raakt mij slechts aan als het niet anders kan. Mark zegt er nooit wat over maar ik voel wat het met hem doet mij te moeten missen in zijn armen, in zijn bed, aan zijn keten. Mijn schuld.

Gelukkig heeft hij mij de mogelijkheid geboden de keten schakel voor schakel terug te verdienen. Hij waarschuwde vooraf: ‘het zal zwaar worden Kate. Voor jou en voor mij.’ Het is loodzwaar gebleken. Hoe gemakkelijk zou het zijn hem alsnog alles te vertellen? Hoe moeilijk. Met wat voor gevolgen?

Informatie achterhouden, zwijgen staat gelijk aan verraad. Op verraad volgt verbanning. Mijn keten is mij ontnomen daarmee sta ik al half buiten. Mark weet het niet maar spreken, klikken, openheid van zaken geven, is zo mogelijk erger. Hierop staat – niet aan denken. Gewoon niet aan denken.

Dit is het dilemma waarmee ik worstel: de keuze tussen kwaad en erger. Ondertussen probeer ik uit alle macht mijn keten terug te verdienen – schakel voor schakel maar het lijkt een verloren strijd en straks moet Mark op reis. Wat zal er gebeuren tijdens zijn afwezigheid. Wie zit of zitten er in de salon op mij te wachten?



Kate 



(*) Lees over de consequenties van het verlies van haar keten in 236 Schakels. 

maandag 5 augustus 2013

Kersttijd - 14. Geluk

Onrustig wachtte ik op nieuws. Mark zweeg. Beantwoordde mijn verjaardagswens niet. Liet Kerst voorbijgaan. De kerktoren sloeg twaalf. Vuurwerk spatte uiteen boven de stad en ik vroeg me af of dit symbolisch was voor mijn wens.

Had ik Mark dan toch verkeerd ingeschat? Maar hij had mij herkend. Al tijdens de allereerste ontmoeting in Coventry had hij de slavin in mij gezien. Hij had er geen doekjes omgewonden. Als ik met hem mee zou gaan, zou hij mij slaan. Liefhebben en slaan. Ik was meegegaan. Zijn ogen logen niet, hebben nooit gelogen. Hij wilde meer.

Hoe dan ook, ieder mens kan zich vergissen. Misschien had ik beter mijn mond kunnen houden. Aan de andere kant, het was niets voor Mark om geen antwoord te geven. Als hij wat niet wilde, als iets niet kon om wat voor reden dan ook, dan zei hij dat.

Hij had gezegd te moeten nadenken en er speelden meerdere zaken die zijn aandacht vergden. Vroeger of later zou Mark met een antwoord komen. Ik kon maar beter genieten van de vrijheid die mij nog restte. Ik schonk een groot glas rode wijn in, schoof de gordijnen wijder open en vierde de laatste nieuwjaarsnacht van mijn oude bestaan.

Ik sliep nog toen hij belde.
‘Besef je hoever het kan gaan?’
‘Ja, meneer. Dat besef ik, meneer.’

Ik verviel in de spreekstijl, het gedrag uit de periode dat mijn slaap niet van mij was en ik geacht werd op ieder moment van de dag en nacht helder, deemoedig en geknield te antwoorden op wat voor vraag of bevel dan ook. Nu ik om zes uur ’s ochtends, na maanden van stilte overvallen werd met vragen over een mogelijk slavenbestaan, greep ik onbewust terug naar wat me in die zwarte jaren bijgebracht was.

‘Is je wens nog steeds dezelfde?’
‘Ja, meneer.’
‘Je wilt in slavernij leven, klopt dat?’
‘Onder jou.’
‘Ja. Ik wil dat ook en ik ben in staat je zo’n leven te bieden.’

Hij keerde terug naar Nederland, naar mij. Hij knielde voor mij, gaf zichzelf aan mij, legde mij voor hoe hij mijn toekomst zag. ‘Leven om gepijnigd te worden op elke mogelijke wijze.’ Dat was hard.

Onverwacht hard kan ik wel stellen maar het is wat hij voor mij wilde: beperking, gebrek, ketens, slaag en liefde want, zo verzekerde hij mij, er zouden altijd momenten blijven van liefde en koestering, van aandacht en samenzijn. Het zoet niet zonder het zuur. Dat is mijn geluk.





Kate

zondag 4 augustus 2013

Kersttijd - 13. Slavernij

Opnieuw volgde ik Mark de trap af, de gang in. Mijn linkerpols in zijn rechterhand. Dit was waar ik voor had getekend met mijn bloed, lang geleden nadat de gesprekken beëindigd waren en de contracten opgesteld. Het was en is mijn plicht, mijn wens hem te volgen tot het einde.

Zo liepen we in de vroege avond van vrijdag 23 december naar de salon rechts van de voordeur, waar op mij gewacht werd. Meer wist ik niet. Meer was mij niet verteld. Wie kan weten, echt weten wat het betekent onwetend, in blind vertrouwen te moeten volgen? Geen zeggenschap te hebben en te leven bij de gratie van een ander?

Hier liep een elegante, intelligente vrouw die zich ogenschijnlijk kon meten met de besten maar ervoor had gekozen haar recht op zelfbeschikking op te geven om zich willoos en gehoorzaam te voegen naar de wensen en eisen van een sadist. Het is niet de makkelijkste weg die ik gekozen heb.

‘Ik zal je slaan iedere dag dat wij samen zijn. Is dat wat je wilt? Bij slaan zal het niet blijven Je zult je leven alleen leven. Leven om gepijnigd te worden op elke mogelijke wijze. Jij zult de mijne zijn onvoorwaardelijk zoals ik de mijne ben en daar zullen wij elkaar ontmoeten. Is dit wat je wilt? Echt wilt?’

Een leven in slavernij. Mijn wens. Ik heb Mark erom gevraagd dat leven vorm te geven. Hij hield de boot af en toen heb ik hem gesmeekt me alsjeblieft, alstublieft tot de zijne te maken. Zijn antwoord was dat hij daarover moest nadenken. Hij moest op reis maar luchthavens en hotelkamers zouden tijd en gelegenheid bieden om zijn gedachtes te ordenen.

Hij verdween van de radar. Maandenlang kwam hij niet naar Amsterdam en liet niets van zich horen. Vrienden informeerden mij over zijn scheiding, de zorg om en voor zijn kids. In de media las ik berichten over een prestigieus project, een grote internationale opdrachtgever en de vestiging van een nieuw hoofdkantoor in Nederland.

Het was duidelijk dat Mark het druk had. Jane merkte op dat hij zich begroef in zijn werk om niet over mij te hoeven denken, over mijn vraag, over zijn dominantie. Clive stelde dat het een vlucht was en dat Mark blijkbaar ruimte nodig had. Het advies was te wachten. Geen grote beslissingen te nemen tot Mark van zich had laten horen. 

Ik wachtte.


Kate

maandag 29 juli 2013

Kersttijd - 12. Geloof, hoop, liefde

Ongeduld, dat is wat ik hoorde in zijn stem, in zijn voetstappen toen hij wegliep en terugkwam met een glas water in zijn hand.
‘Drink.’
Ik dronk.
Mark wachtte tot ik uitgedronken was, nam het glas uit mijn hand en zette het weg. Met korte felle streken werkte hij mijn make-up bij.

‘Er zitten mensen in de salon die voor jou gekomen zijn. Zij hebben geen tijd te wachten tot jij het geloof in jezelf hervonden hebt. Ik vraag je andermaal om mij te vertrouwen en in jezelf te geloven. Je bent zo sterk dat je onder mij in slavernij kunt leven. Accepteer dat. Geloof in jezelf. Vertrouw op mij. Dat is waar je het mee moet doen zolang je dit leven wilt leven zonder eraan onderdoor te gaan. Dat kun je en je wilt het. Handel ernaar. Geloof, vertrouw en hoop. Zonder dat.’ 

Mark snoof.
‘We hebben het er nog wel over voor mijn vertrek. Denk niet dat ik het hierbij laat zitten. Sta op. Prachtig. Je bent zo’n prachtige vrouw. Ik wou dat je besefte hoe speciaal en schitterend en, verdomme Kate, straal. Het is bijna Kerst. We hebben nog maar een paar dagen samen voor ik op reis moet.’

‘Ik ben bang.’
‘Ja. Je bent verschrikkelijk bang. Een deel van mij wil niets liever. Dat weet je.’
‘Ja.’
‘Het is begrijpelijk dat je bang bent. Het was een lange dag. Je bent moe en God weet wat je allemaal bedacht hebt aan horror scenario’s maar het is niet aan mij om je gerust te stellen. Ook dat weet je.’
‘Ja.’

‘Goed. Dan moet ik nu van je weten of je het ondanks je angst aandurft nogmaals de wandeling naar beneden met mij te maken. Kate, vertrouw je mij?’
‘Ja.’ 
Een ander antwoord was er niet.
‘Dan gaan we, goed?’
‘Ja.’

Hij pakte mij bij mijn schouders en draaide me in de richting van de spiegel. ‘Kijk naar jezelf. Kijk.’
Ik was gekleed in een zwart jurkje dat ik slechts een keer eerder had mogen dragen, kousen en nieuwe zwarte lak pumps van het merk waar ik zo op weg loop, de zolen voorgeruwd zodat ik niet zou uitglijden. Geen juwelen op de armband na. Mark had een bescheiden make-up aangebracht. Hij liet mijn schouders los en veranderde nog wat aan mijn haar.

‘Zie je het, Kate?’
Ik zag het. Ik zag het echt. Daar stond een vrouw, ingetogen, eenvoudige chique, sexy, rechtop en ze straalde kracht uit en liefde en aanvaarding. Mark stond achter mij en onze blikken kruisten elkaar in de spiegel.

‘Ben je er klaar voor?’
‘Ja.’
‘Kom.’
‘Mark?’
‘Ja, schat?’
‘Dank je wel.’
‘Kom.’




Kate 

maandag 15 juli 2013

Kersttijd - 11. Kerstcadeau

‘Ben je er klaar voor?’
We waren beiden aangekleed. Het was fijn kleren aan te hebben. Ik was lang genoeg bloot geweest en dat wat nog zou komen – wat het ook was – wilde ik liever niet naakt ondergaan. Gelukkig dacht Mark daar blijkbaar net zo over.
‘Ja.’ 

‘Ja, ik denk het ook. Op een ding na. Dit is voor jou. Ik heb besloten niet tot Kerst te wachten. Wat je van mij krijgt, nu en straks, krijg je omdat je zo mooi was vandaag en het afgelopen jaar. Zo mooi en moedig en sterk. Je kunt je niet voorstellen wat het voor mij betekent dat ik jou de mijne mag noemen. Dank je wel, lieve Kate.’

Het pakje voelde zwaar en slap. Precies zoals ik het me had voorgesteld toen ik had gefantaseerd over de keten onder de kerstboom maar daar was het te klein voor.
‘Mag ik het openmaken?’
‘Zal ik het doen?’ Hij stak zijn hand uit. ‘Ogen dicht.’ Mark pakte mijn pols en omwond die met iets kouds, hards. ‘Alsjeblieft schat, kijk maar.’

Even dacht ik dat het toch een keten was, dat ik niet langer ketenloos hoefde zijn. Maar nee. Dit was juwelierswerk. Handgemaakt, dat moest wel. Het was een lange armband een aantal keer om mijn pols geslagen, bestaande uit gouden schakels en gesloten met een slot dat ik, anders dan bij mijn keten, zelfstandig kon openen en sluiten.

‘Dit is geen belofte, Kate maar een uiting van hoop op dat wat voor jou van wezenlijk belang is en ook voor mij.’

Hoop. Dunne, ijle, al bijna vervlogen hoop. Ik durfde niet te vragen waar het aantal schakels van deze armband voor stond. Niet vanavond. Nog steeds maakte ik kans om mijn keten hem terug te verdienen, schakel voor schakel. Of niet? Hoe ik er ook tegen vocht, het leek een verloren strijd en ik voorvoelde het resultaat, proefde de pijn nog voor ik geslagen, ontslagen werd. Mark zou mij laten gaan. Dat was duidelijk. Ik was als het oude jaar dat de uren telt die hem nog resten.

Mark veegde mijn tranen weg. ‘Hou moed, Kate. Beloof me hoop te houden, in jezelf te geloven en in mij.’ 
Ik knikte, snikte, slikte. ‘Oké.’
‘Oké is niet genoeg.’



Kate