Amsterdam, 17 december 2010: dikke pakken sneeuw bedekten de stad. Bij de warme kachel dacht ik: brrr ik blijf maar binnen maar ik moest naar buiten en daarna wilde ik want het was heerlijk op straat.
Wintersport in Amsterdam Centrum. We liepen over de gracht met prachtig wit bedekte bomen en passeerde auto's die van de brug afgleden en er niet meer op kwamen.
Overal waren mensen bereid elkaar te helpen want alleen kun je niets, ben je niets - dat leert de natuur elke keer opnieuw en over de hele wereld. Alleen de tramconductrice vond het nodig haar taak naar de letter uit te voeren. Zucht. Ach ja, zei ik al dat het buiten lekkerder was dan binnen?
Op de Haarlemmersluis tussen Haarlemmerstraat en Korte Nieuwendijk stond een paardentram of -koets alsof die er moest staan en altijd gestaan had. Klopt want toen we terugkwamen uren later stond hij er nog maar nu zaten er mensen in. Nadat een meisje ons op de foto had gezet, dank je wel!, vervolgden wij onze winterwandeling richting Dam en Munt.
Daar, omdat het nu wel heel grijs aan het worden was en nat, van een heerlijke koffie-met-slagroom en appelgebak genoten waarna we toen het droog was en de kopjes en schoteltjes leeg vol goede moed de wandeling terug aanvingen.
Langs de Kalverstraat via het Spui naar de Nieuwezijds - prachtig gezicht als je de straat inkeek naar de bomen en de Kerstverlichting. Via een winkel doorgestoken naar de Spuistraat waar de sfeer anders en misschien zo mogelijk nog nostalgischer - maar is dat het woord wel dat ik wil gebruiken?
Hoe dan ook, het was een heerlijke wandeling die eindigde bij mijn moeder waar ik lekker gekookt heb met verse spinazie, venkel met blauwe kaas saus, hollandse biefstuk en aardappel gratin. Nog een kopje koffie tijdens de weerberichten voor morgen en daarna naar huis.
Gelukkig heb ik mijn roze :=) bergschoenen waar ik nooit meer plezier van heb dan tijdens het winterweer in Nederland. De sneeuw op het erf - sinds het middaguur onaangetast - was zo hoog dat ik er tot mijn enkels in wegzakte. Het deerde me niet.
Even keek ik om... Had ik kinderen gehad dan zouden hier nu sneeuwpoppen staan en een sleetje bij de deur. Ach ja, je kunt niet alles hebben. Ik had in goed en vertrouwd gezelschap een fantastische middag wandelend in de sneeuw door winters Amsterdam. Meer heb je niet nodig om gelukkig te zijn.
Kate
17 december 2010
vrijdag 17 december 2010
Een simpele vraag - 8.
‘Mevrouw’, heb ik dat echt gezegd? Is het zo duidelijk tussen ons? Na één espresso? Ik moet naar huis. Ik moet hem mailen.
Ik sla af richting Vondelpark waar ik altijd verdwaal maar nooit op de weg naar huis. Ik loop en loop. Zie zonder te zien, hoor zonder te horen. Ik ben een zombie verdwaald in het park. Ik loop er wel maar ben er niet.
‘Hoe zou je het vinden als hij mij boven jou zou verkiezen? Hoe zou je het vinden? Mij boven jou. Mij boven jou. Mij boven jou.’
Ik loop waar ik normaal gesproken nooit kom: langs junks die wachten op hun leveranciers, door bosjes waar illegale stelletjes hun ding doen. Ik ontwijk de resten van picknicks en seks, sociale danwel eenzame bezigheden met anderen in de buitenlucht.
Ik kijk en zie herkenningspunten zonder ze te herkennen. Het theehuis, het openluchttheater. Het beeld van Picasso: ‘neem jij de glazen mee, dan zorg ik voor de champagne’. De speeltuin waar hij met zijn kids zoveel uurtjes doorbrengt en het café onder het filmmuseum – hij heeft het er altijd over maar wij zijn er nog nooit samen geweest.
Vertigo, eindelijk weet ik waar ik ben. Hier kan ik het park uit. Een tram nemen. Ik moet naar huis. Ik moet hem mailen. Dit is belachelijk. Zij boven mij. Hoe komt ze erbij? Hoe durft ze? Daar heeft zij bijzonder weinig over te zeggen. Dit zijn zaken die hij beslist.
Ik sla af richting Vondelpark waar ik altijd verdwaal maar nooit op de weg naar huis. Ik loop en loop. Zie zonder te zien, hoor zonder te horen. Ik ben een zombie verdwaald in het park. Ik loop er wel maar ben er niet.
‘Hoe zou je het vinden als hij mij boven jou zou verkiezen? Hoe zou je het vinden? Mij boven jou. Mij boven jou. Mij boven jou.’
Ik loop waar ik normaal gesproken nooit kom: langs junks die wachten op hun leveranciers, door bosjes waar illegale stelletjes hun ding doen. Ik ontwijk de resten van picknicks en seks, sociale danwel eenzame bezigheden met anderen in de buitenlucht.
Ik kijk en zie herkenningspunten zonder ze te herkennen. Het theehuis, het openluchttheater. Het beeld van Picasso: ‘neem jij de glazen mee, dan zorg ik voor de champagne’. De speeltuin waar hij met zijn kids zoveel uurtjes doorbrengt en het café onder het filmmuseum – hij heeft het er altijd over maar wij zijn er nog nooit samen geweest.
Vertigo, eindelijk weet ik waar ik ben. Hier kan ik het park uit. Een tram nemen. Ik moet naar huis. Ik moet hem mailen. Dit is belachelijk. Zij boven mij. Hoe komt ze erbij? Hoe durft ze? Daar heeft zij bijzonder weinig over te zeggen. Dit zijn zaken die hij beslist.
Labels: ketens, kneuterigheid
bdsm,
Een simpele vraag,
ketens,
verhalen
donderdag 16 december 2010
The Apprentice 2010
Ik moest een traantje wegpinken - wist u al dat ik een emotioneel mens ben? - toen Joanna Riley, een van de laatst overgebleven kandidaten van The Apprentice, het proces moest verlaten. Gek eigenlijk want het enige dat zij en ik gemeen hebben, is dat wij een eigen bedrijf hebben opgestart.
![]() |
Zij, in haar eigen woorden: de schoonmaakster uit Leicester kreeg de mooiste afscheidswoorden ooit van Lord Sugar. Hij zei: 'learn to love what you are doing' en voegde eraan toe dat zij met opgeheven hoofd het programma kon verlaten 'you done very very well'. Het was heel bijzonder.
Het was, denk ik, een van de beste series van The Apprentice. Dat kwam door memorabele kandidaten zoals Stuart Baggs 'The Brand'. Hoe verzin je het om jezelf, in je c.v., "Het Merk" te noemen?
Het was het begin van vele gedenkwaardige uitspraken van de eenentwintig jarige. Week na week zorgde hij fantastische televisie en stapje voor stapje naderde hij de finale met als hoogtepunt een speech in the boardroom vorige week die niet onder deed voor de monologen van Shakespeare's grootste helden op het slagveld.
Zoals wij weten volgt de ondergang daarna bijzonder snel. Ook hier. Tegen alle verwachtingen in, wist Stuart zijn hachje te sparen. Hij mocht door naar de interviewronde waar hij zijn Waterloo vond en Lord Sugar moest erkennen dat het een foute inschatting was geweest Stuart ten koste van Liz - de kandidate die naar huis moest - in het proces te houden.
Gelukkig maar voor Alan Sugar heeft hij adviseurs die het ondervragen tot een zaak van leven of dood hebben verheven - 'mental torture' zei Joanna erover. Prijsloos was de interactie tussen Stuart en Claude, een van de interviewers. Stuart vond zichzelf een grote vis in een kleine zee. Fout, zei Claude: je bent geen grote vis, je bent zelfs helemaal geen vis. Ai!
Er waren nu nog drie kandidaten over en nog een van hen moest het veld ruimen. Innemend als hij was, Jamie Lester had zijn beste tijd gehad en Lord Sugar liet hem gaan nadat men over hem rapporteerde dat hij nogal makkelijk de schuld voor zaken in zijn leven bij anderen neerlegde.Of dat terecht was is de vraag want dat was niet zoals hij de afgelopen weken was geportretteerd maar duidelijk was dat vermoeidheid Jamies prestaties niet ten goede was gekomen. Zijn vertrek al was het als laatste van de overgebleven kandidaten voor de finale viel eerlijk gezegd wat in het niet bij het congé van de andere twee.
En daarmee zijn er twee over die, met behulp van de oud-kandidaten, de strijd moeten aanbinden om de titel en bijbehorende functie van in een van de bedrijven van Lord Sugar van The Apprentice.
De eerste finalist is Stella English - en ik denk ook dat zij de favoriet is op dit moment. De ander is Chris Bates. Zij moeten in de finale aflevering een nieuw alcoholisch drankje bedenken, produceren en aan de markt presenteren.Erna, als altijd na een aflevering van The Apprentice, zullen we kunnen genieten van de nazit: The Apprentice, You're Fired wat voor deze gelegenheid heet: You're Hired.
De nazit had dit seizoen een nieuwe host, Dara O Briain die er even in moest komen maar vanavond zijn plaats zeker veroverd had. Ik zal er misschien later nog over bloggen maar deze humoristische terugblik op "het leven" van de kandidaten in de serie waarin zij zijn weggestemd mis ik bij Nederlandse "afvalshows".
Het voelt als een cathartische ontlading. Nog één keer kunnen we om en nu mét de kandidaat lachen om zijn of haar perikelen tijdens de show. Er zijn drie panelleden die hun menig geven en er is publiek dat waar gewenst kan boe-en en ah-en en kan aangeven of Lord Sugar de juiste beslissing heeft genomen.
In The Apprentice: You're Fired kan een kandidaat kan laten zien hoe hij of zij "normaal genomen" is, d.w.z. zonder de druk van de competitie, zonder editing van een redactie die er is om een spannende aflevering af te leveren. Het is altijd voor iedere kandidaat een positieve wijze om de serie mee af te sluiten.
Vanavond op BBC1 om 23:35 kijkt Lord Sugar in Why I Fired Them terug op de kandidaten die hij weggestuurd heeft. A.s. zondag is de laatste aflevering The Final & You're Hired te zien op BBC1 om 22:00 uur.
Kate
16 december 2010
De foto van Dara O Briain komt van:
http://www.telegraph.co.uk/culture/tvandradio/5712453/Interview-Dara-OBriain.html
Alle andere foto's zijn afkomstig van: http://www.bbc.co.uk/apprentice/series6/
Labels: ketens, kneuterigheid
kneuterigheid,
The Apprentice,
tv
Een simpele vraag - 7.
Mail beantwoord ik altijd en haar bericht was vol lof. Zij had al mijn verhalen gelezen, ook de schrijfsels die niet meer op de site staan. Zij, gefascineerd door mijn schrijven, vraagt of de man waar ik over schrijf, mijn man, echt bestaat.
Ja, hij bestaat maar ik zou niet durven zeggen dat ik een man heb. Hij is niet mijn man. Daarvoor staan we te ver van elkaar. Te ver en te dichtbij. Zijn vrouw zal ik nooit zijn. Als ik de laatste vrouw op aarde was, dan nog zou hij mij het recht om mij zijn vrouw te noemen onthouden.
Zij is een vrouw die wel een man heeft, maar één is haar niet genoeg. Hoe oneerlijk is dat? Of hoe zielig, of hoe mooi? Zij is op zoek naar die ene, schrijft zij, de man die haar zal laten ervaren wat ervaren wil worden, die haar zal meevoeren over onbegaanbare paden naar de bron van haar zijn.
Wat moet ik haar zeggen, de vrouw die mailt en wil weten of ik haar in contact kan brengen met hem? Heb ik een keuze? Hij is de weg naar pijn en verdriet maar wie ben ik om haar daarvoor te willen behoeden of mezelf?
De eerste keer dat ik haar zie: halflang donker haar, een zwart t-shirt slechts opgesierd door de ronding van haar borsten, een eveneens zwarte kokerrok en grasgroene stiletto’s. De dame wil duidelijk een statement maken. Ik lees en begrijp de onuitgesproken boodschap. Zij heeft een missie te volbrengen en ik ben er om haar daarbij te assisteren.
Ik ken mijn plaats. Ik beantwoord haar vragen. Ik vertel wat ze kan verwachten. Ik zie kwaliteiten in haar die hij zal waarderen en benutten. Zij laat haar afstandelijke vriendelijkheid geen moment varen. Ook niet als ik haar zijn e-mailadres geef.
Nadat ze de rekening heeft voldaan, vraagt ze: ‘hoe zou je het vinden als hij mij boven jou zou verkiezen?’
Ik slik. Ik buig mijn hoofd. ‘Is dat wat je wilt?’
‘Het gaat er niet om wat ik wil of wat jij wilt. Het gaat erom wat hij wil.’ Zij is een vlugge leerling.
Ik knik. ‘Het spijt me.’ Ook ik leer snel.
Ze staat op.‘Tot ziens, Kate.’
‘Tot ziens, mevrouw.’
Ja, hij bestaat maar ik zou niet durven zeggen dat ik een man heb. Hij is niet mijn man. Daarvoor staan we te ver van elkaar. Te ver en te dichtbij. Zijn vrouw zal ik nooit zijn. Als ik de laatste vrouw op aarde was, dan nog zou hij mij het recht om mij zijn vrouw te noemen onthouden.
Zij is een vrouw die wel een man heeft, maar één is haar niet genoeg. Hoe oneerlijk is dat? Of hoe zielig, of hoe mooi? Zij is op zoek naar die ene, schrijft zij, de man die haar zal laten ervaren wat ervaren wil worden, die haar zal meevoeren over onbegaanbare paden naar de bron van haar zijn.
Wat moet ik haar zeggen, de vrouw die mailt en wil weten of ik haar in contact kan brengen met hem? Heb ik een keuze? Hij is de weg naar pijn en verdriet maar wie ben ik om haar daarvoor te willen behoeden of mezelf?
De eerste keer dat ik haar zie: halflang donker haar, een zwart t-shirt slechts opgesierd door de ronding van haar borsten, een eveneens zwarte kokerrok en grasgroene stiletto’s. De dame wil duidelijk een statement maken. Ik lees en begrijp de onuitgesproken boodschap. Zij heeft een missie te volbrengen en ik ben er om haar daarbij te assisteren.
Ik ken mijn plaats. Ik beantwoord haar vragen. Ik vertel wat ze kan verwachten. Ik zie kwaliteiten in haar die hij zal waarderen en benutten. Zij laat haar afstandelijke vriendelijkheid geen moment varen. Ook niet als ik haar zijn e-mailadres geef.
Nadat ze de rekening heeft voldaan, vraagt ze: ‘hoe zou je het vinden als hij mij boven jou zou verkiezen?’
Ik slik. Ik buig mijn hoofd. ‘Is dat wat je wilt?’
‘Het gaat er niet om wat ik wil of wat jij wilt. Het gaat erom wat hij wil.’ Zij is een vlugge leerling.
Ik knik. ‘Het spijt me.’ Ook ik leer snel.
Ze staat op.‘Tot ziens, Kate.’
‘Tot ziens, mevrouw.’
Labels: ketens, kneuterigheid
bdsm,
Een simpele vraag,
ketens,
verhalen
dinsdag 14 december 2010
Een simpele vraag - 6.
‘Ik wil je in ketens zien. Ik wil je slaan. Kate, het wordt tijd dat jij je rug recht en doet wat je moet doen.’
En dan roept mijn lichaam: ‘stop’. Griep – het resultaat van weken vol angst, twijfel en bodemloos verdriet. Een stopwoord dat niet te veronachtzamen is. Keelpijn die mijn stem dempt zoals hij mijn stem gedempt heeft. Oorpijn, waardoor ik niet kan luisteren. God wat ben ik moe. Moe van het vechten. Ziek van de strijd om het onvermijdelijke tegen te houden.
Het onvermijdelijke is: mijn rug rechten en doen wat ik moet doen. Capituleren. Door het stof gaan. Erkennen dat ik ben wie ik ben: een slavin, niets meer en niets minder. Een slavin die het nodig heeft pijn te ervaren in al zijn verscheidenheid in de wetenschap dat ik geen troost zal vinden maar misschien, als ik het verdiend heb, zware, koude ketens en nieuwe pijn.
Drijfnat van het zweet sleep ik mij uit bed. Dit is niet normaal! Ik ben niet normaal! Dit zijn gewoon de zieke dromen van een zieke vrouw die te lang geen man tussen haar benen heeft gehad. Te lang geen ketens heeft mogen dragen in de nacht, ketens die je vasthouden – veilig en geborgen, er zal je niets gebeuren want je kunt nergens heen en hij is bij je. Hij is bij je.
Niet waar! Hij is er helemaal niet. Hij heeft geen interesse. Er is een andere vrouw in zijn leven, een die hem achterna reist, genoegen neemt met de kruimels die hij haar toebedeelt, die geen vragen stelt, die niets verwacht en derhalve zijn zaad op haar lichaam mag ontvangen. Wat weet zij van de pijn hem tegen te komen door haar ogen: ‘hard, dwingend en zonder consideratie’?
Terug in bed, een leeg bed zonder ketens, zonder slaag. Ik kan niet slapen. Ik kijk naar de maan, dezelfde maan waar hij naar kijkt elke avond voor het slapengaan. De telefoon gaat. Mijn hart slaat over. Wie belt mij midden in de nacht? Ik graai naar de telefoon – die is stil.
De andere telefoon blijft overgaan, zelfde ringtoon, bewust zo ingesteld en ik kijk wel beter uit dan het te veranderen. Vlinders, hartkloppingen, een droge mond. Eindelijk! Maar nee. Of toch? Een afgeschermd nummer. Ik neem op, ik heb geen keuze. Ik neem op en hoor in detail hoe hun samenzijn is verlopen – ‘en heb ik je al verteld over Italië?’ Ik wil het niet weten en toch luister ik.
Ik drink haar woorden in, zijn woorden uit haar mond. Subtiele boodschap die begrepen wordt zoals bedoeld. Maar wat weet zij? Wat is zij? Is zij slechts een pion op zijn schaakbord, een instrument om mij te kwellen, een breekijzer om door mijn weerstand heen te breken? Mijn weerstand vermorzeld op het aambeeld van verlangen? Of is zij meer?
De zon komt al bijna op als ik uiteindelijk in slaap val.
En dan roept mijn lichaam: ‘stop’. Griep – het resultaat van weken vol angst, twijfel en bodemloos verdriet. Een stopwoord dat niet te veronachtzamen is. Keelpijn die mijn stem dempt zoals hij mijn stem gedempt heeft. Oorpijn, waardoor ik niet kan luisteren. God wat ben ik moe. Moe van het vechten. Ziek van de strijd om het onvermijdelijke tegen te houden.
Het onvermijdelijke is: mijn rug rechten en doen wat ik moet doen. Capituleren. Door het stof gaan. Erkennen dat ik ben wie ik ben: een slavin, niets meer en niets minder. Een slavin die het nodig heeft pijn te ervaren in al zijn verscheidenheid in de wetenschap dat ik geen troost zal vinden maar misschien, als ik het verdiend heb, zware, koude ketens en nieuwe pijn.
Drijfnat van het zweet sleep ik mij uit bed. Dit is niet normaal! Ik ben niet normaal! Dit zijn gewoon de zieke dromen van een zieke vrouw die te lang geen man tussen haar benen heeft gehad. Te lang geen ketens heeft mogen dragen in de nacht, ketens die je vasthouden – veilig en geborgen, er zal je niets gebeuren want je kunt nergens heen en hij is bij je. Hij is bij je.
Niet waar! Hij is er helemaal niet. Hij heeft geen interesse. Er is een andere vrouw in zijn leven, een die hem achterna reist, genoegen neemt met de kruimels die hij haar toebedeelt, die geen vragen stelt, die niets verwacht en derhalve zijn zaad op haar lichaam mag ontvangen. Wat weet zij van de pijn hem tegen te komen door haar ogen: ‘hard, dwingend en zonder consideratie’?
Terug in bed, een leeg bed zonder ketens, zonder slaag. Ik kan niet slapen. Ik kijk naar de maan, dezelfde maan waar hij naar kijkt elke avond voor het slapengaan. De telefoon gaat. Mijn hart slaat over. Wie belt mij midden in de nacht? Ik graai naar de telefoon – die is stil.
De andere telefoon blijft overgaan, zelfde ringtoon, bewust zo ingesteld en ik kijk wel beter uit dan het te veranderen. Vlinders, hartkloppingen, een droge mond. Eindelijk! Maar nee. Of toch? Een afgeschermd nummer. Ik neem op, ik heb geen keuze. Ik neem op en hoor in detail hoe hun samenzijn is verlopen – ‘en heb ik je al verteld over Italië?’ Ik wil het niet weten en toch luister ik.
Ik drink haar woorden in, zijn woorden uit haar mond. Subtiele boodschap die begrepen wordt zoals bedoeld. Maar wat weet zij? Wat is zij? Is zij slechts een pion op zijn schaakbord, een instrument om mij te kwellen, een breekijzer om door mijn weerstand heen te breken? Mijn weerstand vermorzeld op het aambeeld van verlangen? Of is zij meer?
De zon komt al bijna op als ik uiteindelijk in slaap val.
Labels: ketens, kneuterigheid
bdsm,
Een simpele vraag,
ketens,
verhalen
maandag 13 december 2010
Een simpele vraag - 5.
‘Ik wil je in ketens zien. Ik wil je slaan.’
Vanavond mis ik meer dan ooit armen om me heen: ‘het komt goed, meissie. Alles komt goed.’ Een beetje lijfelijk contact, een beetje liefde, gewoon wat belangstelling. De vraag: hoe gaat het eigenlijk met jou? Onrealistische verwachting. IJdele hoop. Niet vóór hij mij geslagen heeft en in ketens geklonken, zal hij mij – misschien - liefhebben en koesteren. Dat is hoe het is.
Het is wat ik wil. Ik wil zijn ketens en zijn handen en hem dan ruiken, zijn geilheid ruiken en proeven en zien wat het met hem doet: mijn pijn. Ik wil pijn voelen in mijn hart, mijn ziel, mijn lijf, mijn kut, mijn hoofd. Zijn pijn omdat hij en ik het zo willen. Zo en niet anders. Zelfs nu.
Ik ben een vis aan de haak van zijn hengel. Hoe meer ik spartel, hoe meer pijn ik mezelf bezorg. Hij laat me spartelen. Haalt me op en gooit me terug de golven in keer op keer tot ik geen adem meer heb en het binnengekregen water in mij voel beuken en klotsen zodat ik misselijk van angst instem met de nog grotere verschrikkingen die hij mij in het vooruitzicht stelt, in ruil voor alsjeblieft, alstublieft een paar minuten respijt voor hij verder gaat.
Zelfs nu hij mijn vertrouwen in hem in twijfel trekt, nu ik ontken een slavin te zijn en zijn vraag, onze vraag onbeantwoord heb gelaten, is zijn verlangen om mij te pijnigen intact. Zelfs dit limbo dat zich uitstrekt van vraag naar antwoord, voldoet aan de specificatie van dat wat wij delen: hardheid.
Ik heb niet afgedwongen, hij niet beloofd dat het gemakkelijk zou zijn in slavernij te leven. In tegendeel! Het lijkt in de loop der tijd alleen maar zwaarder te worden. Dit proces van aantrekken en afstoten, van zekerheid en vertwijfeling, van kwellen en kwellen gepuncteerd door infrequente kortstondige liefkozingen en niet vooruit afgebakende periodes van rust, trekt diepe sporen. Hij speelt ermee en lacht erom.
Dat ik vind dat ik geen slavin ben, maakt blijkbaar geen enkele indruk.
Vanavond mis ik meer dan ooit armen om me heen: ‘het komt goed, meissie. Alles komt goed.’ Een beetje lijfelijk contact, een beetje liefde, gewoon wat belangstelling. De vraag: hoe gaat het eigenlijk met jou? Onrealistische verwachting. IJdele hoop. Niet vóór hij mij geslagen heeft en in ketens geklonken, zal hij mij – misschien - liefhebben en koesteren. Dat is hoe het is.
Het is wat ik wil. Ik wil zijn ketens en zijn handen en hem dan ruiken, zijn geilheid ruiken en proeven en zien wat het met hem doet: mijn pijn. Ik wil pijn voelen in mijn hart, mijn ziel, mijn lijf, mijn kut, mijn hoofd. Zijn pijn omdat hij en ik het zo willen. Zo en niet anders. Zelfs nu.
Ik ben een vis aan de haak van zijn hengel. Hoe meer ik spartel, hoe meer pijn ik mezelf bezorg. Hij laat me spartelen. Haalt me op en gooit me terug de golven in keer op keer tot ik geen adem meer heb en het binnengekregen water in mij voel beuken en klotsen zodat ik misselijk van angst instem met de nog grotere verschrikkingen die hij mij in het vooruitzicht stelt, in ruil voor alsjeblieft, alstublieft een paar minuten respijt voor hij verder gaat.
Zelfs nu hij mijn vertrouwen in hem in twijfel trekt, nu ik ontken een slavin te zijn en zijn vraag, onze vraag onbeantwoord heb gelaten, is zijn verlangen om mij te pijnigen intact. Zelfs dit limbo dat zich uitstrekt van vraag naar antwoord, voldoet aan de specificatie van dat wat wij delen: hardheid.
Ik heb niet afgedwongen, hij niet beloofd dat het gemakkelijk zou zijn in slavernij te leven. In tegendeel! Het lijkt in de loop der tijd alleen maar zwaarder te worden. Dit proces van aantrekken en afstoten, van zekerheid en vertwijfeling, van kwellen en kwellen gepuncteerd door infrequente kortstondige liefkozingen en niet vooruit afgebakende periodes van rust, trekt diepe sporen. Hij speelt ermee en lacht erom.
Dat ik vind dat ik geen slavin ben, maakt blijkbaar geen enkele indruk.
Labels: ketens, kneuterigheid
bdsm,
Een simpele vraag,
ketens,
verhalen
Gevoel van dreiging
Vanavond was het er weer, dat gevoel van angst, dreiging: er zou wat gebeuren. Weer dat gevoel waarover ik in augustus blogde met dat zinnetje dat ik eerder dit jaar, in mei schreef: 'Er hing iets in de lucht'.
Ik was in mijn spelletje - Runescape - en misschien omdat er een monotoon winderig geluid was, misschien omdat ik ingespannen probeerde de sudoka - inderdaad, het heeft niet veel met Runescape te maken maar het spel biedt ook sudoka's - op te lossen...
Misschien omdat ik ontspannen en ingespannen tegelijkertijd was maar ik voelde een soort van aankomend onheil - onzinnig want dat is er niet, zeker niet op BDSM gebied. Het was er evenwel wel.
En ik vroeg me af: mag een slavin bang zijn? Moet ze misschien wel met of in of langs de randen van angst leven, in onzekere afwachting van wat haar te wachten staat? Worstelend met de vraag of ze aankomende beproevingen zal doorstaan?
Ik heb er al vaker over geschreven. Ook in Een simpele vraag, later in een van de volgende delen, komt er een dialoog over de angst van de slavin, over wat het met haar doet. Het intrigeert me.
Mijn meisjesfantasieën gingen over angst. Over angst voor wat komen ging en de angst tijdens de - tja wat? - sessie - zeg ik dan maar met een slap en vervelend woord.
Angst voor het welzijn van de ander - de geliefde die door jouw toedoen ook gestraft werd. Angst voor de Meerdere die het leven zo moeilijk en pijnlijk maakte.
Enfin, vanavond was er een vaag gevoel dat niet te concretiseren is. Dat bleek wel toen ik de dialoog opzette beginnend met 'Ik ben bang.' Snel genoeg was het gevoel van dreiging verdampt en de woorden, de zinnen in mijn hoofd verdwenen.
Het probleem blijft - denk ik - het invullen van de angst, niet van de angst maar van dat wat haar zo angstig maakt of moet maken. De "toezegging" dat dit en dat gedaan, haar aangedaan zal worden. Of gewoon de handelingen daartoe.
Misschien is het beter er gewoon niet over te willen schrijven? Of in elk geval niet zo snel? Dat gevoel van dreiging is waarschijnlijk gewoon lust of geilheid of verlangen - ook zo'n woord. Maar een mooi gevoel, dat wel. Zuiver, als ik het zo mag noemen.
Er stroomt van alles. Ik ben op zoek, ik graaf en lees en denk en voel en wie weet komt het tot een verhaal. Iets is er aan het borrelen, zoveel is duidelijk. En het gaat over een strenge, strikte, harde werkelijkheid tussen Man en vrouw. Logisch toch?
Kate
13 december 2010
Beide foto's heb ik lang geleden van het internet geplukt, ik denk van de fotosite Corbis.com.
Ik was in mijn spelletje - Runescape - en misschien omdat er een monotoon winderig geluid was, misschien omdat ik ingespannen probeerde de sudoka - inderdaad, het heeft niet veel met Runescape te maken maar het spel biedt ook sudoka's - op te lossen...
Misschien omdat ik ontspannen en ingespannen tegelijkertijd was maar ik voelde een soort van aankomend onheil - onzinnig want dat is er niet, zeker niet op BDSM gebied. Het was er evenwel wel.
En ik vroeg me af: mag een slavin bang zijn? Moet ze misschien wel met of in of langs de randen van angst leven, in onzekere afwachting van wat haar te wachten staat? Worstelend met de vraag of ze aankomende beproevingen zal doorstaan?
Ik heb er al vaker over geschreven. Ook in Een simpele vraag, later in een van de volgende delen, komt er een dialoog over de angst van de slavin, over wat het met haar doet. Het intrigeert me. Mijn meisjesfantasieën gingen over angst. Over angst voor wat komen ging en de angst tijdens de - tja wat? - sessie - zeg ik dan maar met een slap en vervelend woord.
Angst voor het welzijn van de ander - de geliefde die door jouw toedoen ook gestraft werd. Angst voor de Meerdere die het leven zo moeilijk en pijnlijk maakte.
Enfin, vanavond was er een vaag gevoel dat niet te concretiseren is. Dat bleek wel toen ik de dialoog opzette beginnend met 'Ik ben bang.' Snel genoeg was het gevoel van dreiging verdampt en de woorden, de zinnen in mijn hoofd verdwenen.
Het probleem blijft - denk ik - het invullen van de angst, niet van de angst maar van dat wat haar zo angstig maakt of moet maken. De "toezegging" dat dit en dat gedaan, haar aangedaan zal worden. Of gewoon de handelingen daartoe.
Misschien is het beter er gewoon niet over te willen schrijven? Of in elk geval niet zo snel? Dat gevoel van dreiging is waarschijnlijk gewoon lust of geilheid of verlangen - ook zo'n woord. Maar een mooi gevoel, dat wel. Zuiver, als ik het zo mag noemen.
Er stroomt van alles. Ik ben op zoek, ik graaf en lees en denk en voel en wie weet komt het tot een verhaal. Iets is er aan het borrelen, zoveel is duidelijk. En het gaat over een strenge, strikte, harde werkelijkheid tussen Man en vrouw. Logisch toch?
Kate
13 december 2010
Beide foto's heb ik lang geleden van het internet geplukt, ik denk van de fotosite Corbis.com.
Abonneren op:
Posts (Atom)




