Een gepasseerd station. De lichten zijn al tijden uit, de deur zit op slot, en het stof op de ramen wordt dikker en dikker, haar charme niet meer zichtbaar en zijn goede wensen niet langer voelbaar. Een leeg en verlaten station, de vrouw zit op de laatste bank van het laatste perron, alleen. En de man die haar herkend had, op weg in een intercity door het binnenland van Verweggistan met stops ‘all over the place’ en bedden die met graagte worden opengeslagen en gedeeld, is ook alleen.
‘Ik ben nog steeds alleen.’
Waarom is een man als hij alleen? Waarom liet hij mij dat weten? Denkt hij soms dat ik dat wil? Denkt hij dat ik het prettig vind te weten dat hij alleen is? Dat vind ik niet! Ik wens hem liefde. Ik wens hem een partner. Is dat zo vreemd? Hij had me herkend, zei hij. Het bleek niet waar. Da's okay want herkenning, door een spiegel van ervaringen die nooit de mijne kunnen zijn omdat ze van hem zijn, is het moeilijkste wat er is. Er zijn vast mooie namen voor die ik niet ken.
Ik zocht slechts een thuis - ook zo'n onbereikbare grootheid. Denk niet dat het makkelijker is, nu. De weg is niet duidelijker. De onrust niet minder groot. Het is niet zo dat stilte mij antwoorden geeft of vrede. Het is gewoon zoals het is - ik accepteer dat nu - niet beter, niet slechter.
Thuis voor mijn computer, mijn handen boven het toetsenbord. Zijn laatste e-mail aan mij geopend. Ik lees. Ik huil. Mijn vingers voelen de toetsen. Mijn lippen fluisteren de woorden die ik wil typen. Ik trek mijn handen terug, leg ze in mijn schoot. Ik sta op, ga weer zitten, klik wat met mijn muis, beland op de website waar ik nog geen twee minuten geleden ook al was, verlaat de site.
Er is niets gebeurd in die twee minuten. Er staan dezelfde berichten, dezelfde advertenties, dezelfde verhalen en nee, hij heeft nog steeds niet ingelogd. Hij heeft de site al zes dagen niet bezocht. Dat is uitzonderlijk lang voor zijn doen. Ik zit voor de computer mijn hoofd gebogen, mijn vuisten gebald. Het is moeilijk maar ik moet het doen. Ik typ de woorden in een lege e-mail.
‘Ik ben geen slavin.’
zaterdag 11 december 2010
vrijdag 10 december 2010
Een simpele vraag - 3.
‘Ik wil je zien’, sms ik terug, ‘wanneer heb je tijd?’
‘Vertrouw je me?’, vraagt hij nogmaals.
‘Mag ik je alsjeblieft bellen?’
‘Dus je vertrouwt me niet’, antwoordt hij.
Oh shit! Ik zou alles willen opgeven om hem de rest van mijn dagen geketend te mogen dienen maar ik ben bang dat ik het niet aankan. Dat ik zal falen. Dat hij me dan voorgoed achterlaat. Nooit meer geketend. Nooit meer die blik in zijn ogen. Nooit meer zijn liefde. Nooit zijn pijn. Nooit meer zijn stem in mijn oor. Nooit meer thuis.
Ik wou dat ik hem dit allemaal zou kunnen zeggen. Hoe ik hem vertrouw met mijn leven maar mezelf niet. Dat ik twijfel aan mijn vermogen in slavernij te leven. De vraag: ‘vertrouw je me?’, is niet zo moeilijk maar het antwoord, de rollercoaster aan emoties wel. Misschien ben ik toch wel geen slavin.
Is een mens wel in staat te doorgronden, te accepteren en te realiseren wat hem of haar eigen is? Is het juist conclusies te verbinden aan dat wat jij als stem van je ziel hoort, in elke vezel van je lijf voelt? Is het juist op de stoel van God te gaan zitten en te zeggen: ik ben slavin, ik ben een goed mens? En als die zelfontdekte raisons d’être niet haalbaar lijken, wie heeft er dan gefaald?
Heb ik wel gefaald? Kan zo’n missie om te zijn wie je bent wel mislukken? Is het mogelijk zo’n goddelijk gegeven te verprutsen? Het is vreemd hoe dat waarvan ik zeker weet dat het tot mijn kern behoort zo vluchtig is. Het lijkt me niet te lukken te zijn wie ik denk te moeten zijn. Misschien ben ik al wie ik moet zijn. Maar dat zou betekenen dat ik geen slavin ben.
Misschien betekent het dat ik nú geen slavin ben. Hoewel ogenschijnlijk doelloos leef ik niet zonder doel mijn leven. Ik probeer immers een goed mens te zijn en met liefde en geduld mijn ding te doen. Nog steeds geloof ik dat ik aan de hand van God mijn weg loop zoals ik het moet lopen. Waarom gaat alles dan zo moeizaam? Waarom zie ik dan geen resultaat?
Ergens geloof ik dat ik ben wie ik moet zijn maar kan ik het ook accepteren? Kan ik de zekerheid opbrengen, het geduld, de kracht om te wachten tot het universum hem mijn kant opstuurt om mijn onderdanigheid een plek te geven in zijn leven zoals ik zijn dominantie een thuis kan bezorgen?
Kan ik erop vertrouwen dat het is zoals het moet zijn of moet ik er nu gewoon als een gek voor gaan vechten? Ik heb nooit veel in mijn leven gepland. Feitelijk niets. Het is, zoals ik het graag noem, een organische aaneenschakeling van gebeurtenissen geweest die in elkaar grepen als een stevig fundament voor elke volgende stap.
Misschien is dit het moment om een plan te trekken, doelen te stellen en die te koppelen aan een tijdlijn. Dat vereist wel een zekere discipline en keer op keer is gebleken dat ik die ontbeer. Misschien is wie en wat ik ben, nú ben goed genoeg. Misschien is het beter de droom maar gewoon op te geven. Misschien moet ik accepteren dat slavernij voor mij niet weggelegd is.
‘Vertrouw je me?’, vraagt hij nogmaals.
‘Mag ik je alsjeblieft bellen?’
‘Dus je vertrouwt me niet’, antwoordt hij.
Oh shit! Ik zou alles willen opgeven om hem de rest van mijn dagen geketend te mogen dienen maar ik ben bang dat ik het niet aankan. Dat ik zal falen. Dat hij me dan voorgoed achterlaat. Nooit meer geketend. Nooit meer die blik in zijn ogen. Nooit meer zijn liefde. Nooit zijn pijn. Nooit meer zijn stem in mijn oor. Nooit meer thuis.
Ik wou dat ik hem dit allemaal zou kunnen zeggen. Hoe ik hem vertrouw met mijn leven maar mezelf niet. Dat ik twijfel aan mijn vermogen in slavernij te leven. De vraag: ‘vertrouw je me?’, is niet zo moeilijk maar het antwoord, de rollercoaster aan emoties wel. Misschien ben ik toch wel geen slavin.
Is een mens wel in staat te doorgronden, te accepteren en te realiseren wat hem of haar eigen is? Is het juist conclusies te verbinden aan dat wat jij als stem van je ziel hoort, in elke vezel van je lijf voelt? Is het juist op de stoel van God te gaan zitten en te zeggen: ik ben slavin, ik ben een goed mens? En als die zelfontdekte raisons d’être niet haalbaar lijken, wie heeft er dan gefaald?
Heb ik wel gefaald? Kan zo’n missie om te zijn wie je bent wel mislukken? Is het mogelijk zo’n goddelijk gegeven te verprutsen? Het is vreemd hoe dat waarvan ik zeker weet dat het tot mijn kern behoort zo vluchtig is. Het lijkt me niet te lukken te zijn wie ik denk te moeten zijn. Misschien ben ik al wie ik moet zijn. Maar dat zou betekenen dat ik geen slavin ben.
Misschien betekent het dat ik nú geen slavin ben. Hoewel ogenschijnlijk doelloos leef ik niet zonder doel mijn leven. Ik probeer immers een goed mens te zijn en met liefde en geduld mijn ding te doen. Nog steeds geloof ik dat ik aan de hand van God mijn weg loop zoals ik het moet lopen. Waarom gaat alles dan zo moeizaam? Waarom zie ik dan geen resultaat?
Ergens geloof ik dat ik ben wie ik moet zijn maar kan ik het ook accepteren? Kan ik de zekerheid opbrengen, het geduld, de kracht om te wachten tot het universum hem mijn kant opstuurt om mijn onderdanigheid een plek te geven in zijn leven zoals ik zijn dominantie een thuis kan bezorgen?
Kan ik erop vertrouwen dat het is zoals het moet zijn of moet ik er nu gewoon als een gek voor gaan vechten? Ik heb nooit veel in mijn leven gepland. Feitelijk niets. Het is, zoals ik het graag noem, een organische aaneenschakeling van gebeurtenissen geweest die in elkaar grepen als een stevig fundament voor elke volgende stap.
Misschien is dit het moment om een plan te trekken, doelen te stellen en die te koppelen aan een tijdlijn. Dat vereist wel een zekere discipline en keer op keer is gebleken dat ik die ontbeer. Misschien is wie en wat ik ben, nú ben goed genoeg. Misschien is het beter de droom maar gewoon op te geven. Misschien moet ik accepteren dat slavernij voor mij niet weggelegd is.
Labels: ketens, kneuterigheid
bdsm,
Een simpele vraag,
ketens
donderdag 9 december 2010
Geketend
Ja, er stroomt iets in mij en misschien komt het daardoor ook op mijn pad. Tijdens mijn zwerftocht over het net stuitte ik op deze foto "Carnal games 01" gemaakt door Igor Amelkovich. Ik denk dat ik er niets over hoef te zeggen. Wat valt er ook te zeggen? Veel. Maar niet hier.
Kate
9 december 2010
De foto komt van de site van fotograaf Igor Amelkovich waar nog veel meer moois te zien is.
Een simpele vraag - 2.
Ik ken de consequenties van een bevestigend antwoord. Ik zal moeten lijden zonder enige zeggenschap over vorm, inhoud, mate en duur ervan. Dat is nogal wat want ik weet hoe genadeloos hij kan zijn. Het idee dat ik hier en nu, zonder enige voorbereiding, uit mijn comfortabele leventje kan worden geplukt, boezemt me angst in.
Ik wil vanavond laat het slot van die detective zien en morgenochtend uitslapen. Ik heb de weekendbijlagen van de krant nog niet gelezen. Morgenavond heb ik afgesproken om lekker uit eten te gaan met mijn beste vriendin. Ik ben niet in staat mijn huidige levensstijl zomaar te laten varen.
Ik wil nog het bed verschonen, de koelkast vullen met de dingetjes waar hij van houdt. Ik wil mijn vloeren gedweild hebben en het stof achter de boeken verwijderd. Het boek dat hij me aanried ligt onaangeroerd op tafel. Dat ene zwarte rokje past me niet meer en de Coopertest red ik niet. Maar dat is niet het ergste.
Erger is het dat ik pijn niet meer kan hanteren. Bij ieder ongemakje grijp ik gedachteloos naar de paracetamol en als die andere pijn, de smart van het gemis, te heftig wordt, schrijf ik mezelf maar een paar flinke borrels voor. Niet dat het helpt. Niets helpt. Slapen lukt niet meer. ‘Je moet wel slapen,’ mailt hij. ‘Slaap geeft je kracht om de volgende dag door te komen’. Leuk gezegd.
Geef me liever toestemming om geketend te slapen. Hele nachten denk ik aan zijn keten die ongebruikt onderin de kast ligt. Het lijkt wel of ik het iedere nacht meer mis – en hem. Waarom mag ik geen ketens dragen in zijn afwezigheid? Ik trek dit niet veel langer. Ik ben een slavin en een slavin hoort geketend te zijn. God, wat verlang ik ernaar staal te voelen op mijn blote lijf.
‘Kate, vertrouw je me?’
Ik ben me bewust van de consequenties van mijn antwoord. Ik kijk naar de telefoon en herlees de boodschap die ik heb ingetoetst. Een typefout is zo gemaakt. Maar nee, ik zie taal- noch spelfouten dus daarover kan hij niet vallen. Ik druk op “opties” en op “send”.
Ik wil vanavond laat het slot van die detective zien en morgenochtend uitslapen. Ik heb de weekendbijlagen van de krant nog niet gelezen. Morgenavond heb ik afgesproken om lekker uit eten te gaan met mijn beste vriendin. Ik ben niet in staat mijn huidige levensstijl zomaar te laten varen.
Ik wil nog het bed verschonen, de koelkast vullen met de dingetjes waar hij van houdt. Ik wil mijn vloeren gedweild hebben en het stof achter de boeken verwijderd. Het boek dat hij me aanried ligt onaangeroerd op tafel. Dat ene zwarte rokje past me niet meer en de Coopertest red ik niet. Maar dat is niet het ergste.
Erger is het dat ik pijn niet meer kan hanteren. Bij ieder ongemakje grijp ik gedachteloos naar de paracetamol en als die andere pijn, de smart van het gemis, te heftig wordt, schrijf ik mezelf maar een paar flinke borrels voor. Niet dat het helpt. Niets helpt. Slapen lukt niet meer. ‘Je moet wel slapen,’ mailt hij. ‘Slaap geeft je kracht om de volgende dag door te komen’. Leuk gezegd.
Geef me liever toestemming om geketend te slapen. Hele nachten denk ik aan zijn keten die ongebruikt onderin de kast ligt. Het lijkt wel of ik het iedere nacht meer mis – en hem. Waarom mag ik geen ketens dragen in zijn afwezigheid? Ik trek dit niet veel langer. Ik ben een slavin en een slavin hoort geketend te zijn. God, wat verlang ik ernaar staal te voelen op mijn blote lijf.
‘Kate, vertrouw je me?’
Ik ben me bewust van de consequenties van mijn antwoord. Ik kijk naar de telefoon en herlees de boodschap die ik heb ingetoetst. Een typefout is zo gemaakt. Maar nee, ik zie taal- noch spelfouten dus daarover kan hij niet vallen. Ik druk op “opties” en op “send”.
Labels: ketens, kneuterigheid
bdsm,
Een simpele vraag,
ketens,
verhalen
Verlangens en verhalen
![]() |
| de map vol blaadjes |
Ik verlang terug naar de basis van mijn SM gevoel, de verhaallijn die ik ontwikkelde als kind toen ik nog zonder referentiekader fantaseerde en schreef.
En dus pakte ik de map met de beschreven blaadjes vol meisjesfantasieën. Met scenario's en dialogen en settings en regels die spannender zijn dan wat dan ook. Die elektrische ladingen door mijn ruggenmerg stoten. Nog steeds.
![]() |
| meisjesfantasieën |
Schrijven op een stukje papier in het midden van de nacht. Heftig! Ik deed het als kind en veertig jaar later doe ik het weer. De volgende nacht ging ik zelfs het bed uit om de laptop te halen.
Een hele nacht was ik bezig in gedachte maar dat met die laptop deed me beseffen dat ik wederom alleen maar met reeds geschreven stukken wilde schuiven. Niet schrijven maar schuiven. Onzinnig! En daar staakte het weer.
Lezen wat je ooit geschreven hebt is veilig. Maar verder voortborduren op dat idee van een aantal nachten geleden? Verse stukken schrijven? Nee. Niet. Lukt niet. Het is een morbide fantasie die ik verwerp verder en verder omdat hij zo hard is dat je het niet moet willen.
Wat moet ik, mag ik niet willen? Ik wilde toch niet meer...? En schrijven was toch de veilige variant? Op papier kan ik toch invullen en meanderen en onrealistisch zijn? Het gaat toch nooit gebeuren dat ik ga uitbeelden, laat uitbeelden of beleven wat ik bedacht heb op papier?
Mijn nieuwe opzetje keur ik af. Misschien durf ik (nog) niet te delven in de zwartste, zwaarste, diepste zielenroerselen die ik kan bereiken. Misschien durf ik niet toe te geven dat ik nog steeds zulke perverse gedachtes koester en het fijn vind om over folteringen en ontberingen te fantaseren.
Bovendien, vanuit vertellersperspectief gedacht, wat is nu eigenlijk het verhaal? Wat de spanningsboog? Waar gaat het heen? En voor wie is dit "leesbare" lectuur? Ofwel: duizend excuses om vooral niets te schrijven. Zucht.
Lezen is makkelijker misschien en ik grijp naar de verhalen die ik de afgelopen jaren geschreven heb. Ze zijn mooi. Ik ben er trots op. Ze doen wat met me. Ja, ik weet dat wat ik beschrijf heftig is en zwaar en onwenselijk maar ik schreef het wel en het raakt me nog steeds maar niet zoals die nieuwe tekst.
En dus, omdat ik niet verder schrijven kan en toch iets wil doen tegen dat vreselijke zinkende gevoel dat ik heb als ik lees wat op fora en op sites wordt gezegd en beweerd over BDSM, over wat normaal is blijkbaar en "hoe het hoort". Ik heb mijn eigen visie, altijd gehad en dat komt tot uiting in mijn verhalen.
Omdat ik wil laten zien hoe het ook kan, publiceer ik vanaf vandaag Een simpele vraag. Het is het verhaal dat ik na Smeulend Vuur schreef. Dat er zo mee verweven is en toch ook weer niet. Over wachten en smachten en je lot in eigen hand nemen. Over je rug rechten en doen wat je moet doen, zijn wie je bent.
Het is een van die dierbare verhalen die begint met een hele dierbare vraag: 'Kate, vertrouw je me?'. Zo'n simpele vraag die een wereld aan mogelijkheden en onmogelijkheden ontsluit. Zo'n verhaal dat misschien wel leidt tot een vervolg...
Kate
8 december 2010
Labels: ketens, kneuterigheid
bdsm,
Een simpele vraag,
Kate,
ketens,
schrijven,
Smeulend vuur
woensdag 8 december 2010
Een simpele vraag - 1.
‘Kate, vertrouw je me?’
Ik ken die vraag goed, het is onze vraag, de vraag waar altijd alles mee begint. Zonder bevestigend antwoord van mij gebeurt er niets. Natuurlijk vertrouw ik hem. Ik vertrouw hem met mijn leven. Dat zal nooit veranderen al zie of spreek ik hem nooit meer. Hem nooit meer zien of spreken… Daar had het verdomd veel op geleken.
Maanden had ik hem niet gezien, amper gesproken. Het was druk en onze agenda’s accordeerden niet. Hij sms’te vanuit de grote modesteden tussen shows en beurzen door. Hij mailde in de maand dat al zijn kids jarig waren. Ik las over vier verjaardagen met verrassingsfeestjes, disco’s, karten en een weekendje Disneyworld Parijs.
Toen hij even tijd had, zat ik voor een belangrijke deadline en daarna was hij weer aan de andere kant van de wereld. Het leek wel of het hele universum tegen ons samenspande maar toen ik de sms met zijn vraag, onze vraag las, wist ik niet wat te antwoorden. Wat moest ik antwoorden op die, ogenschijnlijk, simpele vraag?
Ja, ik vertrouw je, maar kunnen we niet eerst even een weekendje gezellig bijkletsen, verloren tijd inhalen? Kunnen we niet eerst een avond kneuterig op de bank hangen? Mag ik, na al die maanden, niet een uurtje gewoon je vriendin zijn, armen om me heen, lieve woordjes in mijn oor? Moet ik dan altijd slavin zijn, slapen aan een keten als ik het verdiend heb, slaag, vernedering, pijn?
Ik ben bang voor de hardheid die ik ontwend ben. Bang voor het onverzadigbare monster dat in mij groeit zodra mijn onderdanigheid weer gaat stromen. Ik ben bang voor het moment dat je opnieuw uit mijn leven verdwijnt. Bang voor de afkickverschijnselen wanneer ik het weer moet doen zonder endorfine en adrenaline en jou. Bang voor het gemis van de keten.
Ik ben als de dood voor de emotionele rollercoaster die volgt steeds als ik abrupt moet schakelen tussen levens met en zonder actieve slavernij. Ik heb tijd nodig om me in te stellen op dat wat er van mij verlangd wordt. Die tijd heb je niet en geef je me niet. Ik ben een slavin, niet je vrouw of je vriendin. Op mededogen hoef ik niet te rekenen.
Als ik wijs was dan zou ik nu: ‘ja, ik vertrouw je’ intoetsen. Als ik verstandig was, zou ik dat doen. Ik staar naar de telefoon in mijn hand en lees opnieuw zijn vraag. Mijn vingers kiezen zorgvuldig de juiste letters. Er is geen reden hem langer te laten wachten op het antwoord op zijn vraag.
Labels: ketens, kneuterigheid
bdsm,
Een simpele vraag,
ketens,
verhalen
zondag 5 december 2010
Hij rijdt in donk're nachten
Hoor de wind waait door de bomen.Hier in huis zelfs waait de wind.
Zou de goede Sint nog komen,
Nu hij 't weer zo lelijk vindt.
Nu hij 't weer zo lelijk vindt.
Ja, hij rijdt in donk're nachten
Op zijn paardje, oh zo snel.
Als hij wist hoe zeer wij wachten,
Ja gewis, dan kwam hij wel.
Ja gewis, dan kwam hij wel!
Op zijn paardje, oh zo snel.
Als hij wist hoe zeer wij wachten,
Ja gewis, dan kwam hij wel.
Ja gewis, dan kwam hij wel!
Wachten en smachten - daar leek het wel op vroeger, de weken, dagen vóór 5 december. 'Wie zoet is krijgt lekkers' en omdat we nog niet wisten dat het in Spanje altijd zonnig is en niemand nog van tapas had gehoord, waren we extra braaf zodra de Sint weer in het land was.
Een leven later kijk ik met weemoed terug naar die dagen van weleer, van spanning en speculaas. Onschuldige spanning uit de tijd van vóór dagelijkse nieuwsbulletins vol pedofilie, Roomsche handjes en lieden die ageren tegen de traditie van Zwarte Pieten en mijter mét kruis.
Ik wil het er, nu ik dit type, niet eens meer over hebben, kan mijn oorspronkelijke gedachtedraad niet hervatten zoals ik zo vaak tegenwoordig niet kan verwoorden wat ik voel. Zoveel onbegrip - eufemisme voor boosheid - over een kleine minderheid die alles wat goed is, kapot lijkt te (willen) maken.
Ik had willen schrijven hoe de spanning van 'hoor wie klopt daar kinderen' me in een tover-tel brengt bij de spanning van een mooi SM scenario - nee, het een heeft niets met het ander te maken, vergis u niet. Ik associeer slechts 'wie zoet is krijgt lekkers, wie stout is de roe' met dat wat ik hier ketens noem.
Ik had willen opmerken dat die periode van vóór de binnenkomst van Sinterklaas me zo deed denken aan het gevoel van 'vol verwachting klopt mijn hart' wanneer er iets staat te gebeuren waardoor de machtsverhoudingen kantelen en alles mogelijk is of wordt.
Ik had willen zwijmelen over het sprookje dat SM heet. Helaas kan ik het niet. Er lopen te veel monsters in het sprookjesbos en mijn hart is verkild door de vele valse gure windvlagen waar ik mij niet tegen kan beschermen. Ik geloof niet meer in het sprookje en ik wil er geen deel meer van uitmaken.
Dat wat ik altijd gedroomd heb, geschreven, gefantaseerd - het was niet waar. Mensen zijn mensen en zij willen andere dingen, hebben andere prioriteiten en dromen andere dromen dan ik. Wat ik SM noemde heeft niets te maken met wat men BDSM noemt, heeft zelfs niets te maken met SM.
Ik heb me vergist. Wat ik wilde is niet realistisch. Het was en is een meisjesdroom die niets met de werkelijkheid te maken heeft. BDSM is een kinky seks-georiënteerd tijdverdrijf voor volwassenen. Daar is niets mis mee maar dat zocht ik niet. Seks is, wat mij betreft, schromelijk overgewaardeerd en verdient niet de aandacht en energie die mens en media eraan besteden.
Wat ik droomde, fantaseerde en waar ik over schreef is een veelomvattende en diepgaande verbinding tussen twee mensen die elkaar voeden en helen en inspireren en die samen iets maken dat onuitwisbaar is, onuitspreekbaar en misschien zelfs onverklaarbaar. De romantica in mij zou het liefde noemen.Ik heb Sint Nicolaas altijd een ware Goedheiligman gevonden - streng maar rechtvaardig, een beetje een oude brombeer maar met een groot hart die weet wat je diep van binnen écht verlangt, die je je fouten vergeeft en je met een aai over je bol vol goede moed via de kerstboom en het kribje, de knallen en het siervuurwerk het nieuwe jaar inslingert: nieuwe ronde, nieuwe kansen.
Noem hem liefde als je durft.
Als hij wist hoe zeer wij wachten,
Ja gewis, dan kwam hij wel.
Ja gewis, dan kwam hij wel!
Ja gewis, dan kwam hij wel.
Ja gewis, dan kwam hij wel!
Kate
5 december 2010
Beide oude prenten van de Goedheiligman kwamen van:
http://blog.seniorennet.be/kerst_en_nieuwjaar/archief.php?startdatum=1225494000&stopdatum=1228086000
Labels: ketens, kneuterigheid
ketens,
kneuterigheid,
meisjesfantasie,
sinterklaas
Abonneren op:
Posts (Atom)


