‘Zeg het. Als het te veel is nu, als ik te veel wil, te ver ga, zeg het.’
Het was te veel, te ver, te erg maar oh fuck, ademen, blijven ademen. Ze huilde. Ze slikte. ‘Ik vertrouw je.’
‘Op handen en knieën. Nu. Benen uit elkaar, hoofd omlaag, mooie rechte lijnen.’ Hij schoof de schaal iets meer naar haar toe. Liep om haar heen.
Haar ademhaling ging snel, was ondiep. Ze snikte. Ving flarden op van wat hij tegen haar zei. Niet kotsen. Ga weg. Slikken. Wat? Wat doet hij nu?
Zijn rechterhand ging over haar hoofd en nek langs haar ruggengraat naar haar billen en terug. Bleef liggen tussen haar schouderbladen. ‘Je bent misselijk, je hebt het koud.’
De toon van zijn stem veranderde. Ze herkende die toon.
‘Je zou in je eigen bed moeten liggen maar je hebt je keten verloren. Nu ben je bezit. Mijn bezit. Ik kan met je doen wat ik wil. Ik ga met je doen wat ik wil.’
Ze hield haar adem in toen hij zijn andere hand tussen haar benen op haar schaamheuvel legde, haar schaamhaar naar beneden trok, haar kut bevoelde.
'Je bent nat, je bent een natte dweil. Zelfs als je als een misselijke dweil mijn hemd bevuilt, ben je nat.'
Hij drukte zijn rechterhand steviger op haar rug en sloeg zijn linkerhand met volle kracht op haar linkerbil.
Een geelbruine kwab belandde op het kristal. Ze hijgde.
‘Lijnen, Kate!’
De rechterbil kreeg een pets. Ze vocht tegen de gal die naar boven wilde, weg uit haar lichaam.
Hij porde, prikte, wreef over haar buik, maakte de onrust daar groter.
Blijf eraf. Alsjeblieft. Laat me met rust. Ze probeerde zijn hand weg te duwen. Vocht tegen het kokhalzen.
‘Heb niet de moed. Herneem je positie, houd je lijn vast. Mooi lijden, Kate. Anders hoeft het voor mij niet. Wees mooi voor mij.’
Ze zette haar hand terug onder haar schouder. Huilend spuwde ze in de schaal.
‘Goed zo.’ Hij trok zijn broek open, omlaag, duwde zijn kruis tegen haar gezicht. ‘Voel wat je met me doet. Ik zou je willen neuken in je kont terwijl jij aan het overgeven bent.’ Hij toonde zijn penis. ‘Kijk hoe geil je me maakt, dweil.’
Ze keek.
Hij ramde zijn vingers in haar kut. ‘Dacht ik het niet. Net zo geil als haar eigenaar. Spuug maar, kots maar lekker door. En bereid jezelf voor. Ik ga je nemen als de dweil die je bent. Wat zeg je?’ Hij scheurde een condoom open.
Van heel diep uit haar maag kwam een klodder gal naar boven. Oh god. Ze rilde.
‘Zit stil.’ De camera klikte zijn foto’s. ‘Ik ga je nemen maar niet nu.’ Hij pakte haar hand en vulde die.
Nog een laatste keer kokhalsde ze. Adem in, adem uit. Omhoog, omlaag. Op de een of andere manier was het rustgevend hem af te trekken, contact met hem te hebben, te voelen wat ze deed, wat ze met hem deed.
Toen hij klaarkwam boven de kristallen schaal was de misselijkheid voorbij.
Kate lag op haar zij op het dekbed onder de deken op de vloer van de slaapkamer en alles leek als vanouds. De gordijnen waren dicht. De leeslamp naast de Chesterfield waar Mark zat, brandde. Hij las.
Op de zitting naast hem lag zijn halfopen werktas. Wat voor dag was het eigenlijk? Zijn laptop lag voor hem op de grond en tegen de voorzijde van de bank waar hij niet zat stond een rijtje ingelijste foto’s.
Ze bekeek de vrouw op de voorste foto. Haar hart sloeg over. Ze wist nog precies wanneer deze foto gemaakt was. Dit was een uitvergroting van haar naakt aan de keten, haar lichaam vol striemen en blauwe plekken. Haar benen uit elkaar, haar armen ook. Ze was gelukkig geweest toen. Ondanks de pijn.
Kate zag de slavin die zij niet meer was. Droge snikken doorbraken de stilte. Dat was zij. Dat moest zij wel zijn.
Mark keek op, legde zijn papieren neer en kwam naar haar toe.
Ze knielde. De deken gleed van haar af. Hij hurkte tegenover haar en tilde haar gezicht omhoog. Ze sloeg haar ogen niet neer. Ze ademde in en uit. In en uit. Het was in orde. Hij was okay.
‘Kate. Lieve Kate. Gaat het?’
Ze knikte. Ze probeerde te glimlachen, zijn zorg weg te nemen. Ze rilde. Ze liet toe hoe hij haar hand pakte, die naar zijn lippen bracht en de rug van haar hand tegen zijn wang legde. Iedere beweging kostte kracht. Doorbrak de rust die zij in slaap gevonden had. Ze was opnieuw of nog steeds misselijk. Ze trok haar hand terug.
‘Wat is er?’
Ze ademde in en uit. In en uit. De thee spoot met een grote boog over hem heen. Ze rilde, ze huilde, ze jammerde verontschuldigingen.
Hij stond op, trok het dekbed onder haar vandaan, de deken van haar af en schopte het kussen weg. Hij pakte de kristallen schaal van de tafel en zette die net op tijd voor haar op de grond. Hij liep naar de bank en kwam terug.
‘Kate, kijk me aan.’
Ze richtte haar blik omhoog naar het smerige overhemd en vocht tegen de volgende golf kots.
‘Kijk me aan.’
Adem in, adem uit. Niet overgeven. Niet nog meer overgeven. Ze keek in de lens van zijn camera.
Hij klikte, het toestel flitste.
Zij sloot haar ogen, probeerde haar ademhaling te reguleren, haar maag tot kalmte te manen.
‘Kate, niet vechten. Laat het maar komen. Ik ben hier. Vertrouw me. Als het niet meer gaat, sla je met je hand op de vloer. Begrijp je wat ik zeg?’
Ze knikte
‘Vertrouw je me?’
Die vraag. Midden in dit, die vraag. Ze opende haar ogen en zag zijn kaken, gespannen, dominant, hard. Ze slikte. Ze herkende het in zijn blik. De lust. Het verlangen. De wens haar te pijnigen. Oh god, niet nu. Ik ben ziek.
Ze kon nee zeggen dan zou hij haar met rust laten. Ze kon altijd nee zeggen.
‘Zit stil zwijn en ontvang de aandacht van je eigenaar. Hier en hier en hier en hier.’
Ze probeerde weg te draaien om zijn slagen te ontwijken maar hij hield haar met zijn voet tussen haar schouderbladen in bedwang. Het kostte moeite adem te halen.
‘Wat zeg je?’
Ze zei niets. Kon niets uitbrengen.
‘Tweeëntwintig minuten. Voor minder zou ik je de laan uit kunnen sturen.’ Hij haalde zijn voet van haar rug.
Gelukkig! Ze probeerde hem te bedanken maar het lukte niet.
De man liep weg. Hij ging de anderen halen.
‘Alstublieft.’
Hij stopte, kwam terug, bleef staan. Hij zei iets.
Wat zei hij? Ze probeerde te vragen wat hij gezegd had, probeerde te weten te komen wat hij wilde, draaide zich op haar rug, trok haar benen op. ‘Alstublieft.’
Hij liep weg.
Ze hoorde hem de kamer uitgaan. Kamer? Ze opende haar ogen. Het was of ze in een centrifuge zat. Ze liet zich op haar zij rollen. Ademen. Rustig ademen. In en uit. Het was stil. Waarom was het zo stil. Het was nooit zo stil. De misselijkheid zakte iets.
Ze ging voorzichtig overeind zitten en keek recht in het gezicht van Mark. Ze boog haar hoofd. ‘Het spijt me.’
‘Nee, blijf zitten. Hier.’ Hij hield een dampend glas onder haar neus.
Ze nam het aan. Ze warmde zich er aan.
‘Drink maar.’
Ze nam een slokje. Het smaakte zoet.
Hij legde iets om haar schouders.
Een zachte doek. Zwart. Een deken. Een deken? Ze keek om zich heen. Ze keek naar de man, Mark, die gehurkt bij haar zat.
Hij had blote voeten en droeg een zwarte broek en een wit overhemd waarvan de manchetten omgeslagen waren. Mooie polsen, slanke handen, lange vingers. Schone nagels. Ze kende deze man. Het begon weer te draaien. Ze sloot haar ogen.
Hij pakte het glas uit haar hand.
Adem in. Adem uit. Dat had zij van hem geleerd. Van Mark. Hij heette Mark. Dat wist ze wel. En zij? Zij?
Weer dat gevoel dat ze moest overgeven. Rustig blijven. Het gaat vanzelf over. Ademen, gewoon diep ademhalen.
‘Kate. Lieverd. Gaat het?’
Ze deinsde terug toen zijn hand naar haar gezicht ging. Kate? Zo heette ze niet. Of wel?
‘Kate, lief, ik ben het Mark. Kijk me aan alsjeblieft.’
Ze keek. Ze keek in zijn ogen en hij trok haar terug het heden in. Hij was Mark en zij was Kate.
Tja, en dan niet geheel onverwacht stokt het, slaat de twijfel toe. Gaat het verhaal wel de goede kant op, is het niet te lijzig aan het worden, had ik toch niet moeten stoppen bij terugkomst van het Rokin?
Er was een einde. Had daar de punt gezet. Een nieuw begin gemaakt wellicht. Maar nee, er waren enthousiaste reacties en de brandende wens het vlammetje in leven te houden.
Angst dat het stopt en niet meer terug zal keren. Het? Het heilige vuur, de creatieve vlam, het vonken en de stroom. Geile stroom. Natte dromen. Ik ben nog vrouw, weer vrouw. Ik voel dus ik leef.
Ik leef en ben niet dood. Niet doods. Immers, ik voel de pijn van de slavin en proef wat het met haar doet, wat het haar maakt. Geliefd. Centraal. Nodig. Zonder de vrouw geen verhaal.
Waarom focus ik me dan niet op haar? Als zij lijdt, houd ik het verhaal bij mij. Zodra ik me over technische details, medische symptomen en emotioneel verantwoord gedrag zorgen maak, loopt het verhaal in mij weg.
Niet het verhaal maar mijn emotie. Als een leeglopend bad eerst zo traag dat ik het niet eens in de gaten heb. Vandaag kijk ik om en is het gevoel, de stroom, het heilige moeten verdwenen. Ik schrijf woorden en het doet me niets.
Ik laat haar braken, hij reageert erop en zo vertelt het verhaal niet meer wat het met haar doet door hem wakker geslagen te worden maar toont een kotsmisselijk en rillerig mens dat gewoon in haar eigen bed behoort te liggen.
Jammer dan, dat was niet het plan. Dat is hard, een ander hard dan gepland. Op zich niets mis mee. Maar, ze stond - oeps, lag - op het punt hem toestemming te vragen te mogen spreken. Gaat niet lukken als je ziek, zwak en brakerig bent.
Eerst moet zij zich beter voelen. Daarna moet het braaksel opgeruimd zijn. Hij kan nog zo hard zijn, kots is zurig, bijt uit en stinkt en hij is geen miljonair die morgen even een nieuwe vloer en andere linnen lakens kan laten invliegen.
Dat, meneer, mevrouw, is waar het verhaal mank gaat. Het is geen sprookje. Er zijn geen wonderlampen te verdienen die je teleporteren van Amsterdam naar Milaan via New York en Zurich zonder bagagelimiet.
Mijn verhaal moet aannemelijk moet zijn, anders verliest het lezers, belangrijker nog: anders verliest het de schrijver. Het moet geloofwaardig zijn maar mag niet in de details van het grauwe leven verzanden.
Magie, dat is waar ik naar snak. Dat is wat ik hoop te bieden. Het is wat ik hoop te vinden, ooit. De magie van een plus een is drie. Diepgevoelde pijn, krassen in haar ziel, striemen op haar lijf en liefde. Helende liefde.
Als ik praat over mijn schrijven dan zeg ik altijd dat ik schrijf over de liefde. Schrijf daar dan ook over! De huur die betaald moet worden of de kapotte wasmachine zijn niet de problemen waarmee de helden in SM verhalen kampen.
Dus, als zij de vloer onder kotst dan zal zij het moeten oplikken of opdweilen met haar kapotte jurkje, het enige dat ze heeft - het stonk toch al dus who cares :-). En hij zal zijn camera pakken en haar fotograferen. Weer een trofee voor aan de muur of op zijn desktop of...
Soms moet je even over je verhaal rammelen om door te kunnen. Om niet te verzanden in pragmatische details maar er een gruwelijke wending voor te vinden die past in het verhaal van de liefde.
Zo ben ik terug bij dat wat al geschreven is maar geen aansluiting meer leek te vinden in het hier en nu van het verhaal. En ja, ik voel opnieuw haar pijn, zijn sadisme. Nog een paar nachtjes slapen en dan staat het op het blog. Tenzij er andere dingen voorvallen.
Ik kan het niet voorspellen. Het verhaal schrijft zichzelf. Ik laat mij leiden door het verhaal tot ik vast dreig te lopen en eventjes een stapje terug moet zetten om daarna weer net zo hard als ervoor meegevoerd te worden op de golven van mijn fantasie.
Kate
21 augustus 2011
De foto komt van: http://m.thelmagazine.com/TheMeasure/archives/2010/06/02/marina-abramovic-the-artist-is-inspiring-other-artists
Toen de laatste boon in de weckfles belandde, stond Kate waar hij haar eerder had neergezet. Zij stond omdat ze bang was geweest in slaap te vallen als ze zou gaan zitten. Ze stond omdat hij niet geslapen had. Dat wist ze want ze had geluisterd naar zijn ademhaling. Ze had er die van haar op aangepast.
Nu ze klaar was met het splitsen van de bonen en kapucijners en hij nog steeds wakker lag, aarzelde ze wat ze moest doen, wat ze mocht doen. Hij had gezegd dat ze mocht gaan zitten als ze erg moe was en hij sliep. Ze was verschrikkelijk moe maar hij sliep niet. Hij had echter ook gezegd dat ze zodra ze klaar was mocht gaan liggen. Ze ging liggen. Ze sliep. Ze sliep nog voor ze het kussen onder haar hoofd had kunnen trekken en toen stond hij op.
‘Wakker worden, lui varken, hoe durf je te slapen als je eigenaar wakker is.’
Ze hoorde de klanken maar verstond niet de woorden. Herkende de toon en wist wat die betekende. Met al haar ervaring registreerde ze dat ze te langzaam was, dat ze niet aan de opdracht gehoor gaf maar ze kon haar gedrag niet bijsturen. Drie keer zwiepte zijn riem op haar billen vóór ze op haar knieën voor hem lag. Het zweten begon.
‘Het spijt me. Het spijt me.’
‘Hoelang heb je geslapen?’
‘Ik weet het niet meneer.’
‘Tweeëntwintig minuten. Tweeëntwintig minuten sliep je terwijl je eigenaar je nodig had. Wat zegt dat over jou?’
Ze probeerde zich kleiner te maken.
‘Wat heb ik eraan? Niets heb ik aan je. Moet ik je terugsturen naar waar je vandaan kwam?’
Ze was daar al maar hoe kon hij dat weten? Misselijk van angst probeerde ze haar ademhaling tot rust te manen. Adem in. Adem uit. Slikken. Woorden proberen te vormen. Ze zag zichzelf liggen op haar knieën voor haar beul. Ze trilde inmiddels over haar hele lijf. Ze keek naar deze man die voor de slavin stond. Weer een andere man. Een nieuwe. Een met andere voorkeuren. Waarom droeg hij zijn laarzen niet? Waarom kon ze hem niet verstaan? Wat wilde hij van haar?