Oh, dus dat had hij al verwacht? Dat het naar voren schuiven van een vrouw angst teweeg zou brengen? Nachtmerries? Terugstapjes naar een donker verleden dat me gevormd heeft tot wie ik ben: een slavin die niet zonder ketens kan leven, die slaag nodig heeft en ontberingen moet lijden die niet zouden misstaan in een strafkamp?
‘Ja.’
‘En wat doet dat met jou? Te weten hoe bang ik ben?’
‘Kate, hoe lang heb je me eigenlijk al niet gezien?’
Te lang. Veels te lang. Ik wil niet eens weten hoelang het al is.
‘Ik wil dat je mij nu, direct nadat je deze mail gelezen hebt, belt om mij eraan te herinneren hoelang het is.’
Bellen? Nu? Midden in de nacht? Hem spreken? Mijn hart bonst, mijn maag trekt samen. Ik slik. Hem spreken. Zijn stem in mijn oor. Ik ga naar de kraan en pak een glas water. Ik drink. Ik kuch. Hoelang? Ik weet het niet. Lang. Denk na…
Sinds die ene keer, toen… Wie maak ik nu wat wijs? Natuurlijk weet ik het. Hij weet dat ik ze tel, mijn dagen in duisternis zoals ik ze noem. Honderdtwaalf dagen. Honderdtwaalf dagen heb ik hem niet gezien.
Ik toets zijn nummer in. De telefoon gaat over. Voicemail. Ik hoor zijn stem – dat wel. Voor het eerst in weken hoor ik zijn stem die me aanspoort een boodschap in te spreken zodat hij mij terug kan bellen. Mij terugbellen? Antwoorden op mijn vraag? Hij? Inspreken. Je moet inspreken. Het bandje loopt. Schiet op.
‘Met Kate. Ik moest je bellen.’ Ik schraap mijn keel. ‘Honderdtwaalf.’ Dat was te onduidelijk. Dat heeft hij niet verstaan. Ik schraap nog een keer mijn keel. ‘Honderdtwaalf dagen.’ Een hele zin. Ik moet in hele zinnen spreken. ‘Ik heb je al honderdtwaalf dagen niet gezien.’ En nu? Moet ik nu zeggen hoe graag ik hem zou willen zien? Zal ik vragen of ik hem mag zien? Beter van niet. ‘Dag.’ Ik druk op de verbreektoets.
Zijn antwoord komt in mail. ‘Ik kon aan je stem horen dat je dat lang vindt, honderdtwaalf dagen. Zou je me graag snel weer willen zien?’
donderdag 30 december 2010
woensdag 29 december 2010
Een simpele vraag - 11.
Mijn geschreeuw wordt overstemd door een nieuwe serie donderslagen. In de seconden na de donder hoor ik de hyperventilatie van de vrouw die ik dacht allang niet meer te zijn. Bezit van een vrouw. Tot ze genoeg van me had en me van de ene minuut op de andere op straat zette in de kleren die ik aanhad en met honderd gulden oprotpremie in mijn hand.
Ik lig in mijn eigen bed en ben klaarwakker. Als toen voel ik mij verweesd zonder de banden die nooit mijn lichaamstemperatuur aannemen. De stilte niet onderbroken door het geluid van schakels. Mijn bewegingsvrijheid niet belemmerd maar ik lig doodstil.
Ik kijk op de wekker, zie een getal maar het zegt me niets. Ik kom overeind, trek mijn benen op, sla mijn armen om mijn knieën. Ik sus mezelf: je hoeft niet bang te zijn. Zij is er niet; zij zal er nooit meer zijn. De klok luidt: een, twee, drie, vier. Ik check mijn telefoon: geen berichten. In bed blijven heeft geen zin.
Ik ben me er terdege van bewust dat ik hem van wapens ga voorzien door op te biechten hoe groot de impact is van mijn ontmoeting met haar. Kennis is macht. Hij moet alles weten opdat hij kan inschatten hoe hij mij het effectiefste kan pijnigen. Als dat is door deze vrouw in te zetten, zal hij het niet nalaten. Ik ril ondanks de hitte van de nacht. Dan glijden mijn vingers over het toetsenbord en geef ik hem de stok waarmee hij mij zal slaan.
‘Hoe voel je je nu, nu je me dit verteld hebt?’
‘Bang.’
‘Ja.’
Labels: ketens, kneuterigheid
bdsm,
Een simpele vraag,
ketens,
verhalen
maandag 27 december 2010
Een simpele vraag - 10.
‘Alleen maar ja?’
‘Ja, ik weet wat je wilt.’
‘En wat is dat dan, volgens jou?’
‘Zij boven mij.’
‘Interessant. Vertel.’
‘Dat je haar boven mij verkiest.’
‘En wat doet dat met jou?’
Eenregelige mailtjes. Uren, soms meerdere dagen verstrijken tussen het zenden, ontvangen, beantwoorden van elk bericht. Het spreiden van onze contactmomenten is een van de tactieken die hij gebruikt maar misschien moet ik dit keer wel gewoon wachten vanwege werkzaamheden, slaap of tijdsverschil.
Wachten, zo gepast voor een slavin, zo verschrikkelijk moeilijk voor een ongeduldig mens als ik. Weken gaan heen en alles lijkt in orde tot de nacht aanbreekt.
Het is warm in bed. Half twee. Wijd uitgespreid om ieder zuchtje wind te vangen. Maar er is geen wind en dus ben ik gevangene van de hitte die geen beweging toelaat. Oncomfortabel. Twee uur. Om half zes begint de dag. Ik zal moe zijn als ik opsta. Mijn gezicht is nat. Weer slaat de kerkklok. Mijn maag rommelt. Mijn hoofd bonkt. Het bloed kolkt.
Donder, een flits en dan stilte. Getroffen als ware het door die ene bliksemschicht in de nacht zie ik helderder dan op enig moment ervoor wat gaat komen. Ik besef dat comfort een luxe is die niet zal bestaan. Dat ik in een permanente staat van vermoeidheid zal verkeren. En dat hoewel ik te eten zal hebben, het nooit genoeg zal zijn om mijn honger volledig te stillen.
Ik heb niemand horen binnenkomen. Opnieuw heb ik de voetstappen op de gang niet gehoord. Dit is foute boel.
‘Ja, ik weet wat je wilt.’
‘En wat is dat dan, volgens jou?’
‘Zij boven mij.’
‘Interessant. Vertel.’
‘Dat je haar boven mij verkiest.’
‘En wat doet dat met jou?’
Eenregelige mailtjes. Uren, soms meerdere dagen verstrijken tussen het zenden, ontvangen, beantwoorden van elk bericht. Het spreiden van onze contactmomenten is een van de tactieken die hij gebruikt maar misschien moet ik dit keer wel gewoon wachten vanwege werkzaamheden, slaap of tijdsverschil.
Wachten, zo gepast voor een slavin, zo verschrikkelijk moeilijk voor een ongeduldig mens als ik. Weken gaan heen en alles lijkt in orde tot de nacht aanbreekt.
Het is warm in bed. Half twee. Wijd uitgespreid om ieder zuchtje wind te vangen. Maar er is geen wind en dus ben ik gevangene van de hitte die geen beweging toelaat. Oncomfortabel. Twee uur. Om half zes begint de dag. Ik zal moe zijn als ik opsta. Mijn gezicht is nat. Weer slaat de kerkklok. Mijn maag rommelt. Mijn hoofd bonkt. Het bloed kolkt.
Donder, een flits en dan stilte. Getroffen als ware het door die ene bliksemschicht in de nacht zie ik helderder dan op enig moment ervoor wat gaat komen. Ik besef dat comfort een luxe is die niet zal bestaan. Dat ik in een permanente staat van vermoeidheid zal verkeren. En dat hoewel ik te eten zal hebben, het nooit genoeg zal zijn om mijn honger volledig te stillen.
Ik heb niemand horen binnenkomen. Opnieuw heb ik de voetstappen op de gang niet gehoord. Dit is foute boel.
Labels: ketens, kneuterigheid
bdsm,
Een simpele vraag,
ketens,
verhalen
zaterdag 25 december 2010
Ver verleden laat van zich horen
'Wat doe je nu?', vroeg de man uit een ver verleden, 'je was opeens van de aardbodem verdwenen en wij vroegen ons af of je nog in Nederland bent en hoe het met je gaat'.
Als door een lange buis hoorde ik het verleden, mijn verleden tot leven komen, levend zijn bij mensen die ik ooit heb samengebracht in vriendschap en genegenheid.
Het is zo lang geleden en het tijdstip, rond middernacht, werkte niet mee om er een geanimeerd gesprek van te maken. 'Ja, ik woon nog gewoon in Amsterdam; het gaat goed met me; ik doe niets.'
'Kate zegt dat ze niets doet - niets met een hoofdletter N', herhaalde de man voor zijn vrienden die de mijne nooit waren. Daarna was het gesprek snel over. Hij bracht de beste wensen over en ik herhaalde die voor hem en zijn gezelschap.
Nu, een etmaal later, vraag ik me af wat hij had willen horen, deze man die aan het begin van de nacht in veilig gezelschap op het woeste idee kwam mijn nummer nog eens te kiezen?
En ik? Ben ik wel klaar met dat verleden? Zou mijn leven anders zijn gelopen als ik toen andere keuzes had gemaakt? Als ik zakelijk en privé niet zo gescheiden had gehouden? Klinkt dat gek? Nu? Na al die jaren?
Is het relevant jezelf zulke vragen te stellen? Het verleden laat zich immers niet herschrijven en het is niet alsof ik er dagelijks aan denk. Het is geen last en ik ga er verder niet over piekeren.
Maar het verleden is dus niet dood en iets van mijn inspanningen leeft voort en dat is een mooi resultaat van hard werken en veel gedoe. Mijn broer straalde van trots toen ik het hem vertelde. Ik ervoer het als een onverwacht, uitgesteld cadeautje.
Het was mooi te zien die plaatsvervangende trots die ik nooit gevoeld heb want ik vind de dingen die ik doe en gedaan heb normaal en niet zo bijzonder. Sterker: ik vind meestal dat ik beter had gekund en gemoeten. Zo streng ben ik voor mezelf.
Onzinnig natuurlijk, onnodig ook. Dat blijkt wel uit het telefoontje van de man: een blijk van oprechte interesse van mensen die met plezier terugdachten aan de begindagen van hun vriendschap.
En zo zeil ik het jaar uit en ondertussen ren ik, vlieg ik en ga door met het grote Nietsdoen :=). Het telefoontje heeft mij eraan herinnerd dat het heden en de toekomst ooit tot het verleden zullen behoren.
Ik heb mij voorgenomen voortaan bewuster goede herinneringen te zaaien voor mij en mijn omgeving opdat wij met trots, liefde en plezier kunnen terugkijken op dat wat dan in een ver verleden is gebeurd en tot stand gebracht.
Maar ik blijf wel realistisch hoor... :=). Waarschijnlijk zal het Nietsdoen mijn voornemen opslokken en naar de achtergrond verschuiven en misschien is dat maar gezond ook want dat heilige gedoe van al die "geïnspireerde" mensen... Brrrrr!
Kate
25 december 2010
Als door een lange buis hoorde ik het verleden, mijn verleden tot leven komen, levend zijn bij mensen die ik ooit heb samengebracht in vriendschap en genegenheid.
Het is zo lang geleden en het tijdstip, rond middernacht, werkte niet mee om er een geanimeerd gesprek van te maken. 'Ja, ik woon nog gewoon in Amsterdam; het gaat goed met me; ik doe niets.'
'Kate zegt dat ze niets doet - niets met een hoofdletter N', herhaalde de man voor zijn vrienden die de mijne nooit waren. Daarna was het gesprek snel over. Hij bracht de beste wensen over en ik herhaalde die voor hem en zijn gezelschap.
Nu, een etmaal later, vraag ik me af wat hij had willen horen, deze man die aan het begin van de nacht in veilig gezelschap op het woeste idee kwam mijn nummer nog eens te kiezen?
En ik? Ben ik wel klaar met dat verleden? Zou mijn leven anders zijn gelopen als ik toen andere keuzes had gemaakt? Als ik zakelijk en privé niet zo gescheiden had gehouden? Klinkt dat gek? Nu? Na al die jaren?
Is het relevant jezelf zulke vragen te stellen? Het verleden laat zich immers niet herschrijven en het is niet alsof ik er dagelijks aan denk. Het is geen last en ik ga er verder niet over piekeren.
Maar het verleden is dus niet dood en iets van mijn inspanningen leeft voort en dat is een mooi resultaat van hard werken en veel gedoe. Mijn broer straalde van trots toen ik het hem vertelde. Ik ervoer het als een onverwacht, uitgesteld cadeautje.
Het was mooi te zien die plaatsvervangende trots die ik nooit gevoeld heb want ik vind de dingen die ik doe en gedaan heb normaal en niet zo bijzonder. Sterker: ik vind meestal dat ik beter had gekund en gemoeten. Zo streng ben ik voor mezelf.
Onzinnig natuurlijk, onnodig ook. Dat blijkt wel uit het telefoontje van de man: een blijk van oprechte interesse van mensen die met plezier terugdachten aan de begindagen van hun vriendschap.
En zo zeil ik het jaar uit en ondertussen ren ik, vlieg ik en ga door met het grote Nietsdoen :=). Het telefoontje heeft mij eraan herinnerd dat het heden en de toekomst ooit tot het verleden zullen behoren.
Ik heb mij voorgenomen voortaan bewuster goede herinneringen te zaaien voor mij en mijn omgeving opdat wij met trots, liefde en plezier kunnen terugkijken op dat wat dan in een ver verleden is gebeurd en tot stand gebracht.
Maar ik blijf wel realistisch hoor... :=). Waarschijnlijk zal het Nietsdoen mijn voornemen opslokken en naar de achtergrond verschuiven en misschien is dat maar gezond ook want dat heilige gedoe van al die "geïnspireerde" mensen... Brrrrr!
Kate
25 december 2010
Labels: ketens, kneuterigheid
Kate,
kneuterigheid,
spiritualiteit
vrijdag 24 december 2010
Kerstwens
And the dream of the child
Is the hope of the man
Is the hope of the man
Ik wens u alle goeds deze feestdagen en dat uw dromen uit zullen komen.
Dank voor het lezen dit afgelopen jaar.
Kate
24 december 2010
Foto gevonden op: http://www.studiokoning.nl/FotoAmsterdam-7.htm
Citaat: "A Winter's Tale" van het album "Made in Heaven", lyrics and music Queen, 1995".
Labels: ketens, kneuterigheid
Amsterdam,
foto's,
kneuterigheid,
Queen
donderdag 23 december 2010
Opdat ik klaar zal zijn
Kate
21 december 2010
Vrouw in witte jurk met blote voeten komt van de site van Corbis:
http://www.corbisimages.com/Enlargement/Enlargement.aspx?id=42-20218069&tab=details&caller=search
De foto van de vrouw op de vloer is gemaakt door Nobuyoshi Araki en staat:
http://graememitchell.com/blog/narahashi-to-shibata-to-araki-to-nuclear-explosions
zondag 19 december 2010
Een simpele vraag - 9.
‘Het gaat er niet om wat ik wil of wat jij wilt. Het gaat erom wat hij wil. Wat hij wil. Wat hij wil. Mij boven jou.’
Oh fuck! Hoe kon ik denken dat zij slechts een willekeurige bewonderaarster was van mijn schrijven, van mijn wens om in ketens te leven, van de hardheid die uit zijn optreden spreekt? Ik wilde haar nog wel beschermen tegen de pijn. Hoe kon ik zo naïef zijn, zo arrogant en dom?
‘Het gaat er niet om wat ik wil of wat jij wilt. Het gaat erom wat hij wil.’
Ik weet wat hij wil. Maar zij… Dus zij… Vrouwen en ik... En hij weet het. Hij weet het. Zij boven mij. Ik moet het gevoeld hebben, ergens in mijn onderbewustzijn. Haar houding. De vanzelfsprekendheid waarmee zij mij op mijn plaats zette. Hier ben ik bang voor. Zij moet het gezien hebben mijn angst. Ze staat op en geeft mij geen hand.
Hoe neem je afscheid van een nog onbekende folteraar, van een martelwerktuig waar je nog niet mee vertrouwd bent? Zelden of nooit gebruik ik een aanspreektitel. Het is overbodige franje in het contact tussen hem en mij. Maar een vrouw… Vrouwen zijn valser dan mannen, harder, veeleisender. Ik ben anders als er vrouwen in het spel zijn. Hij weet het. Hij wil het.
Deze vrouw die mij zonder er twee woorden aan vuil te maken naar de onderste regionen verwijst, heeft voorgangsters gehad. Ik heb daar met niemand ooit over gesproken behalve met hem. Ik was jong. Te jong. Jaren was ik het bezit van een vrouw. Het is gelukkig lang geleden, een periode waar ik liever niet aan terugdenk.
Alles is anders nu. Mijn folteraar is een man. Er is liefde. Het is uit liefde dat hij mij telkens opnieuw laat bevestigen dat ik zijn slavernij wil ervaren en dat ik de consequenties ervan zal aanvaarden.
‘Kate, vertrouw je me?’
Zolang ik positief antwoord, zal hij mij blijven pijnigen op alle mogelijke manieren die hem ter beschikking staan. Dat is wat hij wil: alle mogelijke manieren. Maar zij… Dus zij…
Ik mail hem: ‘wie is zij?’
‘Iemand in wie jij je meerdere hebt erkend.’
‘Zeg me wat je wilt,’ vraag ik.
‘Je weet wat ik wil.’
‘Ja.’
Oh fuck! Hoe kon ik denken dat zij slechts een willekeurige bewonderaarster was van mijn schrijven, van mijn wens om in ketens te leven, van de hardheid die uit zijn optreden spreekt? Ik wilde haar nog wel beschermen tegen de pijn. Hoe kon ik zo naïef zijn, zo arrogant en dom?
‘Het gaat er niet om wat ik wil of wat jij wilt. Het gaat erom wat hij wil.’
Ik weet wat hij wil. Maar zij… Dus zij… Vrouwen en ik... En hij weet het. Hij weet het. Zij boven mij. Ik moet het gevoeld hebben, ergens in mijn onderbewustzijn. Haar houding. De vanzelfsprekendheid waarmee zij mij op mijn plaats zette. Hier ben ik bang voor. Zij moet het gezien hebben mijn angst. Ze staat op en geeft mij geen hand.
Hoe neem je afscheid van een nog onbekende folteraar, van een martelwerktuig waar je nog niet mee vertrouwd bent? Zelden of nooit gebruik ik een aanspreektitel. Het is overbodige franje in het contact tussen hem en mij. Maar een vrouw… Vrouwen zijn valser dan mannen, harder, veeleisender. Ik ben anders als er vrouwen in het spel zijn. Hij weet het. Hij wil het.
Deze vrouw die mij zonder er twee woorden aan vuil te maken naar de onderste regionen verwijst, heeft voorgangsters gehad. Ik heb daar met niemand ooit over gesproken behalve met hem. Ik was jong. Te jong. Jaren was ik het bezit van een vrouw. Het is gelukkig lang geleden, een periode waar ik liever niet aan terugdenk.
Alles is anders nu. Mijn folteraar is een man. Er is liefde. Het is uit liefde dat hij mij telkens opnieuw laat bevestigen dat ik zijn slavernij wil ervaren en dat ik de consequenties ervan zal aanvaarden.
‘Kate, vertrouw je me?’
Zolang ik positief antwoord, zal hij mij blijven pijnigen op alle mogelijke manieren die hem ter beschikking staan. Dat is wat hij wil: alle mogelijke manieren. Maar zij… Dus zij…
Ik mail hem: ‘wie is zij?’
‘Iemand in wie jij je meerdere hebt erkend.’
‘Zeg me wat je wilt,’ vraag ik.
‘Je weet wat ik wil.’
‘Ja.’
Labels: ketens, kneuterigheid
bdsm,
Een simpele vraag,
ketens,
verhalen
Abonneren op:
Posts (Atom)


