zondag 15 mei 2016
Bidden om wat je nog niet hebt
Ja! Ik herinner mij de nachten, dagen dat ik droomde, bad, in gedachte uitkeek naar het huis waar ik nu woon. Een huis-met-een-tuintje :-). Het werd een huisje-met-een-tuin en ik ben er zo gelukkig als ik had gehoopt en waar ik om heb gebeden. Ja, echt.
De man van mijn surrogaatzus verzuchtte dat het zo leuk zou zijn als ik dat geluk met iemand zou kunnen delen. Ja. Hij heeft gelijk. En dus. Een kleine, ienie-mienie-kleine stap daartoe zou zijn het hier op te schrijven want ik weet zeker dat mijn blogs over dat huis-met-een-tuin hebben geholpen te vinden wat ik nu heb.
En ja, ik weet, ik weet, ik heb vaker om een man gevraagd, geroepen, gebeden. Ook hier. Maar hmmm. Laat ons eens kijken en beter kijken naar die zoekvraag. Altijd was die gericht op, of gedacht vanuit de BDSM beleving. En, heel eerlijk, die was er wel maar altijd meer op papier dan 'in het echie'.
Ik vond BDSM gewoon altijd te eng. Was of ben te zuinig op mezelf. En, ik vraag me af - en ik heb velen in deze wereld gesproken - toch, of het gezond is en voortkomt uit gezonde verlangens. En schiet mij maar lek en schop gerust tegen mij aan want wat zijn 'gezonde verlangens' en hoeveel vooroordeel spreekt hieruit?
En toch heb ik jaren gedacht, gewacht, gesmacht om die harde man aan wie ik gehoorzaam zou zijn en die mij zou lezen en bovenal die mij zou herkennen en erkennen als degene die ik was - ook was, ook ben of ben geweest (en nee, het gaat nooit over, dat zei ik zo'n vijftien jaar geleden als men het mij vroeg en ik geloof dat nog steeds).
Maar goed, die man aan wie ik zou gehoorzamen was er niet. Is er niet. En de vrouw die wil - de wil had of dacht te hebben - zich te onderwerpen aan haar man, bestaat even niet meer. Bestaat al heel lang niet meer. Heeft wellicht nooit echt bestaan want daarvoor was ik, ben ik veels te nuchter en eigengereid en sceptisch en cynisch.
Wellicht heb ik nooit genoeg zekerheid ontvangen om mij volledig te geven. Wie zal het zeggen. Nog steeds denk ik dat daten het niet zal doen voor mij. Zo'n site waar dan weer een foto op moet die menigeen niet zal doen reageren of gewoon met slechts een tekst - een hartstikke aansprekende tekst want die kan ik schrijven - waar wel complimenten maar geen afspraakjes uit voortkomen.
Geen zin in. Geen tijd voor. Geen geloof in. Gewoon niet. Bovendien, ik kan wel een tekst schrijven maar hmmm dan moet ik toch eerst weten wat daarin moet. Welke richting, vanuit welk gevoel? Niet meer dat wat hier ooit als zoekteksten hebben gestaan, mooi als ze waren. Eens kijken...
Handige man die van tuinieren houdt, no nonsense, lief, humor, niet roken, niet al te moeilijk (want dat ben ik al), beetje leuk om naar te kijken, niet gemaakt, puur, als je het leuk vindt te zwemmen komt dat goed uit want ik heb een bad :-), rustig (want ik ben het niet maar meer dan ooit tevoren), niet te ver weg (NH), niet heel veel ouder dan ik ('62), geen 12 kinderen :-), geen aanwezige ex of nog-net-niet-ex of minnares of andersoortige relatievorm. Brrrr.
Tja... Dit behoeft inspiratie of wellicht juist niet want dit is wat het moet zijn, is. Dit. Niet veel meer. Hmmmm. Ah well. What can I say? Dream on? Maar ik heb ooit gedroomd over mijn toekomstige huis. Ik heb erover gefilosofeerd. Ik heb het gevisualiseerd. Ik heb gebeden. Het is gelukt. Die man zal er komen. Wellicht gewoon doordat wij elkaar tegen komen in het dorp (moet ik wel uit mijn tuin komen hehehehe).
Het is nog niet zo heel urgent (en urgent genoeg want wij allen zijn mensen van de dag). Dit is een beginnetje. Of misschien is het al voorbij dat beginpunt want wat ik eerder zocht, is nog steeds waar, behalve dan dat ik mij niet onderwerp en niet onderwerpen wens te worden. Ik denk dat ik het BDSM sprookje ontgroeid ben - en al langer dan ik wil toegeven. Ach ja. Zo dan. Daar dan.
Kate
15 mei 2016
De tekst vond ik op deze tumblr en de bron schijnt ook hiernaar te verwijzen.
Labels: ketens, kneuterigheid
bdsm,
dating,
inspiratie,
Kate
zaterdag 16 april 2016
Leven - 9.
Waar ga je heen als wat je het liefst wilde je wordt onthouden. Verboden omdat het niet goed voor je zou zijn. Vinden anderen. Je beste vrienden. Meer dan dat. Zij die zeggenschap hebben over je leven en je slavernij, je dood.
Leven. Ik wilde leven. Ik wilde nooit meer zonder Mark. Ik wilde in hem, om hem, over hem, onder hem maar vooral met hem. Ik wilde hem niet, nooit verliezen. Ik wilde niet dood. Ik wilde slavernij, leven.
Maar hij. Hij. Mijn man. Hij huwde mij op de meest onconventioneel, onromantische, zakelijke wijze. In vijftien minuten om 9 uur 's ochtends. Gratis gemeentetijd voor hen die het niet kunnen of willen betalen. Een gure dinsdagochtend. Eind goed, al goed.
Ha! Nee. Natuurlijk niet. Dit is geen verhaal. Dit is geen sprookje. Geen droom. Geen zoete, kleffe, fictie. Dit is voor het echie. Dit is rauw en hard en waar en alles wat ik wilde en wil en zou kunnen geven maar het ging niet door.
'Ze geven geen toestemming', of woorden van die strekking. Sorry, het is een tijd geleden - mijn geheugen laat me in de steek. Niet door chemo's dit keer. Gewoon door de mist of time - hoe vertaal ik dat nu weer? Tijd. Die alle wonden zou moeten helen. Niet dus.
Hij kwam niet terug uit Edinburgh. Ik mistte hem op het vliegveld. Onverwacht. Totaal niet ingecalculeerd dat ik hem mis zou lopen, hij mij niet zou zien bij de arrivals. Fuck! Hij kwam door een andere uitgang of ik keek even niet in de juiste richting.
Of het lot. Die vreselijke, lachende, kirrende vrouw die samenspant met de wreedste Goden. Vliegen, meer zijn wij niet in hun ogen. En vliegen maak je kapot. Niet dus. Onverwacht. Totaal verbijsterend dat ik er niet aan onderdoor ben gegaan.
Hij kwam niet uit de slurf waar ik stond en hij verscheen ook niet in het hotel dat zijn assistente voor hem geboekt had. Toen ik bij Jane en Clive arriveerde was hij al vertrokken. Met de Noorderzon en onbekende bestemming.
Ik vloog direct - zo snel als mogelijk - terug naar Amsterdam maar daar was hij niet. Johan wist niet waar hij was. Zijn assistente die ik voor de tweede keer sinds mijn huwelijk sprak, zei niet te weten waar hij was. Fuck her. Italië? Zij wist het niet.
Ik ging naar huis. Mijn huis. Het was de tijd van de pioenrozen. Ik vond er geen. Hij stuurde ze ook niet. Belde niet. Geen letter. Geen kus. Niets. Ik ben zijn vrouw en hij verliet mij omdat ik niet zijn slavin mocht zijn. Weet ik veel waarom hij verdween. Taal noch teken - en ik was, ben zijn vrouw. Geen slavin.
Wat doe je wanneer je man je verlaten heeft. Als je bestemming je ontnomen is. Als je beter bent maar geen reden meer hebt te leven? Dan adem je in en uit en je blijft leven. Dat ten eerste. Dan leef je verder ondanks de pijn en het verdriet.
Zonder hoop want dit einde was definitief, zo abrupt, zo clean. Ik leefde en was alleen. Meer alleen dan tijdens mijn ziekte. Meer alleen dan tijdens mijn slavernij. Meer alleen dan in gevangenschap. Alleen. Beter. Ik bleef leven. Ik moest wel want ik ging niet dood.
Op mijzelf teruggeworpen vond ik wie ik ben. Het gaat goed met mij. Ik heb een huis gekocht. Onverwacht. Absoluut een Godsgeschenk. Ik ontving een substantiële erfenis van een ver, onbekend familielid. De realiteit is wederom vreemder dan fictie.
Ik kocht een huis op het platteland in de kern van een schattig dorp met fijne buren, een heerlijke energie. Een huis met een hele grote tuin waar ik alles in kwijt kan. Ik ben er 'de schrijfster'. Zo noemen zij mij. Ik heb nog geen letter geschreven. Maar ik leef.
Elke dag raap ik vers gelegde eitjes. Ik maak jams, bak taarten. Ik drink koffie met de buren. Ik zaai en ik plant en ik oogst. Ik oogst wat ik gezaaid heb. Zijn credo. Ik leef in liefde. Ik hou van mijn huis, mijn tuin, mijn man. Ik denk dat hij mij ooit zal opzoeken. Ik weet het zeker.
Als de pijn voorbij is. Als het gemis te groot wordt. Als de herinneringen niet meer in de weg staan van de toekomst die zij kleuren maar nooit, nimmer mogen verbleken dan zal hij mij zoeken. En vinden. Hij zal welkom zijn in mijn huis en hart en leven.
Ik ben van hem. Ik hou van hem. Ik denk aan hem - soms. Ondertussen heb ik mijn leven op de rit. Het gaat goed met mij. Ik voel me beter dan in lang. Ik wacht niet op Mark. Ik heb hem mijn nieuwe adres gestuurd, ingesproken, achtergelaten. Hij is welkom.
Hij is welkom in mijn nieuwe leven.
Kate
16 april 2016
Leven. Ik wilde leven. Ik wilde nooit meer zonder Mark. Ik wilde in hem, om hem, over hem, onder hem maar vooral met hem. Ik wilde hem niet, nooit verliezen. Ik wilde niet dood. Ik wilde slavernij, leven.
Maar hij. Hij. Mijn man. Hij huwde mij op de meest onconventioneel, onromantische, zakelijke wijze. In vijftien minuten om 9 uur 's ochtends. Gratis gemeentetijd voor hen die het niet kunnen of willen betalen. Een gure dinsdagochtend. Eind goed, al goed.
Ha! Nee. Natuurlijk niet. Dit is geen verhaal. Dit is geen sprookje. Geen droom. Geen zoete, kleffe, fictie. Dit is voor het echie. Dit is rauw en hard en waar en alles wat ik wilde en wil en zou kunnen geven maar het ging niet door.
'Ze geven geen toestemming', of woorden van die strekking. Sorry, het is een tijd geleden - mijn geheugen laat me in de steek. Niet door chemo's dit keer. Gewoon door de mist of time - hoe vertaal ik dat nu weer? Tijd. Die alle wonden zou moeten helen. Niet dus.
Hij kwam niet terug uit Edinburgh. Ik mistte hem op het vliegveld. Onverwacht. Totaal niet ingecalculeerd dat ik hem mis zou lopen, hij mij niet zou zien bij de arrivals. Fuck! Hij kwam door een andere uitgang of ik keek even niet in de juiste richting.
Of het lot. Die vreselijke, lachende, kirrende vrouw die samenspant met de wreedste Goden. Vliegen, meer zijn wij niet in hun ogen. En vliegen maak je kapot. Niet dus. Onverwacht. Totaal verbijsterend dat ik er niet aan onderdoor ben gegaan.
Hij kwam niet uit de slurf waar ik stond en hij verscheen ook niet in het hotel dat zijn assistente voor hem geboekt had. Toen ik bij Jane en Clive arriveerde was hij al vertrokken. Met de Noorderzon en onbekende bestemming.
Ik vloog direct - zo snel als mogelijk - terug naar Amsterdam maar daar was hij niet. Johan wist niet waar hij was. Zijn assistente die ik voor de tweede keer sinds mijn huwelijk sprak, zei niet te weten waar hij was. Fuck her. Italië? Zij wist het niet.
Ik ging naar huis. Mijn huis. Het was de tijd van de pioenrozen. Ik vond er geen. Hij stuurde ze ook niet. Belde niet. Geen letter. Geen kus. Niets. Ik ben zijn vrouw en hij verliet mij omdat ik niet zijn slavin mocht zijn. Weet ik veel waarom hij verdween. Taal noch teken - en ik was, ben zijn vrouw. Geen slavin.
Wat doe je wanneer je man je verlaten heeft. Als je bestemming je ontnomen is. Als je beter bent maar geen reden meer hebt te leven? Dan adem je in en uit en je blijft leven. Dat ten eerste. Dan leef je verder ondanks de pijn en het verdriet.
Zonder hoop want dit einde was definitief, zo abrupt, zo clean. Ik leefde en was alleen. Meer alleen dan tijdens mijn ziekte. Meer alleen dan tijdens mijn slavernij. Meer alleen dan in gevangenschap. Alleen. Beter. Ik bleef leven. Ik moest wel want ik ging niet dood.
Op mijzelf teruggeworpen vond ik wie ik ben. Het gaat goed met mij. Ik heb een huis gekocht. Onverwacht. Absoluut een Godsgeschenk. Ik ontving een substantiële erfenis van een ver, onbekend familielid. De realiteit is wederom vreemder dan fictie.
Ik kocht een huis op het platteland in de kern van een schattig dorp met fijne buren, een heerlijke energie. Een huis met een hele grote tuin waar ik alles in kwijt kan. Ik ben er 'de schrijfster'. Zo noemen zij mij. Ik heb nog geen letter geschreven. Maar ik leef.
Elke dag raap ik vers gelegde eitjes. Ik maak jams, bak taarten. Ik drink koffie met de buren. Ik zaai en ik plant en ik oogst. Ik oogst wat ik gezaaid heb. Zijn credo. Ik leef in liefde. Ik hou van mijn huis, mijn tuin, mijn man. Ik denk dat hij mij ooit zal opzoeken. Ik weet het zeker.
Als de pijn voorbij is. Als het gemis te groot wordt. Als de herinneringen niet meer in de weg staan van de toekomst die zij kleuren maar nooit, nimmer mogen verbleken dan zal hij mij zoeken. En vinden. Hij zal welkom zijn in mijn huis en hart en leven.
Ik ben van hem. Ik hou van hem. Ik denk aan hem - soms. Ondertussen heb ik mijn leven op de rit. Het gaat goed met mij. Ik voel me beter dan in lang. Ik wacht niet op Mark. Ik heb hem mijn nieuwe adres gestuurd, ingesproken, achtergelaten. Hij is welkom.
Hij is welkom in mijn nieuwe leven.
Kate
16 april 2016
woensdag 30 maart 2016
Schrijven en gelukkig zijn
'Jij bent de schrijfster, althans zo noemen wij jou’, zei mijn achterbuurman toen ik hier net woonde.
Wanneer ben je een schrijfster? Als je gepubliceerd hebt en hoeveel boeken moeten dat zijn? Als je schrijft, elke dag een bladzijde of hoofdstuk of minder? Als je het probeert, keer op keer op keer en wanneer het dan lukt – soms?
Nooit was ik gelukkiger dan wanneer ik mij verloor in de stroom die het toetsenbord verbond met mijn hart en die mij woorden liet schrijven die anderen raakten – en mijzelf. Dan voelde ik mij een schrijfster.
Toen de buurman, zijn vrouw en ik laatst koffiedronken - dat doet men hier in het dorp: met elkaar koffiedrinken - vertelde ik dat ik momenteel eigenlijk niet schrijf. 'Ik ben te gelukkig om te schrijven'. Is dat waar?
Is het waar dat je als kunstenaar moet lijden om te kunnen creëren? Moet het schrijnen, schuren, knarsen om de pijn, het gevoel van de Kate in het verhaal, de verhalen te kunnen neerpennen?
Ooit merkte een lezer op dat mijn verhalen zo treurig waren, triest. Ja. Hmmm. Ik protesteerde, natuurlijk. Mopperde dat het wel meeviel en dat ik niet zou weten hoe een vrolijk verhaal over slavernij te schrijven.
En dat is eigenlijk precies het probleem met dat schrijven van mij en eindes want wat komt er na zo'n einde? 'Zij leefden nog lang en gelukkig', lijkt niet echt te passen bij het spinsel dat ontstaan is uit de krochten van mijn ziel.
Lichtheid kan ik wel invoeren maar zonder de zwaarte, het beklemmende, het scherpst van de snede is er geen emotie, ergo geen verhaal. Simpel.
Anderzijds zou ik het natuurlijk gewoon moeten proberen. Ga het maar weer doen en kijk waar de toetsen je heenvoeren. Wie weet wat er gebeurt als je schrijft vanuit het gevoel 'te gelukkig' te zijn.
Trouwens, 'te gelukkig' vind ik een gevaarlijke frase. Het proeft een beetje als Icarus die te dichtbij de zon vloog en neerstortte en zo voelt mijn geluk absoluut niet.
Het is niet meer geluk dan ik kan behappen of omvatten. Het blaast me niet weg van de grond waarin ik, denk ik, ferm geaard ben. Het is gewoon goed. Precies goed.
Er zijn geen dissonanten en het geluk zal, in de ogen van de buitenwacht, nogal klein zijn: een bloem die ik nog niet eerder zaaide. De grote bonte specht die ik nooit eerder gezien of gehoord had. Een heerlijke aankoop bij de dorpsslager.
Laatst, te voet onderweg naar het station, kreeg ik een groet en nog een met een praatje erbij. Ik ben ingeburgerd, dacht ik later in de trein. Ja, ik ben geland. Heb mijn plek gevonden.
Ooit schreef ik dat ik altijd slavin zou wezen en dat geldt ook het schrijverschap. Ik zal altijd schrijfster zijn. Ik zal blijven schrijven. Wellicht zelfs meer dan ik vroeger deed maar nog niet :-).
Eerst moet de tuin gevuld met groentes en bloemen - en dan zal ongetwijfeld de oogst verwerkt moeten worden en diepgevroren danwel ingemaakt. Ondertussen moet het huis verbouwd en het ouderlijk huis opgeruimd.
Het is goed. Precies goed. En als het licht goed is, ik heb het al gedaan, dan neem ik de laptop mee naar buiten en dan zal ik schrijven op het parkbankje voor het kleine schuurtje of in de kas. Ik ben en blijf tenslotte een schrijfster.
Kate
30 maart 2016
De foto vond ik op browndresswithwhitedots.tumblr.com. De bron is waarschijnlijk hier te vinden.
Labels: ketens, kneuterigheid
Kate,
kneuterigheid,
schrijven
donderdag 24 maart 2016
JC overleden
Weer een stuk van mijn jeugd weg...
Hij was de beste, grootse, fantastische
voetballer, Amsterdammer.
Aan de vooravond van Pasen overleed JC.
Rust zacht.
Kate
Labels: ketens, kneuterigheid
foto's,
geschiedenis,
Kate,
kneuterigheid
woensdag 24 februari 2016
Vijf liter citroenmarmelade :-)
Zie hier het resultaat van een middagje marmelade maken: 28 potjes citroenmarmelade.
Broer vroeg of ik een winkeltje ging beginnen. Nee, dat vroeg hij niet. Hij concludeerde en vroeg zich slechts nog af wat de naam van de winkel zou worden.
Geen idee wat mij bezielde zoveel jam te maken. Vorige keer had ik twee potjes waarvan er een bijna helemaal in de taart verdween. Nu is er geen plan om taart te maken en ik zal een plank in de schuur leegmaken voor de voorraad.
Ik eet geen 28 potjes jam, ongeacht wat voor jam en zeker geen marmelade, per jaar. Maar, broer en ik gaan even een paar dagen op pad en onze oude tante, de oude vrienden van onze vader, onze neef - ik neem maar wat mee.
Het recept vermenigvuldigde ik zesmaal. Totaal 1250 gram citroenen plus een mandarijn om het op 1500 gram af te ronden. Drie kilo suiker. De hoeveelheid water kon ik niet verzesvoudigen want in mijn grote soeppan kan 'maar' vijf liter.
Geen idee hoor. Het water verdampte niet en de pan was vol nog voor al het suiker toegevoegd was. Ik zette een tweede pan op het gas. Uiteindelijk had ik bijna vijf liter marmelade die, schat ik in wellicht, niet erg dik zal zijn :-).
Ik spaar jampotjes. Sinds een paar dagen besef ik dat ik dat sparen groter moet aanpakken. Vandaag bleek wel waarom. Drie keer kookte ik jam-, kappertjes- en andere potjes uit en het was net genoeg.
Morgen maak ik een van de kleinste potjes open om te testen hoe de dikte en smaak is na een nachtje op zijn kop afkoelen. Weer een dag voorbij en ik kan het je aanraden zo'n dagje prutten in de keuken.
Kneuterigheid ten top maar oh zo ontspannend :-).
Kate
24 februari 2016
Broer vroeg of ik een winkeltje ging beginnen. Nee, dat vroeg hij niet. Hij concludeerde en vroeg zich slechts nog af wat de naam van de winkel zou worden.
Geen idee wat mij bezielde zoveel jam te maken. Vorige keer had ik twee potjes waarvan er een bijna helemaal in de taart verdween. Nu is er geen plan om taart te maken en ik zal een plank in de schuur leegmaken voor de voorraad.
Ik eet geen 28 potjes jam, ongeacht wat voor jam en zeker geen marmelade, per jaar. Maar, broer en ik gaan even een paar dagen op pad en onze oude tante, de oude vrienden van onze vader, onze neef - ik neem maar wat mee.
Het recept vermenigvuldigde ik zesmaal. Totaal 1250 gram citroenen plus een mandarijn om het op 1500 gram af te ronden. Drie kilo suiker. De hoeveelheid water kon ik niet verzesvoudigen want in mijn grote soeppan kan 'maar' vijf liter.
Geen idee hoor. Het water verdampte niet en de pan was vol nog voor al het suiker toegevoegd was. Ik zette een tweede pan op het gas. Uiteindelijk had ik bijna vijf liter marmelade die, schat ik in wellicht, niet erg dik zal zijn :-).
Ik spaar jampotjes. Sinds een paar dagen besef ik dat ik dat sparen groter moet aanpakken. Vandaag bleek wel waarom. Drie keer kookte ik jam-, kappertjes- en andere potjes uit en het was net genoeg.
Morgen maak ik een van de kleinste potjes open om te testen hoe de dikte en smaak is na een nachtje op zijn kop afkoelen. Weer een dag voorbij en ik kan het je aanraden zo'n dagje prutten in de keuken.
Kneuterigheid ten top maar oh zo ontspannend :-).
Kate
24 februari 2016
Labels: ketens, kneuterigheid
Kate,
kneuterigheid,
koken
dinsdag 23 februari 2016
Leven - 8.
Hoe oneerlijk is het om nu, op dit late moment, nog van gedachte te veranderen? Hoe onvolwassen? Hoe onverantwoordelijk zo’n zware keuze, blijkbaar toch te lichtzinnig te hebben genomen?
‘Ze zijn niet akkoord.’ Kort erna belt Jane. Vast om mij dezelfde boodschap te brengen. Ik loop weg van de telefoon. Ik ben er nog niet aan toe haar beweegredenen te vernemen terwijl ikzelf zo aan het worstelen ben met de mijne.
Mark vliegt op dit moment de halve wereld over om te pleiten voor wat ik, wat hij, wat wij als ideale levensvorm kennen terwijl ik er inmiddels naar neig het veto van Jane en Clive te accepteren. Wat wil ik? Wat wil ik echt? Nu? Waar wil ik voor vechten – of niet?
Het is mijn leven. Nee. Dat is het niet. Mijn leven hoort Mark toe. Ik moet hem volgen ongeacht welk pad hij voor mij uitzet. Ik accepteer dat, ik heb het lang geleden afgedwongen, afgesmeekt.
Ik ben van hem – tot de dood of verveling of afdanking ons scheidt. Heftig dat zo te omschrijven maar het is de realiteit en oh fuck! Is dat wat ik wil? Ja. Nee. Misschien. Op voorwaarde dat. Niet als bezit. Zeker niet als object.
Soms zie ik mij gehavend, in tranen, hongerig en alleen in een kale kamer. De laatste tijd, sinds Mark weer weg is, herinner ik mij zulke nieuwe, oude feiten die niet bepaald bijdragen tot rust en vrede met het door mij gekozen besluit opnieuw in slavernij te willen leven.
Hij was onbereikbaar maar toen ik Jane belde en haar met mijn herinneringen confronteerde, beaamde zij dat het was – ‘maar niet voortdurend hoor, Kate’ - zoals ik voor mij zag in dromen en beelden. In druppels op mijn wangen en dijen. Buikpijn. Rillingen.
Golven van pijn en verdriet en onmacht die ik opeens kon plaatsen als producten van een leven gericht, ingericht op het ontvangen en verwerken van fysieke en emotionele pijnprikkels. En ja, na pijn volgde ontlading, beloning soms, euforie en liefde – veel liefde.
Hoe meer ik erover nadenk, hoe helderder het mij wordt. Gek hoe dat inzicht zich pas aandient nu ik met de rug tegen de muur sta, met mijn gezicht naar een toekomst die niet anders zal zijn dan wat ik gekend heb. Terug naar hoe het was, ga je niet. Niet teruggaan.
Hoewel ik er vurig voor gepleit heb, bij nader inzien… Hoe oneerlijk is het eigenlijk om nu nog van gedachte te veranderen? Hoe oneerlijk om mij in een leven van pijn en vernedering te storten – waarschijnlijk voorgoed?
Ik ben het verleerd zijn klappen te incasseren en met weinig neemt hij geen genoegen. Hij wil alles en meer. ‘Dat betekent pijn, Kate. Veel pijn.’ Ik ben sterk. Ik heb kanker overwonnen. Ik heb gevangenschap overleefd. Ik was, ben slavin. Ik kon het. Ik kan dit.
Vraag is, wat is er nog te winnen als ik terugkeer naar het verleden? Ik heb pijn als ultieme vorm van passie en schoonheid ervaren, gevierd. Ik heb er liefde door gevonden. Mark houdt van mij. Ik mag in zijn bed slapen zonder keten.
Een keten? In slavernij zou ik. Oh mijn god. Mijn keten. Jane. Jane. Neem op. Alsjeblieft, neem die telefoon op.
‘Kate?’
‘Jane, sorry ik heb geen tijd om te praten maar wil je me alsjeblieft zeggen wat er met mijn keten gebeurd is? Waarom denk ik dat ik... waarom, hoe. Shit. Jane?’
‘Hij heeft hem van je afgenomen en weggegooid. Jij was bezig je keten schakel voor schakel terug te verdienen.’
‘En hoe deed ik dat?’
‘Hij gaf je opdrachten.’
‘Wat ik bedoel is, deed ik het goed, was Mark tevreden?’
‘Dat moet je hem vragen lieverd. Dat weet ik niet. Je werd ziek en de opdrachten stopten.’
‘Ja.’
‘Kate.’
‘Jane, ik moet gaan. Sorry. Ik bel je zo snel mogelijk terug. Dag en dank je wel.’
Fuck! Het ging helemaal niet goed in de periode voor mijn ziekte. Ik voldeed niet aan zijn standaard. Ik, het was te moeilijk, te zwaar. Mijn keten. Waarom denk ik dat ik hem nooit meer op mijn lichaam zal voelen? Ben ik hem voorgoed verloren of was, is er nog hoop?
De enige reden om terug te keren naar harde slavernij, is te trachten opnieuw door mijn eigenaar geketend te worden. Boete te doen en mij een waardig slavin te tonen. Ha! Waardig. Dat woord alleen al.
‘Ze zijn niet akkoord.’ Mijn man vliegt van Hong Kong naar Edinburgh – misschien zelfs wel over Amsterdam – om mijn voogden van gedachten te doen veranderen. Uit mijn naam. Omdat ik heb gezegd dat ik opnieuw onder zijn gezag wilde leven.
En dat wil ik ook maar niet zonder keten. Niet als bezit of object of abject wezen. Niet dat. Ik wil hem dienen, volgen, behagen als zijn vrouw. Als zijn vrouw ja. Ja, als je vrouw. Dat is de sleutel. Geen laffe liefde maar ook geen snoeiharde slavernij.
Ik wil balans. Wil leren lief te hebben zonder pijn. Schoonheid te creëren zonder tranen. Samen te smelten als man en vrouw. Gelijkwaardig te zijn zonder dat het saai is of vlak. Laat me je tonen hoezeer ik gegroeid ben. Wie ik ben. Nu. Beter en geheeld.
De vlucht naar Edinburgh duurt minstens zeventien uur. Hoe kan ik hem onderscheppen? Hoe kan ik hem vertellen dat het goed is. Dat Jane en Clive de juiste keuze hebben gemaakt? Hoe kan ik hem overtuigen van het feit dat hij gewoon naar huis moet komen?
Ik moet hem achterna. Ik moet vóór hem in Schotland zijn. Alleen gaat mij dit niet lukken. Trillend druk ik op de naam van zijn assistente. Ik wilde een nieuw leven. Dat heb ik. Het is tijd om mij als mevrouw Mulder te manifesteren.
‘Mijn man is onderweg naar Edinburgh en heeft mij gevraagd hem op het vliegveld daar te ontmoeten. Wil je mij vanmiddag nog op een vlucht naar Schotland proberen te krijgen?’
‘Natuurlijk. Zal ik u ook alvast inchecken?’
‘Graag. Dank je wel. Ik moet gaan.’
Ik moet nu gaan dan ben ik ruim op tijd en vóór Mark in Edinburgh. Waar is mijn paspoort? Een schone bloes, tandenborstel, slip, bh en telefoon meer heb ik niet nodig. Oh en mijn medicijnen. Verder is alles te koop.
Clive en Jane hebben hun veto uitgesproken aangaande een leven in slavernij en het is goed zo. Ik ben Marks vrouw. Ik hou zoveel van hem. Het komt goed. Alles is goed. Wij kunnen, moeten niet terug naar dat wat er ooit was.
Hoe het zal zijn, kan ik niet zeggen. Wij zijn wie wij zijn. Wij hebben een verleden en veel daarvan zal terugkeren in onze nieuwe dynamiek. Wij moeten wat nieuws verzinnen. Iets eigens. Iets anders. Het komt goed.
Als ik nu vertrek, ben ik ruim op tijd in Edinburgh.
Kate
23 februari 2016
‘Ze zijn niet akkoord.’ Kort erna belt Jane. Vast om mij dezelfde boodschap te brengen. Ik loop weg van de telefoon. Ik ben er nog niet aan toe haar beweegredenen te vernemen terwijl ikzelf zo aan het worstelen ben met de mijne.
Mark vliegt op dit moment de halve wereld over om te pleiten voor wat ik, wat hij, wat wij als ideale levensvorm kennen terwijl ik er inmiddels naar neig het veto van Jane en Clive te accepteren. Wat wil ik? Wat wil ik echt? Nu? Waar wil ik voor vechten – of niet?
Het is mijn leven. Nee. Dat is het niet. Mijn leven hoort Mark toe. Ik moet hem volgen ongeacht welk pad hij voor mij uitzet. Ik accepteer dat, ik heb het lang geleden afgedwongen, afgesmeekt.
Ik ben van hem – tot de dood of verveling of afdanking ons scheidt. Heftig dat zo te omschrijven maar het is de realiteit en oh fuck! Is dat wat ik wil? Ja. Nee. Misschien. Op voorwaarde dat. Niet als bezit. Zeker niet als object.
Soms zie ik mij gehavend, in tranen, hongerig en alleen in een kale kamer. De laatste tijd, sinds Mark weer weg is, herinner ik mij zulke nieuwe, oude feiten die niet bepaald bijdragen tot rust en vrede met het door mij gekozen besluit opnieuw in slavernij te willen leven.
Hij was onbereikbaar maar toen ik Jane belde en haar met mijn herinneringen confronteerde, beaamde zij dat het was – ‘maar niet voortdurend hoor, Kate’ - zoals ik voor mij zag in dromen en beelden. In druppels op mijn wangen en dijen. Buikpijn. Rillingen.
Golven van pijn en verdriet en onmacht die ik opeens kon plaatsen als producten van een leven gericht, ingericht op het ontvangen en verwerken van fysieke en emotionele pijnprikkels. En ja, na pijn volgde ontlading, beloning soms, euforie en liefde – veel liefde.
Hoe meer ik erover nadenk, hoe helderder het mij wordt. Gek hoe dat inzicht zich pas aandient nu ik met de rug tegen de muur sta, met mijn gezicht naar een toekomst die niet anders zal zijn dan wat ik gekend heb. Terug naar hoe het was, ga je niet. Niet teruggaan.
Hoewel ik er vurig voor gepleit heb, bij nader inzien… Hoe oneerlijk is het eigenlijk om nu nog van gedachte te veranderen? Hoe oneerlijk om mij in een leven van pijn en vernedering te storten – waarschijnlijk voorgoed?
Ik ben het verleerd zijn klappen te incasseren en met weinig neemt hij geen genoegen. Hij wil alles en meer. ‘Dat betekent pijn, Kate. Veel pijn.’ Ik ben sterk. Ik heb kanker overwonnen. Ik heb gevangenschap overleefd. Ik was, ben slavin. Ik kon het. Ik kan dit.
Vraag is, wat is er nog te winnen als ik terugkeer naar het verleden? Ik heb pijn als ultieme vorm van passie en schoonheid ervaren, gevierd. Ik heb er liefde door gevonden. Mark houdt van mij. Ik mag in zijn bed slapen zonder keten.
Een keten? In slavernij zou ik. Oh mijn god. Mijn keten. Jane. Jane. Neem op. Alsjeblieft, neem die telefoon op.
‘Kate?’
‘Jane, sorry ik heb geen tijd om te praten maar wil je me alsjeblieft zeggen wat er met mijn keten gebeurd is? Waarom denk ik dat ik... waarom, hoe. Shit. Jane?’
‘Hij heeft hem van je afgenomen en weggegooid. Jij was bezig je keten schakel voor schakel terug te verdienen.’
‘En hoe deed ik dat?’
‘Hij gaf je opdrachten.’
‘Wat ik bedoel is, deed ik het goed, was Mark tevreden?’
‘Dat moet je hem vragen lieverd. Dat weet ik niet. Je werd ziek en de opdrachten stopten.’
‘Ja.’
‘Kate.’
‘Jane, ik moet gaan. Sorry. Ik bel je zo snel mogelijk terug. Dag en dank je wel.’
Fuck! Het ging helemaal niet goed in de periode voor mijn ziekte. Ik voldeed niet aan zijn standaard. Ik, het was te moeilijk, te zwaar. Mijn keten. Waarom denk ik dat ik hem nooit meer op mijn lichaam zal voelen? Ben ik hem voorgoed verloren of was, is er nog hoop?
De enige reden om terug te keren naar harde slavernij, is te trachten opnieuw door mijn eigenaar geketend te worden. Boete te doen en mij een waardig slavin te tonen. Ha! Waardig. Dat woord alleen al.
‘Ze zijn niet akkoord.’ Mijn man vliegt van Hong Kong naar Edinburgh – misschien zelfs wel over Amsterdam – om mijn voogden van gedachten te doen veranderen. Uit mijn naam. Omdat ik heb gezegd dat ik opnieuw onder zijn gezag wilde leven.
En dat wil ik ook maar niet zonder keten. Niet als bezit of object of abject wezen. Niet dat. Ik wil hem dienen, volgen, behagen als zijn vrouw. Als zijn vrouw ja. Ja, als je vrouw. Dat is de sleutel. Geen laffe liefde maar ook geen snoeiharde slavernij.
Ik wil balans. Wil leren lief te hebben zonder pijn. Schoonheid te creëren zonder tranen. Samen te smelten als man en vrouw. Gelijkwaardig te zijn zonder dat het saai is of vlak. Laat me je tonen hoezeer ik gegroeid ben. Wie ik ben. Nu. Beter en geheeld.
De vlucht naar Edinburgh duurt minstens zeventien uur. Hoe kan ik hem onderscheppen? Hoe kan ik hem vertellen dat het goed is. Dat Jane en Clive de juiste keuze hebben gemaakt? Hoe kan ik hem overtuigen van het feit dat hij gewoon naar huis moet komen?
Ik moet hem achterna. Ik moet vóór hem in Schotland zijn. Alleen gaat mij dit niet lukken. Trillend druk ik op de naam van zijn assistente. Ik wilde een nieuw leven. Dat heb ik. Het is tijd om mij als mevrouw Mulder te manifesteren.
‘Mijn man is onderweg naar Edinburgh en heeft mij gevraagd hem op het vliegveld daar te ontmoeten. Wil je mij vanmiddag nog op een vlucht naar Schotland proberen te krijgen?’
‘Natuurlijk. Zal ik u ook alvast inchecken?’
‘Graag. Dank je wel. Ik moet gaan.’
Ik moet nu gaan dan ben ik ruim op tijd en vóór Mark in Edinburgh. Waar is mijn paspoort? Een schone bloes, tandenborstel, slip, bh en telefoon meer heb ik niet nodig. Oh en mijn medicijnen. Verder is alles te koop.
Clive en Jane hebben hun veto uitgesproken aangaande een leven in slavernij en het is goed zo. Ik ben Marks vrouw. Ik hou zoveel van hem. Het komt goed. Alles is goed. Wij kunnen, moeten niet terug naar dat wat er ooit was.
Hoe het zal zijn, kan ik niet zeggen. Wij zijn wie wij zijn. Wij hebben een verleden en veel daarvan zal terugkeren in onze nieuwe dynamiek. Wij moeten wat nieuws verzinnen. Iets eigens. Iets anders. Het komt goed.
Als ik nu vertrek, ben ik ruim op tijd in Edinburgh.
[.../9]
Kate
23 februari 2016
Abonneren op:
Posts (Atom)



