donderdag 20 november 2014

All I want for Christmas...


En dan is het opeens vijf weken voor Kerst en broer kondigt aan de maand december bij zijn verloofde door te brengen. Beng! Hoe ik het ook begrijp, de tranen stromen toch weer over mijn gezicht.

Een eerste Kerst alleen. Wat ga ik doen? Ik opper dat ik meega maar dat is om meerdere redenen geen goed idee, denk ik.

Ik zoek op singles reizen tijdens de kerstperiode en vind het eigenlijk niet. Heb ook niet echt een 'droombestemming' in gedachte en bovendien wil ik snel terug kunnen keren naar Amsterdam, naar mijn moeder als het moet.

Want ja, mijn moeder? Kan ik die alleen laten? Maar als mijn broer, haar 'jongetje', het kan waarom ik dan niet? Heb ik zin en energie een kerstmaaltijd bij mijn moeder te 'doen'? Ben ik egoïstisch als ik zeg dat ik het liever niet wil?

Ik wil mijn smaak terug! Dat in elk geval. Ik wil een heerlijk diner - maar ik weet niet of ik tegen die tijd alles weer zal proeven.

Ik doe wat ik altijd doe als de smaakpapillen dronken zijn: ik kijk, lees, denk, fantaseer over eten. Ook zo in de aanloop naar Kerst. Eindelijk koken wat broer niet eet: schaaldieren, chocolademousse - een feestje voor en met mezelf.

Echter, dat kan ik elke dag in december doen en wellicht vele dagen in de toekomst. Daartoe hoef ik deze Kerst niet thuis te blijven. 

Kerst was nooit heel beladen bij 'ons'. Ja, het laatste jaar dat mijn vader leefde: december 2012 toen wij, inclusief onze moeder, met pan kalkoen naar het verzorgingshuis togen. Na jaren weer aan de Kerstdis met zijn viertjes. Het was en blijft bijzonder.

Maar dit jaar? Waar wil ik heen, wat ga ik doen? Moet het speciaal zijn of kan ik gewoon lekker hangen en hopen dat mijn luidruchtige buren naar huis en dus niet hier zijn?

Ik zie mezelf schrijven. Het Kerstverhaal is niet af. Misschien dit jaar? Ik zie het niet, ik weet het niet, ik voel het niet.

Damn! De tijd tikt. Als ik nog wat wil, moet ik handelen en ik voel mezelf neigen naar niet-handelen. Opnieuw niet handelen. Dagen als alle anderen. Maar kan ik wel wat plannen? Hoe weet ik hoe ik me voel tegen die tijd?

Goed natuurlijk. Hoop ik... Energieker? All I want for Christmas... Ik wil niet zoveel. Ik wil me goed voelen, niet meer zo 'bezig' (ja, ja, dus toch) met mezelf, mijn lichaam, mijn klachtjes.

Ik wil ontspannen zijn, me lekker voelen. Dat is wat ik wil met Kerstmis.

Kate
20 november 2014


De foto Woman Looking at Snowglobe, vond ik op Corbis onder id stockfoto: 42-17890669 en is gemaakt door Beathan. Het copyright berust bij © Beathan/Corbis.

maandag 17 november 2014

Kijk eens even beste Piet...

Op de hoge, hoge daken rijdt de bisschop met zijn knecht
Wil je weten, lieve kinderen wat hij tot zijn knechtje zegt
Kijk eens even beste Piet of je ook stoute kinderen ziet
Kijk eens even beste Piet of je ook stoute kinderen ziet


Kijk, ik weet wel een beetje over slavernij: BDSM maar zeker ook historische slavernij - en ze zijn onvergelijkbaar, laat dat duidelijk zijn. Slavernij: ellende, honger, pijn, verkrachting, gezinsontwrichting, uitputting, vernedering, mutilatie en erger.

Aan zulke beelden wil je je kinderen inderdaad niet aan blootstellen maar wat weten kinderen van vier, vijf, zes jaar oud over de zwarte bladzijdes in de geschiedenissen van Afrika, Amerika, Portugal, Spanje, vele andere landen, en Nederland?

Wat moeten zij erover weten, op die leeftijd en wie heeft bedacht dat er een stigma wordt ingeprent door Pieten te laten zijn wie ze zijn: jolig, behendig, zorgzaam, allesziend, ondersteunend maar ook initiatiefrijk? Ja, hij is de knecht, de medewerker van Sint Nicolaas maar dat betekent niet dat hij een slaaf is. Hij ziet er ook allerminst bang of slaafs uit.

Hij is alles wat de oude, statige bisschop niet kan zijn. Beiden dragen velours, fluweel maar Piets kledij is kleurrijker, uitbundiger. Hij tooit zich met gouden sieraden zoals de jeugd van tegenwoordig die ook in de oren en waar niet draagt. Wie weet zitten er wel tatoeages onder die roetvlekken op zijn lichaam?

Roet, dat is waar zijn zwarte kleur vandaan komt want hij springt door de schoorsteen en een ieder die zich schoorsteenvegers kan herinneren weet hoe zwart je bent na een dagje werken op de hoge daken. Hij is jonger dan de Sint, leniger, sneller - heeft misschien wel een beter gehoor. Zij zijn tegenpolen.

Het is jammer dat men de roede, het zakje zout en de zak overboord heeft gegooid in de jaren zeventig of tachtig. Het uitdelen van straf vereist intelligentie en inzicht en moed. Juist dat spel tussen het enge en lieve, de boeman en de gulle gever, gaf diepte zoals dat in elk sprookje te vinden is.

Sinterklaas is natuurlijk een sprookje. Hij bestaat niet. Er zijn elementen in het verhaal die absoluut niet 'echt' zijn. Het is een oefening in inbeelding en geloof en dat is wat de kinderen langs de kant, voor de kachel, tijdens het zingen en het wachten vervult en bezighoudt: 'Zou de goede Sint wel komen...?'.

Dat wachten is jammer genoeg van circa een maandje voor 5 december verlengd naar bijna drie maanden. Vreselijk lang, lijkt mij dat voor kinderen die met spanning uitzien naar het heerlijk avondje. Ik kijk niet naar alle journaals en programma's in de aanloop, geen idee hoe 'dom' Zwarte Piet er in is.

Hij is het niet. 'Alles ziet die slimme Piet', gaat het lied van Op de hoge, hoge daken verder, 'zich vergissen kan hij niet'. Deze Piet is geen slaaf, niet onderdanig, niet wat nogal oversture lieden van binnen- en buiten dit land ervan willen maken. Zij konden zich beter bezighouden met echt ernstige misstanden.

Als ik de Goed Heiligman was, dan zou ik Piet opdragen al deze zure, zich gekleineerd voelende mensen in de zak te doen en hen te droppen in landen waar slavernij (Boko Haram, Bangladesh), mutilatie (IS), ziekte (West Afrika), verminking (besnijdenis), gezinsontwrichting, honger, wateroverlast en -tekort, corruptie en oorlog heerst.

Laat ze daar met veel kabaal een lans breken voor een betere, rechtvaardiger wereld maar stop dit redelijk goede Nederland te ontwrichten want dat zal en kan beslist de bedoeling niet zijn. Het maakt mij ziek, boos, verbaasd en verbijsterd al vele maanden lang. Negentig arrestanten bij de intocht in Gouda? Belachelijk!!!

Sinterklaas is een sprookje voor jonge en oudere mensen. Ik herinner me de jaren langs de route op het Damrak, mijn broertje die aan Piet vroeg om ook een handvol snoepjes voor zijn zusje. 's Avonds zingen bij de nephaard. Er lag een wortel voor het paard, een sigaar voor Sint Nicolaas en een sigaret voor Piet. 

De volgende ochtend waren de schoentjes en asbakken gevuld, de wortel verdwenen. Op vijf december werd er hard op de keukendeur geklopt en in de kamer vonden we een gedekte tafel met snoepgoed en pakjes met onze namen erop en een afzender: van de breipiet, van de garagepiet, van de snoeppiet. 

Met Sinterklaas werd er grootser uitgepakt dan op enig andere dag in het jaar. Ook later. Wij bleven in het gezin het leukste feest van het jaar vieren met pakjes en gedichten en surprises en lekkernijen. Het is voor mij een feest van gezelligheid, op en top Nederlands. Laat dat vooral zo blijven.

Of moet de Sint straks door kleine Michael Jacksons worden vergezeld met gebleekte huid, ontkroesd haar en andere enge aanpassingen aan het uiterlijk, uitstraling van hen die duidelijk niet trots zijn op hun afkomst, zichzelf? Ik hoop het niet. Dat is de slechts mogelijke boodschap die je kinderen kunt meegeven.

Gun hen en mij ons sprookje, onze traditie, onze geschiedenis zonder er van alles bij te halen dat er niet bij hoorde of hoort. Of zoals de Sint het gisteren op het Leidseplein in Amsterdam liet zien: 'Makkers staakt uw wild geraas'.

Ik wens u een fijne, gezellige en warme Sinterklaastijd.

Kate
17 november 2014



1. De prent van Sint en Piet op het dak is afkomstig van het blog van Frits Jonker. Op wikipedia wordt Nans van Leeuwen als illustrator genoemd.
2. De teksten van de liedjes komen van Liedjesland.com.  

zondag 9 november 2014

De storm






Het aftellen naar de laatste chemo is begonnen. Ik zie er vreselijk tegenop.

Kate
9 november 2014


De foto vond ik op International Business Times en is gemaakt door Yuriko Nakao. De tekst zag ik eerder en wel op de tumblr Woman by the Sea en is van Haruki Murakami.

dinsdag 28 oktober 2014

Destinatie of vertrekpunt?


Eindelijk weer eens een foto op een van de tumblrs die ik volg die iets zegt. Misschien zelfs over de nog niet onthulde toekomst. Over het onderbewuste. Of wellicht is dat te veel gevraagd, gezegd.

Hoe dan ook: kijk naar dat plaatje van die vrouw. Het heet: 'hoofd in de wolken' maar ik zie het liever als mist, een watje (beetje groot), een bol wol. Ondoorzichtbaar (niet bestaand woord maar wel mooi), verbergend, afschermend.

Ze heeft een koffer in haar hand en gaat of is op reis en die rode jurk... Rood is de kleur van passie, van vuur, van doel, van 'hier kom ik aan'. Maar waar ze heengaat? Ze loopt ook niet, ze staat stil.

Onderweg staat ze stil want ze mag dan - neem ik maar aan - in de goede richting lopen, het uiteindelijke doel, kent ze nog niet. Of wel? Zij staat met haar rug naar een wit huis. Is dat haar destinatie of haar vertrekpunt?

Ik denk dat het is waar ze heen moet. Kijk naar het landschap... De fotografe, die gespecialiseerd is in zelfportretten, woont in Boston maar het zou zo Engeland, de U.K. kunnen zijn. Toch het platteland aldaar?

Gisteravond kreeg ik een tip. Iemand had een huis voor mij gezien op Funda. Het was ongeveer wat ik wil met tuin en schuur, licht en luchtig, vrijstaand en toch in de buurt van stadse voorzieningen. Vandaag was het al verkocht.

Maar het heeft me weer een zetje gegeven. Vandaag zat ik mezelf in de weg. Het was hier in huis koud, nu al. Ik was niet in mijn element. Dat mag. Mijn smaak was de dag na mijn vijfde chemo alweer weg(*). Ik haat het. Maar ja...

Elke stap is er een en ik heb de tijd. Ik weet dat ik zal gaan. Weg van de gracht. Weg van het centrum. Ik weet nog niet waarheen maar als ik ga dan ga ik met passie en vuur en wilskracht en een doel: hier kom ik aan. Het zal goed zijn.

Kate
28 oktober 2014



De foto is gemaakt door Alicia Savage en staat op haar site. Ik vond hem op de Coffee in cottage tumblr waar de kleur van de jurk een stuk minder levendig is. Ik ben blij met die fellere tint.

(*) 5 november is de smaak gelukkig terug :-). 

donderdag 16 oktober 2014

Nog zeven weken

 

'Hou vol', zegt de arts in het verpleegtehuis waar mijn moeder woont als ik hem spreek en vertel hoe het gaat. Mijn broer, tegen wie ik meer zeg, vindt opgeven, gewoon stoppen, ook maar een slecht idee. Mij lijkt het echter wel wat.

Het is meer dan het zat zijn. Ik bespeur een begin van een soort van depressie. Zwarte gedachtes in het grijze, natte weer weerspiegeld. Dat ik, vandaag is het woensdag, nog steeds mijn smaak niet terug heb, helpt niet. Een onverklaarbare vermoeidheid evenmin.

Damn! Ik zal ongetwijfeld opnieuw mijn grootste vijand zijn. Tegenzin helpt nooit om iets 'dragelijker' te maken. Mijn tegenzin is huizenhoog. Zeven weken nog - als ik de drie weken herstel na kuur zes meetel. Twee keer een dagdeel aan het infuus. De laatste keer was ik misselijk van de stank van de chemo.

Het herstel lijkt langer te duren dit keer. Zeg het maar. Komt het door mijn weerstand tegen meer chemo? Door het feit dat ik niet zoveel buiten heb gelopen? Dat ik langer in mijn bed lig? Dat er niets zinnigs uit mijn handen komt? Dat ik het gewoon even allemaal niet meer zie zitten? Ik weet het niet.

Nog negen dagen en dan staat kuur nummer vijf op de rol. Opgeven is geen optie. Dat zou onzinnig zijn want het is gewoon hartstikke goed gegaan en iedereen zegt nog steeds dat ik er heel goed uitzie. En, ach ja, die smaak... Die is morgen of overmorgen vast weer terug(*).

De laatste loodjes, dat is wat dit is. Ze wegen zwaar. Het had nog veel zwaarder kunnen zijn. Stug doorgaan. Nog een keer. En dan nog een keer in november - weer zonder broer. En dan, dan is het Sinterklaas en ligt de laatste kuur drie weken achter mij. 

Zeven weken nog. Die vliegen vast om. Maar wat zou ik graag opgeven. Hier en nu.

Kate
16 oktober 2014




(*) De smaak was zaterdag 18 oktober terug en mijn broer en ik hebben het gevierd met een, voor hem, verlaat verjaardagsdiner. Eindelijk!!!

De foto is een bewerking van een foto van allposters.com. Maker: onbekend.    
 

dinsdag 7 oktober 2014

Over de helft :-)


Ja! Ik ben over de helft. Nog twee chemokuren :-).

 

Kate
7 oktober 2014

Foto gevonden op het internet zonder bronvermelding.

maandag 6 oktober 2014

Leven - 2.

Ik draag geen make-up. Mark doet mijn gezicht en als hij er niet is dan ga ik zonder zoals ik zonder keten leefde wanneer hij er niet was of mij het recht op het dragen ervan had ontnomen.

Het is geen vergelijking, begrijp mij goed. Zonder make-up kan ik leven – de hedendaagse maatschappij lijkt een probleem te hebben met naturel, ik niet.

Echter, zonder keten was mijn leven een hel. Ik miste vastigheid, letterlijk. Het besef beperkt te zijn en tegelijkertijd bevrijd. Nimmer voelde ik mij zo vrij, zo mooi, zo geliefd dan aan de keten.

Nu mijn geheugen zich langzaam herstelt, kan ik me dit alles vaag herinneren. Een mooie glimp van het verleden waarvan ik zoveel kwijt ben. Te veel. Er zijn dingen gebeurd die ik niet meer weet.

Mijn ziekte is mogelijkerwijze niet de enige reden dat ik al heel lang geen staal meer heb mogen voelen op mijn lijf - mijn inmiddels verminkte lijf hoewel Mark het niet zo ziet.

Hij blijft maar herhalen dat ik van mezelf moet houden, juist nu. Nog steeds weigert hij te vertellen wat er gebeurd is voor ik ziek werd. Het was heel erg en het had iets met mijn keten te maken.

Misschien denkt hij dat dat, dat hij mijn kanker heeft gezaaid en wat je zaait zul je oogsten. Zijn credo. Toch lijkt hij niet bang voor de wraak van de Goden en daarmee ondermijnt hij mijn stelling.

Gelukkig maar. Ik zou niet willen dat hem iets zou overkomen. Hebben wij wel wat te willen in dit leven of het volgende? Zijn wij niet In the lap of the Gods – zoals mijn favoriete band ooit zong?

Ondertussen als microscopisch kleine deeltjes, glanzende kristalletjes, energie allen met elkaar verbonden in liefde. Zeg maar waarom of hoe het zit. Ik weet het niet.

Ik weet slechts dat ik al een groot aantal jaren spiritueel, emotioneel en lijfelijk met Mark verbonden ben en dat naast liefde een van de instrumenten die ons bindt, die 200 schakels zijn.

Mijn, zijn, onze keten. Onbesproken onderwerp. Zijn het wel 200 schakels? Verdomme, ik mis ze maar ik besef dat Mark en ik door mijn ziekzijn een pad hebben bewandeld weg van slavernij.

Ik vraag me af of ik ooit nog dat leven van beperking en gebrek moet ambiëren nu ik beter ben. Beter. Interessant begrip want wanneer ben je genezen?

Ik vroeg het mijn chirurg en zij glimlachte bij wat in essentie een filosofische vraag is waar ze helaas niet veel tijd voor had en ook geen antwoord behalve dat het per patiënt verschilt.

Dat hoor je op al je vragen. Ik vroeg het aan de oncologe: zelfde reactie. Het zijn allemaal vrouwen die mij behandelen en de ervaring met deze vrouwen is zuiver, kundig en zelfs liefdevol.

Ik heb het ooit anders meegemaakt maar de omgang met vrouwelijke medici was en is helend en op een dieper vlak dan dat van het ongemak waarmee ik ruim een jaar ben geconfronteerd.

Het zou kunnen dat deze artsen en verpleegkundigen mij, na Jane met wie ik al jaren een heel speciale band heb, mijn vertrouwen in mijn seksegenoten hebben teruggegeven. Dat stemt dankbaar.

Zelf denk ik dat beterzijn te maken heeft met het vertrouwen dat je de ziekte overwonnen hebt. Inderdaad voor iedereen, hoor mij, komt dat op een ander moment. Lastig als de omgeving nog niet zover is.

Ik was getuige van de boosheid van Jane nadat Mark haar verteld had over ons gesprek waarin hij zei te weten hoe hij mij aan het schrijven, aan het stromen kon krijgen.

Een stille hint. Een opening uit de lieve lafheid waar ik zo zat van ben. Ik ging er maar wat graag in mee op dat moment maar het kwam te vroeg. Niet alleen voor mij.

‘Wat heb je gezegd?’ Aan de andere kant van het huis hoorde ik Jane uithalen naar Mark. ‘Jij gek. Hoe kon je dat doen? Ze is ziek!’ Iemand sloeg de kamerdeur dicht. Vast Mark.

‘Ze is ziek!’ Nee. Ik ben beter en ik mis een stuk spanning tussen Mark en mij maar ik twijfel in welke mate ik nog ondergeschikt wil of kan leven nu ik nieuwe, schone, extra jaren erbij heb gekregen.

Mag ik het geschenk van de medische wetenschap en de Goden te grabbel gooien? Moet ik nu niet serieus alles uit mijzelf halen dat er inzit? Moet ik niet nu, nu het nog kan, kiezen voor mijzelf?

Hoe kan ik dat doen zonder mijn vroegere zelf te verloochenen? Ik heb ook toen nadrukkelijk voor mijzelf gekozen. Ik heb immers uit eigen beweging om strikte, zeer beperkende slavernij gesmeekt.

Ik zal altijd die vrouw blijven. Vandaar dat ik nog steeds geen make-up draag tenzij Mark die heeft aangebracht. Zijn penselen over mijn gezicht: teder of met korte, harde bewegingen.

Hij vroeg en kreeg toestemming om mijn maquillage te blijven doen nadat ik vrijgesteld was van alle verplichtingen aangaande mijn slavernij. Vrijgesteld, niet ontslagen. Pauze van onbepaalde duur.

Onafgewikkelde zaken die op enig moment een vervolg moeten krijgen of een slot – danwel een twist. In elk geval zal wat daaruit voortvloeit, ingrijpend zijn maar zover is het nog niet.

Mark heeft geduld. Altijd gehad. Zoveel meer dan ik en de tijd tikt. Het is bijna zover. Ik zal moeten vragen, smeken wellicht, onderbouwen zeker om wat ik wil met mijn leven. Ik weet het niet.

Niet waar. Ik weet diep van binnen welke richting wij op moeten. Hij heeft het mij lang geleden voorgespiegeld. Wacht eens? Wat zeg ik? Wow, ja, ik herinner me dat gesprek. Nu. Opeens. Doorbraak.

Zo’n diepgaand, fundamenteel, richtinggevende overweging die, maar ik kan mij vergissen, nooit uitgekristalliseerd is omdat andere zaken opspeelden. Onverwachts. Nooit om gevraagd. Donderslagen.

Iets met mijn gezondheid en iets met mijn keten. Kijk, en dat ontglipt me nog steeds terwijl ik Mark duidelijk hoor spreken, ergens vanuit het verleden. Kom, hoe zei hij het ook weer?

‘Heb je je gedachtes wel eens laten gaan over hoe dit proces van intensieve slavernij ons zal veranderen, onze relatie, ons als individu, als eigenaar en bezit? Dat waren we niet in het begin.

Er zijn echter patronen ontstaan die niet gemakkelijk meer ongedaan gemaakt kunnen worden. Ik wil je niet kwijt maar dat zal gebeuren als ik de koers die ik heb uitgezet volg. Kate, hoe ver mag of moet ik gaan?’

Diezelfde vraag, nu de hardheid door ziekte en zorg gebroken is, heeft hij mij niet hardop gesteld maar ik heb hem, in gewijzigde vorm, gevoeld. Van hem naar mij, van mij naar hem.

Stille onzekerheid, bezorgdheid bespeur ik ook bij Jane en Clive. Zij die mijn voogden zijn. Mijn wakers al die jaren in slavernij en zolang ik onder Mark wens te leven.

Dit is de crux: wat wil ik? Wat kan ik? Wat kan hij? Nu ik weer beter ben. Zelfverklaard, omdat de dames medici wel beloofden mij te genezen maar niet kunnen of mogen vertellen wanneer ik dat ben.

Ik ben beter. Ik kan en wil verder met mijn leven. Ik ben er klaar voor. Mark ook maar ik moet bepalen hoe dat leven eruit zal zien: wat goed is voor mij, voor Mark, voor ons.

Zonder keten kan ik leven, dat heb ik bewezen. Maar zonder hem? Mark heeft mij herkend, die eerste avond in de pub in Coventry. Een toevallige ontmoeting zoals dat heet. Toeval bestaat niet.

Later, veel later heeft hij mijn slavernij vorm gegeven op een wijze die wij beiden nooit hadden kunnen bevroeden toen wij voor het beeld van Lady Godiva stonden en ik mijn hand in de zijne legde.

Mark heeft mij uitgenodigd op de Keizersgracht. Voor het eerst in lange tijd zal ik worden opgehaald in de Jaguar en hoewel er niets is uitgesproken, afgesproken, zal ik Mark mijn keuze voorleggen.

Ik wil hem niet kwijt. Foute zin. Hij zal snuiven en zeggen dat ik nooit van hem was of zal zijn zoals hij niet de mijne is. Dit is een man die niet geclaimd wenst te worden. Nog steeds niet.

En ik? En nu? Ik die altijd zijn slavin was zelfs toen ik doodziek lag, zelfs nu – al ben ik nog steeds ontheven van mijn plichten. Ik zal moeten smeken om – nee, vragen, nee uitleggen wat ik wil.

Maar eerst wil ik hem zien, hem in de ogen kijken, hem aanraken, voelen, kussen. Mark om me heen, over me heen weten. Ik wil de liefde met hem bedrijven. Urenlang. Zonder keten. Zonder slavernij. Als gelijken. Geliefden.

En daarna? Dat is voor dan. Ik ben er wel uit, denk ik. Ik schat in dat hij dat weet. Telepathisch is hij ook – een beetje. Hij kan mij lezen. Altijd al. Dat is een zegen. Voor ons beiden.

Morgen komt Jane over uit Schotland. Ik zal haar geruststellen en zeggen dat ik hersteld ben. Dat ik naar Mark zal gaan en voor mijn leven zal pleiten. Mijn nieuwe leven, zoals ik dat zie en wens en voel.

Zoals het was, kan het nooit meer zijn. ‘Hoe was het tussen ons, Mark, vroeger, toen ik nog niet ziek was?’ Hij zwijgt. Schudt met gefronste wenkbrauwen zijn hoofd.

Bedenkt zich, loopt om de tafel naar me toe en plant een kus op mijn voorhoofd, een aai over mijn hoofd. ‘Dat komt wel een keer, Keetje. Als je alles vooraf weet, is er geen lol meer aan.’ Pardon?

Ik bel Jane en vraag haar naar mijn leven met Mark. ‘Ik denk niet dat het aan mij is je dat te vertellen. Bovendien, heb je niet overwogen dat Mark gelijk heeft door er niet over te praten?

Die gaten in je herinnering zijn er niet voor niets. Je moeten helen en dat kost energie. Mark heeft gelijk, zorg nu maar eens eerst dat je opknapt dan komt het de rest vanzelf.’

De rest... Wat rest ons nog nu Mark zich bewezen heeft als rots? Onvermoeibaar in het legen van spuugbakjes en het brouwen van weer gezondere shakes, soepen en sapjes.

Dekentjes en armen om mij heen, dat waar ik ooit zo naar verlangde. Ik sliep bij hem zonder geslagen te worden. Ik ben voorgesteld aan zijn zakenrelaties. Lieve liefde is niet genoeg.

Wat rest ons nog? Wat was en wat zal zijn? Nog steeds is mijn geheugen niet volledig terug. Ik denk eigenlijk dat het niet heel veel uitmaakt. Dit gaat niet over het verleden maar over de toekomst.

Mijn toekomst in mijn handen. Onze toekomst. Die van Mark en die van mij. Ik ben beter en ik wil leven – samen met hem.


[.../3]



Kate
6 oktober 2014